info@wandelwaaier.nl | +31 20 622 6990

Ierland

Wat een mooi wandelland is dit.
Het ligt bezaaid met lange-afstandswandelpaden, allemaal goed gemarkeerd en de B&B’s precies op de goede plaats voor overnachtingen. Wij zorgen ervoor dat uw wandelvakantie zorgeloos verloopt, de bagage wordt vervoerd, u wandelt alleen met uw dagrugzakje.

De Wicklow Way ten zuiden van Dublin, is één van de bekendste wandelroutes. Makkelijk bereikbaar en is veel varianten te lopen.
In het westen zijn een aantal schiereilanden op elkaar gestapeld, die allemaal lange-afstandswandelingen hebben.
Wandelwaaier heeft ze op een rijtje staan,  te beginnen bij de Sheeps Head, dan de Beara, Kerry en de Dingle Way.

Reisverslag Beara in september
In 8 dagen van Glengariff naar Kenmare, door mist, regen en wind en af en toe zon. Het reis vertelt de details! 


Zaterdag : Arnhem – Schiphol - Cork - Glengariff
Cork. In het park: gescheld en getier. En grote man met ontblote torso is klaar om te vechten, bij hem een vrouw en een paar kennissen. Een daarvan heeft iets gedaan of gezegd en staat op het punt tot moes te worden gehakt. De vrouw probeert hem te kalmeren. Dat lukt even en dan begint hij weer te tieren. Ze trekken de aandacht, alsof het een voorstelling is. Maar dat ze onder invloed van drank en/of drugs zijn is wel duidelijk.
Op straat: een man met een bordje “I am hungry”. Een vrouw geeft hem een banaan en een koekje.
In de bus naar Glengariff: voor me zit een vrouw met een zenuwtic. Ze schudt haar hoofd steeds heen en weer. De bus rijdt snel  over de bochtige wegen, uiteindelijk ben ik weer misselijk en stop met lezen. Vanachter het busraampje: het groen van grasvelden op de heuvels, het groen van de bladeren van de bomen en struiken langs de weg. Alles is zo intens groen.
De Bed en Breakfast is minder ver lopen van de bushalte dan ik had gedacht. Het onthaal door de eigenaresse is vluchtig. 

Glengariff ligt aan de Bantry Bay. Het wordt aan de achterzijde omringd door bergen (Esk Mountain, Barraboy Mountain en Cobduff). ’s Avonds valt er mooi licht op het dorpje.

Zondag  Glengariff – Trafask
Het ontbijt is karig. Een kale man treedt de ontbijtruimte binnen, weet niet waar hij moet zitten en gaat ontdaan weer weg. Na een kwartier verschijnt hij weer en gaat voorzichtig aan het eind van de tafel zitten.
Regen en mist op de zondagochtend, mooi begin van onze wandelvakantie. De B&B mevrouw besluit dat we niet kunnen wandelen. Volgens haar moeten we het om 12:00 nog maar eens bekijken. Misschien kunnen we met de bagage mee naar de volgende halte. Ze belt de volgende B&B op om te zeggen dat we later komen. Voortvarende vrouw. Tegen het bemoeizuchtige aan. Nee, er over heen. We laten het op zijn beloop. Om 10:00 is het droog en vertrekken we snel.
We lopen het dorpje uit en alles is goed, we zijn weer op pad. Het is een relatief korte wandeling, we zijn wat later begonnen, maar hoeven ons niet te haasten. Volgens de beschrijving moeten we drie kilometer na de afslag een pad naar rechts nemen en het Nature Reserve ingaan. We komen weliswaar een pad naar rechts tegen, maar we hebben twijfels, het kan geen drie kilometer na de afslag zijn. Rechtdoor, maar na een kilometer lopen hebben we nog steeds geen pad naar rechts gezien.  Twee hardlopende Duitsers moeten uitsluitsel geven, de een is te omslachtig in zijn uitleg, de ander zegt geen woord. Het komt er op neer: ga rechtdoor, dan kom je er wel. Als de Duitsers uit het zicht zijn, keren we terug naar het enige pad naar rechts dat we zijn tegengekomen.  Het pad leidt al snel naar een riviertje,  dat we volgen, maar al snel krijgen we door dat we in de richting van Glengariff lopen. Families en gezinnen zijn bezig met een zondagmiddagwandeling in het park. Een sfeervol beeld, maar wij moeten nog een bestemming te bereiken vandaag. En met dit gedraal, schiet het niet echt op. We lopen terug naar de weg en gaan nu wel immer geradeaus.
We bereiken Commerkane Valley. Op een bruggetje nuttigen we onze lunch. Na de laatste hap begint het te regenen. Ik hul me in mijn regenpak. A. trekt alleen regenjas aan.  De markering geeft aan dat we het weggetje moeten verlaten. Een trappetje leidt ons over het hek. We volgen een stenig pad dat omhoog loopt. We bevinden ons in het ruige land: heide, stenen, graspollen, beekjes. Maar verder geen mens, zelfs geen schaap te vinden. Naast regen is er ook mist, we kunnen niet ver vooruit zien. De wind slaat de regen in mijn gezicht. Dan is weer even droog en begint het weer. We verlaten het stenige pad en gaan over zompig gras verder. Ondergelopen stukken grasland, modderige stukken.  Onderweg komen we een oudere vrouw tegen die terughoudend reageert als A. een praatje probeert te maken.
We passeren Toberavanaha Lough en driehonderd meter verder bereiken we een hek. Dit hek volgen we 1,6 km naar beneden. Het is zwaar lopen. In het modderige, zompige ondergrond zak ik steeds weg en kan ik mijn voet niet goed afzetten.  We zijn blij als we het asfalt weg bereiken. We slaan links af en komen bij een kruispunt. Beneden zien we Adrigole liggen. Het is even puzzelen hoe we bij ons B&B komen. Eigenlijk hoop ik dat we er al bijna zouden zijn, niets is minder waar, nog minstens drie kilometer doorsjouwen, gelukkig wel over asfalt.  Er is nog even verwarring, omdat in onze routebeschrijving een andere B&B (Ocean View) wordt vermeld. Op het schema staat echter Beachmont Farmhouse. Ik heb gisteren ook nog met Beachmond gebeld om vegetarische eten te bestellen. Dus dat zal het wel moeten zijn.
Het eten is niet denderend. Een gebonden soep vooraf. Een groot bord met droge schelpen pasta. Op een aparte schaal geroerbakte groente en een bonenprut. Gelukkig sla ik het toetje af: geleipudding.

Maandag  Adrigole – Castletownbere
Mistig, vochtig, grijs weer. Het regent nog niet, maar lang zal dat niet meer lang duren. We worden door de man van de B&B op weg gebracht naar Reen Bridge. Ik probeer met hem af te stemmen waar we precies op de kaart zijn. Maar hij heeft zijn bril niet bij zich en kan zich moeilijk op de kaart oriënteren.  Gelukkig was de weg hiernaartoe bekend terrein voor hem.
Eerst een stuk asfalt in de richting van Hungry Hill, altijd goed om mee te beginnen.  Achter het struikgewas zien we drie leuke bruine koeien. Na een paar kilometer moeten er toch weer aan geloven: de modder en nattigheid in. Mijn schoenen waren een beetje droog geworden maar zijn, en ook mijn sokken, meteen weer nat. Ik besluit het rustig aan te doen, niet te forceren, om ook een beetje te kunnen genieten. Het is inmiddels gaan regenen. We lopen bergopwaarts  en volgende de markeringspalen. De mist neemt toe en het is steeds moeilijker om de volgende paal te kunnen zien. Tot we er één helemaal niet meer kunnen vinden. A. is al in zuidelijke richting gelopen. Ik volg hem, maar zie dat we daar niet verder kunnen. Er is een hek en daar achter ligt de afgrond. Op een hoog punt kijk ik naar beneden maar door de mist kan ik niet ver kijken, ik zie geen paal. Maar op dit moment maakt het me ook niet zoveel uit. De genieting begint, in dit geïsoleerde, ruige, waterrijke landschap, de koele wind die tegen mijn hoofd waait, verfrissing en zuivering.  En wetend dat het goed komt.  We gaan terug naar de laatste paal. De mist trekt wat op, ik kijk goed in welke richting deze paal wijst en zie de volgende paal een stukje verderop.
Via de flanken van Hungry Hill (op Dingle was er ook een Hungry Hill, allemaal ontstaan in de 1850s?) lopen we in de richting van Bantry Bay. In een moment van helderheid kunnen we Bear Island zien.  Een volgende moment is de lucht verstopt en is er niets te zien. A. loopt een stuk vooruit terwijl ik een foto maak van een stenen eenzijdige brug. A: slechts een schim verderop.
 In de buurt van Park Lough glibberen we over een grote platte steen. Ik glijd weg en kan alleen stoppen door de markeringpaal vast te pakken. Het is voorbij het middaguur en de zon breekt nu echt door. De mist is opgetrokken, de regen gestopt. En op de natte stenen, op de natte struiken en in de plasjes is de schittering van zonnestralen te zien. Na Park Lough lopen we een stuk door een inham (Comnagapple Glen). We lopen langs hoge wanden van stenige bergen, van grote hoogte klettert er water naar beneden. Met dit mooie weer en in deze mooie omgeving lunchen we. Mijn hoofd wordt gevuld door het aanwezigheid van iets goddelijks. De rechtvaardiging om hier te zijn. Na de lunch: we moeten eigenlijk nog een lang stuk. En ook nog een stuk klimmen: op de flanken van de Knocknagree en de Maulin.  Maar het is mooi weer. Verder op zien we Bantry Bay en de kuststrook.  Ten noordwesten van Castletownbere moeten we nog een flinke curve maken. We zien er af, gezien de vermoeidheid (want het lopen op de zompige ondergrond put flink uit) en de ook de tijd. We zakken af naar Castletownbere en komen om 17:10 aan bij onze B&B. De B&B ligt op een heuvel en is groot en professioneel. Er is net een groep wat oudere dames uit Canada, USA en Engeland gearriveerd. Een labrador komt met een stuk leer van een voetbal om te spelen.
Na de hele hoofdstraat te hebben doorgenomen kiezen we voor de Chinees. Er is nog een andere gezelschap: Nederlanders. Natuurlijk luidruchtig. Na het eten zoeken we McCarthys bar op. De barvrouw volgt de finale van de US open op haar laptop. Zij is vurig supporter van Andy Murray. Er ontstaat de nodige interactie met mede-tennisliefhebber A. 

Dinsdag  Castletownbere – Bear island – Castletownbere
A. heeft van 2 tot 3 wakker gelegen vanwege lawaaierige buren: twee mannen die op luide wijze arriveerden en op luide toon hun gesprekken voerden. Vaag herinner ik me iets van stemmen dat ik even gehoord heb. A advantage of the Single Sided Deaf (SSD).
Lekker  ontbijt! Pannenkoek met jam, goede muesli en fruit. We bestuderen de folder van de boten naar Bear island en ontdekken dat we de volgende boot van 9:30 niet zullen halen en dat we pas om 11:30 naar het eiland kunnen.  Volgens mij heb ik de twee antisociale buren ontdekt. Twee vijftigers die slaperig aan het ontbijt zitten. Maar zeker weten doe ik het niet, toch voel ik boosheid, en doe mijn best mijn boosheid en de mannen te negeren.
Boot: een soort sleepboot, van binnen rommelig, bekleding banken is op diverse plekken kapot. Er zijn een stuk of tien passagiers; de meeste toerist, een paar inhabitants. De boodschappen uit de supermarkt zijn in kratten opgestapeld.
Er gaat een grote vrachtwagen mee, die beslaat het gehele dek. Ik voelde me vanochtend brak en had hoofdpijn. Het gaat nu beter, de frisse wind brengt verlichting.
Op het eiland maken we een wandeling (acht kilometer) op het westelijke gedeelte van het eiland.  Ook hier kunnen we de paaltjes volgen. Gelukkig is de ondergrond niet zo nat, en lopen we over asfalt en verharde paden.  We raken even de weg kwijt bij Naglas point. We zakken af naar de kust terwijl we links moeten aanhouden. We kunnen de vuurtoren zien, maar zien ook dat er vanaf hier geen pad daar naar toe loopt. Tussen ons en de vuurtoren zit voornamelijk water en rotsen. Halverwege de heuvel loopt een weg die ons daar wel naar de gewenste plek brengt.  Dan volgt de discussie: hoe het pad te bereiken?  De voorzichtige variant (van mij natuurlijk): teruglopen en het pad een stuk terug oppakken. De spectaculaire variant (A.): rechtstreeks, klimmen en klauteren en niet lullen. We nemen ieder onze eigen variant.  Als ik eenmaal het pad bereik: wat als A. naar beneden knalt, wat vertel ik zijn familie? Maar A. zit al op een steen als ik het afgesproken punt bereik.
De vuurtoren (Ardnakinna point) en onmiddellijke omgeving blijkt privé terrein te zijn.  We keren meteen om en zoeken een mooi plekje bovenop de klif. Tijd voor lunch. Ik heb drie variaties humus om op brood te smeren. Het is de eerste echt goede dag.  Regen en mist ontbreken, af en toe zon, rond de twintig graden. Op sommige momenten winderig, maar dat is het hier aan de westkust altijd.
Na de lunch lopen omhoog de heuvel op. Op het hoogste punt staat de Signal Tower. Deze wachttoren deed dienst tijdens de oorlogen met Napoleon. Nu ligt er nog het fundament en staat er nog een meter muur overeind. Na de toren dalen we af en hebben we de keuze om er nog een lus aan vast te knopen of terug naar de pier te lopen.  Ik voel me goed, ik voel me hier thuis, om hier in deze rustige heuvels rond te lopen, met de wind, de stenen, de groene hellingen en de schapen om me heen, ook al zouden we pas om zeven uur terug in de B&B zijn. A. wil toch rechtstreeks naar de pier, dan zijn we om half vijf terug. We doen het laatste, op zich verstandig. Via geasfalteerde weggetjes lopen we terug naar de pier.
’S avonds: toch weer lastig om een eetgelegenheid uit te kiezen. Niet de Chinees van gisteren. We kiezen voor een tearoom – annex restaurant.  Lekker gegeten met patat/salade en iets wat ik nu niet meer kan lezen in mijn aantekeningen. Als toetje: carrotcake. De oat is wat aan de grove kant en het ligt tamelijk zwaar op de maag. Een biertje bij McCarthy. Later: op wikipedia lees ik dat de schrijver (die het bezoek aan de kroeg  met dezelfde naam als zijn achternaam in zijn reisboek over Ierland beschreef) in 2004 is overleden.  Geen voetbal op tv, de fanclub van Andy Murray is er helaas ook niet. Jammer want in geval van overwinning van Murry zouden we dat vieren (en dat was het geval).

Woensdag  Castletownbere – Eyeries
Buiten Castetownbere, in een weiland direct aan het wandelpad, bevindt zich op een lichte verhoging een stenen cirkel. Acht stenen staan nog overeind, een stuk of vier zijn omgevallen. Boven de stenen: een donkergrijze wolk, witte wolken en flarden blauwe hemel. De Ierse grilligheid. We vervolgen onze weg. Na een paar honderd meter kom ik er achter dat ik mijn pet heb laten liggen. De oude Keltische geesten roepen mij terug. Ik maak bij de stenen contact met de aarde en prevel dat ik ze heb opgemerkt. Daarna loop ik een rondje (clockwise) om de cirkel.
We volgen een paar kilometer het rustige asfaltweggetje. De markering wijst ons landinwaarts: een modderig, stenig padje. De mist is er weer, en het is inmiddels zachtjes begonnen met regenen.  We passeren de flanken van de Miskish Mountain. Daarna volgt de afdaling. Na een stukje pad leidt de Beara Way ons via een heideveld naar Common west. Ik vergis me in een heidestruik, er zit geen grond onder, en maak een flinke smak, gelukkig zonder gevolgen. A. maakt tientallen van dit soort smakken.
Voor de lunch vinden we een beschutte plek met uitzicht op de Miskish mountain waar we niet over een zijn gekomen maar wel om heen zijn gelopen. Het is wel uitkijken met het stekelige, grasachtige onkruid.
Er is een optie om rechtstreeks via de weg naar Eyeries te lopen of om dit via de kust (met een lus!) te doen. Het is weer mooi weer: witte wolken en felle zon die het water doet schitteren. We kiezen voor de kustroute, het is ook pas in de voor-middag. Ik fotografeer een meeuw in zijn vlucht. Vanaf deze afstand zijn de fel gekleurde huizen van Eyeries goed te zien. Het dorp heeft gefungeerd in diverse films waaronder the purple taxi met Peter Ustinov en Fred Astaire en tv series.
Als wij door het dorp lopen is het verdomd uitgestorven. Het enige restaurant is op woensdag gesloten. Bij het dorpswinkeltje koop ik kaartjes en postzegels. Onze B&B ligt een kilometer buiten het dorp. Voor het eten zijn we weer aangewezen op de vrouw des huizes. Vanavond eten? Geen probleem? Vegetarisch? Ook geen probleem.
Er zijn nog twee gasten: een ouder Engels (Essex) stel. Tijdens de wandeling van maandag waren we ze al tegengekomen. Ze zaten ook op de boot naar Bear Island. De man was onwel geworden op de boot en afgevoerd naar het ziekenhuis in Bantry. Hij is onderzocht, maar er is niets verontrustends ontdekt. Ze lopen de zelfde wandelvakantie als ons. Maar gaan het nu rustig aan doen.
Het eten is lekker. Een blik Guiness erbij.

Donderdag  Eyeries – Lauragh
Dochter van de B&B-eigenaresse verzorgt het ontbijt. Ze is erg vriendelijk, is oprecht geïnteresseerd. Ze werkt in het ziekenhuis van Bantry, op de afdeling Boekhouding. Ze heeft nu vakantie en valt in voor haar moeder die aan het farmen is. Met de auto brengt ze ons zes kilometer op weg.
We lopen een stuk langs Coulagh bay, dan slaan we landinwaarts richting Lough Fadda.
Pluggen aarde, water druipt naar beneden, soms een straaltje dat naar beneden stroomt.  Zompige, natte ondergrond. Maar het is goed te doen. Niet zo veel te klimmen. We passeren Lough Fadda, bereiken een asfaltweggetje en slaan linksaf. Na Cleanderry slaan we rechtsaf het open land weer in. Het is nu wel klimmen. Links van ons zien we de baai. Rechts zien we in het dal Ardgroom liggen. Bij het afdalen is het uitkijken: de stukken steen waar we over lopen zijn vaak glad. Ik stoot mijn schoen en de (gelijmde) voorkant laat weer los. Voor de vakantie had ik hem laten lijmen, het valt me nog mee hoe lang hij het heeft uitgehouden. De schoen van A. is al dagen aan het schuren en valt bijna uit elkaar. Twee dagen met  een flapperende voorkant houd ik het wel uit.
In Ardgroom gaan we naar een café voor lunch: een bagel geitenkaas. Smaakt goed. We zitten in het eetgedeelte van het gebouw, aan de andere kant is een winkeltje. Ik neem nog een chocoladetaartje.  Heerlijk een uur gezeten.
Nog in Ardgroom: een doorgang tussen een huis en een schuur van opgestapelde stenen, behalve het ijzeren hek zou dit 1854 kunnen zijn. We lopen het plaatsje uit en kunnen nog een paar kilometer over een minor road lopen. Voor een Stone circle wijken we nog een stuk van het pad af.  Een paar honderd meter door een natte weiland en we bereiken de circle. A. blijft op een afstandje. De circle mist een aantal stenen en er is meer sprake van een U-vorm. Maar het is een machtig gezicht: de stenen met als achtergrond de baai.
Er volgt nog een drukke weg, een stuk door open landschap en aan het eind is de weg beschut door bomen.
Ik hoop dat we onderweg in Lauragh een pub/restaurant tegenkomen waar we vanavond heen kunnen gaan. Niet dus. We komen weinig bebouwing tegen, kennelijk ligt de kern van het plaatsje (als die er is) niet op de route. Onze B&B ligt zeker twee kilometer van de bewoonde wereld. Het wordt weer een avond zonder pub.
Dit keer zeer lekker gegeten.

Vrijdag  Lauragh – Kenmare
De eigenaresse van de B&B is voortvarend. Ze heeft geregeld dat we morgen met de Engelsen een taxi van Kenmare naar Killarny zullen delen.
We worden weer door de eigenaresse zes kilometer op weg gebracht. In de auto vertelt ze dat het toeristenseizoen bijna voorbij is. In oktober kan ze op vakantie naar Nice, eindelijk, eindelijk, daar kijkt ze al lange tijd naar uit. Zonder haar man, die geeft daar niet om, die vind het niet nodig om Ierland al is het maar voor een dag te verlaten (ik zou er hetzelfde over denken). Ik kon het niet laten: onderwerp de financiële crisis in Ierland. Volgens haar treft het vooral mensen in Dublin. Maar daar ligt het uurloon ook veel te hoog. Laatst was er een man uit Dublin die een ochtendje voor hen werkte en daar € 350 voor vroeg. Geen wonder dat die stedelingen werkeloos raken. Die lui gaan vier keer op vakantie (A. en ik voelen ons enigszins aangesproken) en bouwen geen reserves op.
We beginnen de wandeling met een klim. Veel zompige stukken.  Op de helling van Knocknagarrane is het tijd voor de lunch, maar de plek die we op het oog hebben wordt geteisterd door de midgets (In Ierland nog niet zo vaak meegemaakt). We lopen dalen de berg verder af. Tussen Cloonee Lough en Lough Inchiquin is een asfaltweggetje. Deze gaat een stuk rechts om Loug Inchiquin heen, vervolgens wijkt het pad van het meer af. Het asfalt eindigt, en we maken ons op voor een stuk over zompig grasland. Het is winderig, we zoeken een beschut plaatsje voor de lunch. We kijken uit op een paar standing stones. Na de lunch bereiken we na een paar kilometer een asfalt weggetje. We slaan linksaf en lopen in de richting van de Kenmare River. Via een minor road wandelen we op ons gemak het laatste stuk van de wandelvakantie naar Old Kenmare waar onze B&B zit. Dachten we.  Want als de vrouw van de B&B de deur opendoet, is ze erg verbaasd. Ze zegt dat ze vol zitten, dat er sprake is van een misverstand. Ze stamelt, ik denk eerst dat ze Oosteuropees is. Ze brengt ons naar een andere B&B, een paar kilometer ten Noorden van Kenmare. Die blijkt van haar zus te zijn. Een groot huis, erg netjes en schoon van binnen. We worden vriendelijk verzocht om naar binnen te gaan, terwijl de zussen nog even een goed gesprek met elkaar voeren. In onze kamer moet er nog een bed van beddengoed worden voorzien.
We lopen twee kilometer naar Kenmare. Het plaatsje heeft een paar drukke straten met pubs, restaurants en souvenirwinkels.  We kiezen een beetje prijzig, druk restaurant (het is vrijdagavond). De levendigheid na de dagen van verplicht eten in de B&B is wel weer leuk. De enige vegetarische optie is een risotto. We krijgen er groenten bij.  Een Guiness maakt het feest compleet.
Op de terugweg: tijdens de laatste kilometer naar de B&B is het stikdonker. Gelukkig heb ik het mijnwerkerslampje van thuis mee genomen.

Zaterdag  Kenmare – Killarney – Cork – Arnhem
Ultieme netheid in de B&B: bij thuiskomst vinden we ons schoenen in een plastic zak. De vertrekken zijn er ruim, steriel, licht bruin. De vriendelijkheid en dienstbaarheid is professioneel. Bij het ontbijt: er zijn ook andere gasten, die had ik gisteren niet opgemerkt. Uit Amerika.
De gedeelde taxibus naar Killarney. Er wordt weinig gesproken.
Busstation Killarney: A. moet iets kopen in een sportzaak, uiteindelijk worden het sokken.
De bus naar Cork: de mensen die onderweg instappen, geven een naargeestige indruk, maar dat kan aan mijn geest liggen. De vrouw die in de stoel voor mij gaat zitten: er druipt kwijl langs haar mondhoeken naar beneden. Bij nader inzien zou het ook om een litteken kunnen gaan.






 

 

 



 




Ierse tradities kom je overal tegen, onder andere in de pubs, de Keltische muziek is cultureel erfgoed. Of het te verstaan is, is een ander verhaal, het Keltisch is een taal op zich.
De gastvrijheid van de Ieren is dagelijks aanwezig in de kleine bed and breakfast waar u overnacht.

Verder naar het noorden liggen de Burren Way, Connemara en het meest noordelijk, tegen Noord-Ierland aan, de Donegal Way.

Reisverslag Donegal Way in juli


  •  
  •  
  •  
  •  

 

 
Donegal – The Bluestack Way - reisverslag
Een mooi reisverslag van de 8 daagse reis naar Donegal. Lees het hier als voorbereiding op uw reis.
Met dank aan 2 enthousiaste wandelaars.

Donegal – The Bluestack Way

Dag 1 Arnhem – Schiphol – Dublin - Donegal
Op het vliegveld van Dublin stappen we in de bus die rechtstreeks naar Donegal gaat. Gedachten van te voren: deze bus zou wel eens vol kunnen zitten, het is immers toeristentijd. De realiteit: plek zat. Na Dublin rijden we door een licht glooiend landschap. Licht groene weilanden met ordelijke houten hekken er om heen. Later wordt het ruiger. Ik wil het landschap opslurpen, later word ik misselijk en houd daar mee op. We rijden, aan het eind van de rit, ook nog een stukje door Noord-Ierland, met een stop in Enniskillin. Ik herken het kasteel, de vlaggen van mijn verblijf hier in 2000.
Achterin de bus zit een man die nogal lijkt op Vinnie Jones; zingend “Ain’t no sunshine when she is gone”. Verder kletst hij met een paar jonge meisjes in zijn buurt. Van de helft van zijn leeftijd of nog erger.
Het guesthouse bevindt zich in het noordelijke gedeelte van Donegal stad (wijk Drumroosk middle), zo’n twee kilometer uit het centrum. Chique gastvrouw, haar man is “a chef”. We overwegen te dineren bij het guesthouse, maar vinden het te duur. Volgens de gastvrouw zijn de prijzen gerechtvaardigd, want er staat wel een chef-kok in de keuken! We lopen de twee kilometer terug naar het centrum en eten daar iets.
Na het eten: we staan bij de haven (20:15), met de blik vooruit is daar de oceaan. Links: Donegal Abbey. Het is een Ierse avond: wolken in verschillende soorten wit en grijs, in diverse vormen, steeds veranderd door de stevige wind, boven donker blauw golvend water.

Dag 2 Donegal – Letterfad 20 km,  440 m hoogteverschil
De vrouw van het guesthouse wijst op ons op een korte route om de Bluestack way op te pakken. Ik begrijp er niets van. Met behulp van de kaart vinden we onze weg.
We lopen op asfaltwegen, in de richting van Lough Eske. Er rijden relatief veel auto’s, waarschijnlijk gasten van de hotels die bij het meer liggen.
Aan het meer ligt de ruïne van Lough Eske castle (bouwjaar 1621: door een brand verwoest). Er is vanaf de weg weinig van te zien, er staat een hotel voor. Een andere bezienswaardigheid missen we ook: de Famine pot. Die kunnen we namelijk niet vinden. Misschien staat daar ook wel een hotel boven op. We pauzeren even bij Lough Eske, waar ik twee foto’s neem. Het lukt me om te kijken: naar het wuivende riet op het water, een lang potige insect die over het water schaatst (ik noteer hier “ het schrijvertje”, maar op Wikipedia lees ik dat een schrijvertje een draaikever is), de rimpeling in het wateroppervlakte.  We hervatten de wandeling, even verderop ontdekt A. een waterval vlak bij de weg. Het water stroomt naar een riviertje dat uitkomt in Lough Esk. Het asfaltpad gaat over in een steenslagpad dat om Banagher Hill heen loopt. De heuvels in de omgeving zijn kaal, in de valleien is er meer begroeiing. We pauzeren bij de ruines van een huis waar we beschutting tegen de wind vinden. Het is grijs, de zon laat zich niet zien, maar gelukkig regent het niet.  
Bij Letterfad zijn de bruine velden bezaaid met plastic zakken. Heel even denk ik aan het dumpen van giftig afval. Maar snel: turf. Verderop zijn er mensen turf aan het steken. Ook lopen we langs een veld waar het turf al wel gestoken is, maar nog niet in de zakken is gestopt. De plaggen turf staan tegen elkaar aan gestapeld en vormen een torentje. Volgens de gastvrouw van het guesthouse wordt de turf afgegraven door mensen uit de regio die het voor nostalgische redenen en voor het verlagen van de energierekening gebruiken. Een bordje van de landeigenaar waarschuwt dat de turf voor september van het land moet zijn gehaald anders dreigen er gerechtelijke stappen.
De laatste vier kilometer gaan over asfalt naar Letterbarra. Eindhalte O’Neills pub vinden we niet (later blijkt dat we 100 meter voor de pub zijn opgehouden met zoeken). Bij de Bluestack visitor centre bel ik (vind dat ik mijn verantwoordelijkheid moet nemen) naar het guesthouse.
We worden opgehaald door een taxi. De chauffeuse houdt van een praatje. Haar nicht woont in Nederland. Toen ze haar nicht bezocht nam ze op Schiphol de verkeerde trein. Ze werd goed geholpen, dus Nederlanders zijn volgens haar aardige mensen. Ze adviseert ons te eten in de Harbour inn en te drinken in de Reel inn.
Dat advies volgens we op. Het eten in de Harbour inn is matig tot redelijk. In de Reel inn zijn er drie local drunks. Drunk 1: grote vent met blond lang haar en baard (een Botman) die de toeristen naar hun herkomst vraagt en gevatte opmerkingen maakt. “Birmingham? You’ve escaped just in time”. Drunk 2: klein miezerig mannetje (Baldrick) die de gehele tijd zingt. Drunk 3: dronkaard die er niet echt als dronkaard uit ziet (maar het wel is, dat blijkt als hij op staat en probeert te lopen), hij zit vlak bij de dansvloer en wil niet van zijn plaats komen als het dansen begint.
Er wordt een traditionele dans opgevoerd door twee meisjes (13 en 16 jaar oud). De Gillespie girls licht de taxi chauffeuse de volgende ochtend toe. Ze komen uit een dansfamilie.
Nadat de meisjes onder begeleiding de pub hebben verlaten, is het tijd voor de muzieksessies. Vinnie Jones loopt de pub binnen, een gitaar in zijn hand. Hij mag echter alleen mee tokkelen. Zingen ziet er niet in, dat mag alleen in de bus.

Dag 3 Letterfad –Glenties 14 km 370 meter hoogteverschil.
We worden een stuk op weg gebracht door dezelfde taxi chauffeuse als gisteren. Het gesprek komt op de rellen in Londen en andere Engelse steden. De vriendschappelijke voetbalwedstrijd Engeland – Nederland is zelfs afgelast. Zij ziet de oorzaak in een verkeerde opvoeding, afwezige ouders. Zelf heeft ze in Zuid-Engeland gewoond en weet hoe het er aan toe gaat in Engeland. De politie treedt niet hard genoeg op. Verder nogal rechtse praat:  Poolse arbeiders moeten naar huis en niet uitkering gaan trekken, uitkeringsgerechtigden wordt het te gemakkelijk gemaakt,  terwijl zij hard moet werken. Ik vraag nog naar de financiële crisis maar die speelt volgens haar voornamelijk in Dublin af.
Het regent als we uit de taxi stappen. Toch kiezen we voor de natte route, dwars over Cloghmeen Hill en Laughnabrogue. Over het zompige gras, later wordt het een blubberige moeras, met hier en daar plukken veen, een soort van flipperkast landschap. Mijn rechterschoen zakt een keer een eind in de blubber weg. Nat van boven en beneden, en ik ga door de grens van terughoudendheid heen. Het maakt me niet meer uit, ik voel me goed. Ik zing, in reactie op de gebeurtenissen in Engeland, een nummer van The Smiths: “Panic in the streets of London. Panic in the streets of Birmingham.” Ik voel me verbonden met deze natuur; het water dat overal aanwezig is. Na de afdaling komen we bij een asfaltweggetje. Hier houden we halt voor een lunch in de regen. Honderd meter verderop zit een schaap met zijn poot vast aan het draadhek. Als ik hem nader, probeert hij zich los te rukken. Gelukkig kalmeert hij en kan ik zijn hoef uit het draad bevrijden. Hij blijft een tijdje beduusd staan en gaat daarna hinkend grazen. Een rode landrover arriveert. De bestuurder stapt uit en inspecteert de schapen. Ik informeer hem over de schaap dat vast zat en mogelijk gewond is. Hij bedankt me en merkt op dat ik “a good man” ben. Volgens hem is het schaap niet erg gewond en zal wel herstellen. Ergens bekruipt me het gevoel dat het schaap vervelend is geweest en hij hem aan het hek heeft vastgelegd. Aan de andere kant lijkt het me een vriendelijke man. Maar dat zegt natuurlijk niets.
De regen stopt niet en er waait een stevige wind. We lopen stuk over een modderig pad, langs de rand van het bos. We hebben weinig pauze genomen en krijgen onderhand zware benen. We naderen Glenties, het uitstapje naar Lough Anna slaan we over. Om half drie arriveren we bij onze B&B. Het is een kleinschalige B&B. Mensen van wie de kinderen het huis uit zijn en een paar kamers over hebben. De gastvrouw wil onze regenkleding in de wasmachine doen, centrifugeren om het droog te krijgen. Ik bel snel P. om te vragen of dit wel kan. Maar het kwaad is al geschied. We krijgen thee in de woonkamer. Het is 17:50 en de lucht wordt al wat lichter.

Dag 4  Glenties – Lough Nacroaghy – Glenties 14 km 130 meter.
De etappe begint mistig en miezerig. Het miezeren houdt na een tijdje op, de mist blijft waar hij is. Na een stukje langs een grote weg slaan we een minor road in. Het pad begint te stijgen, we lopen verder weg van de bewoonde wereld. Het asfalt houdt op en gaat over in een modderpad. Een oudere man loopt ons tegemoet en begint een praatje. Hij heeft hier een stuk land waarop nog 25 schapen grazen. Het is voor hem een hobby. Na deze korte introductie begint hij over zijn frustratie: een Duitser die hier paardentours organiseert. Dit gebeurt zonder overleg met de landeigenaren over wier land de paarden lopen en galopperen. De paarden vernielen de paden met hun hoeven (gaten, modderpoel), hekken worden niet gesloten. De Duitser maakt reclame via internet; zijn klanten komen uit diverse landen.
De man vertelt verder dat april een zeer warme en droge maand was. Er zijn zelfs veenbranden ontstaan. Over turf: droogtijd is 4 weken. Dit natte weer zorgt er voor dat het droogproces flink wordt vertraagd.
We hervatten onze tocht, de oude man loopt met ons mee. We wandelen vlak langs Lough Laragh, door de mist zien we echter niets van het water, het is een dikke, witte wereld. Hij wijst ons op de kuilen en gaten die door de paarden zijn veroorzaakt. In een van de gaten is er stromend water (!) te zien. Bij de asfaltweg nemen we afscheid van de man. Hij biedt ons nog een lift aan, maar dat slaan we af.
We letten niet goed op en missen we een afslag naar rechts. We lopen ruim een kilometer te ver door en naderen de Gweebarra Bay. De mist is opgetrokken, we hebben een mooi uitzicht, maar beseffen dat we fout zitten. Volgens de kaart moesten we al ver voor de baai afslaan. We gaan eerst maar eens lunchen. Vier (jonge) dames op paard passeren, klanten van de beruchte Duitser vermoeden we. Volgens A. zijn het Franse dames omdat ze ons “bon apitite” toewensen. Ik heb dat natuurlijk niet verstaan. Aan de andere kant maken de Ieren, Engelsen etc. ook veelvuldig gebruik van deze uitdrukking.
Na de lunch lopen we terug en pikken de route weer op. We passeren Lough Nagarmaman waar ik het wuivende riet weer probeer vast te leggen. We komen aan bij de ruïne van een huis en een schuur. De schapen die rond de overblijfselen rondscharrelen hebben er met behulp van de regen een modderbende van gemaakt. De markering (die op deze route toch al vrij schaars is) houdt hier op. Volgens de kaart moeten we noordoostelijke richting aanhouden. Met behulp van het kompas gaan we, na een klim over een hek van staaldraad, op weg. We beklimmen de heuvel, de ondergrond is zompig. Het is mistig. A. maakt zich zorgen omdat Lough Nacroaghy maar niet verschijnt. Volgens mij gaan we goed. Ik zie links twee toppen (Derk beg en Mulnamin Hill) bij elkaar liggen; dit is overeenkomstig de kaart. Dat we niet zo snel vorderen komt door het terrein, mijn inschatting: 1/3 van de (normale) snelheid op asfalt.
Uiteindelijk zien we Lough Nacroaghy liggen en is er ook bij mij opluchting. Later vertelt de eigenaresse van de B&B dat ze hier een keer gast van haar (een Amerikaan)telefonisch de weg heeft moeten wijzen.
21:20 Glenties. Een beetje troosteloos. In de troosteloosheid kan er ook geborgenheid zitten (wat van binnen een warm gevoel geeft; dat gevoel heb ik ooit ondervonden in Fort William en dat lijkt op dit gevoel, in het donker en in de verlatenheid rondlopen, er is niets, werkelijk niets). In Roddy’s bar en Barney’s bas zitten de regulars. Een hoofdstraat waar het allemaal gebeurt. Cost cutter en co-op en afhaal en fastfood restaurants. Mensen komen hier met de auto en gaan weer snel weg met de auto. De straat weer verlaten achterlatend.

Dag 5  Glenties – Ardara 12 km.
Vandaag hebben we grotendeels langs de Owendea River gelopen. De meeste tijd regent het. Miezerregen, even harder, dan stopt het en begint het weer. Mijn schoenen en sokken zijn doorweekt van het natte grasland. Langs de rivier komen we vissende mannen tegen. We passeren stukken bos die in april in brand hebben gestaan, verkoolde geraamtes waar weelderige groene bomen hadden moeten staan. Een boom langs de rivier is de afgelopen, voor Ierse begrippen, strenge winter kapot gevroren. De visser vraag waarom ik nu juist van die boom een foto maak.
De rivier stroomt in de richting van Loughros Bay, we slaan linksaf richting Ardara. Als we het plaatsje naderen is het uitzicht op de baai en de kliffen aan weerzijden imposant. Ardara is, in tegenstelling met Glenties, een levendig dorp. We hebben moeite om de B&B te vinden omdat het verkeerd op de kaart is ingetekend. Uiteindelijk ligt het bijna twee kilometer buiten het dorp. Het onthaal is zeer vriendelijk met thee en muffins. Naast het huis grazen de schapen. Ook in dit huis zijn er veel foto’s van de kinderen (in verschillende stadia: kindertijd, trouwen, de kleinkinderen). Ook in de vorige B&B was dit het geval.
Gegeten bij Nancy’s: een vreemde bonenburger en 3 aardappelen in een schil, Guiness cake toe want ik heb nog honger. Een Amerikaan met een vreemd baardje spreekt ons aan, vraagt wat voor taal we spreken, hij dacht eerst aan Gealic, dacht daarna aan Duits. Zegt dat hij een taalkundige is, daar geloof ik niet veel van, of hij is een slechte. We drinken nog een Guiness in een pub waar zich voornamelijk mannen ophouden. Op het laatst spreek ik een varkensboer uit Mulligan (hij is hier voor de agrarische tentoonstelling/beurs van morgen). Ik kan hem niet verstaan, hij spreekt onduidelijk en formuleert niet helder.

Dag 6  Maghera strand – Glencolumbkille 20 km 630 m.
We worden door een taxi een stuk op weg geholpen. Onze tocht begint ter hoogte van Maghera Strand. We lopen eerst een kilometer of vijf op asfalt. Het gaat vrij steil omhoog, wat wel mooie uitzichten op de achterliggende omgeving geeft. Af en toe valt er een bui. We verlaten het asfalt en lopen het open land in. Het terrein is erg nat: ik spring van het ene min of meer droge stukje naar het andere min of meer droge stukje.  
Via de flanken van de Crockuna lopen we naar de Glen River. Na het bereiken van het asfalt lunchen we; we zitten op een stenen brugje. De schapenboer, eigenaar van deze weg en dit land, komt een praatje maken. Het is duidelijk dat hij onze intenties komt peilen.
De wandeling gaat verder over asfalt in de richting van de Atlantische Oceaan. Het landschap is prachtig. Met gras begroeide, stenige heuvels. Door de vallei kronkelt een riviertje, het water is ook op weg naar de oceaan. Als we de oceaan bereiken, barst de regen los. Via de Faugher mountain lopen we door naar Glencolumbkille. Op de berg is de bui al weer overgewaaid.
Vanavond overnachten we in een Guesthouse. We eten bij An Cuishin; vriendelijke bediening, lekker gegeten. Na het eten wandelen we nog een stukje. Vanaf een bankje zien we de buien boven de oceaan. Langzaam komen ze onze richting op.
We drinken nog een Guiness in Biddens crossroads. Het is vol, we zitten noodgedwongen aan een tafel met een familie. Kinderen, vader, moeder even weg, grootouders.

Dag 7  Carrick Pier – Slieve leauge – Kilcar
We kunnen toch naar de Slieve League! De eigenaresse van het Guesthouse heeft met de chauffeur van onze bagage afgesproken dat hij ons tot aan de voet van het gebergte zal brengen. A. geeft hem € 5 fooi omdat hij een stuk moet omrijden.
Een asfaltpad voert langzaam omhoog. Het asfalt houdt op en gaat over in steenslag. Er is geen pad meer als we in de richting van de top lopen. We bewegen over een zompige, modderige ondergrond. Bovenop is het winderig en koud. Volgens A. is het hier lang niet zo mooi als op de Cliffs of Moher. Ik vind het hier indrukwekkend, de afgrond naar het water is reusachtig. Het weer is grillig: plotseling wordt het mistig en gaat het regenen, vervolgens verschijnt er een blauwe lucht. Dit gaat een tijdje zo door. Ik klauter verder langs een modderig pad en een smal richeltje (One man’s pass) naar de daadwerkelijke top van de Slieve League. A. volgt me niet. Ik klauter, glijd af en toe weg. Op de top van de Slieve waait het nog harder, alsof ik een speelbal van God ben geworden. Ik steek mijn handen in de lucht. De grijze en de blauwe lucht, de zon en de regen wisselen elkaar af. Dan opeens het besef dat ik weer terug moet. Langs die smalle richel met deze wind lijkt het me een hachelijke onderneming. Aan de andere kant: er komt een oudere man met een vieze muts op zijn gemakje over de richel naar mij toe lopen. Een leprachaun wellicht! Ben ik in de Andere Wereld beland? De man loopt me voorbij, zonder een merkbare groet. De mist lost weer op, het is weer blauw, de terugtocht lijkt opeens aannemelijk. De man met de muts is verdwenen.
We dalen snel af naar beneden. Later krijg ik last van mijn knie. Een blessure die lijkt op die van 2004.
In Carrick schijnt de zon. We rusten nog even bij een riviertje waar man staat de vissen bij een bordje “verboden te vissen”. Het groen van het gras, de lichtgroene schittering van de door zon beschenen bladeren. Het is zo mooi en intens. Voor het bereiken van de B&B krijgen we als afscheidscadeau nog een laatste regenbui over ons heen.
’s Avonds lopen we naar Kilcar. Er is geen restaurant in het plaatsje. We kopen een pizza in een supermarkt, die ter plekke wordt opgewarmd. De pizza eten we, na toestemming gevraagd te hebben, in een pub. Een Guiness erbij.

Dag 8  Kilcar – Donegal – Dublin – Schiphol – Arnhem
Voor de B&B ligt in een stuk weiland met de monding van de oceaan een prehistorisch ringfort. Waarschijnlijk een strategisch punt. Het valt me op dat het fort aan de kleine kant is.
We zouden met de bus naar Donegal kunnen, maar een paar kilometer met de rugzak naar de bushalte in Kilcar lopen, vinden we geen goed idee. De avond ervoor regelt de B&B –eigenaar voor € 40 een taxirit naar Donegal.
De taxi chauffeur praat er lekker op los. Vroeger werkte hij in de scheepsvaart. Door concurrentie van goedkope arbeidskrachten uit andere continenten werd hij gedwongen om ander werk te zoeken. Hij vindt het nog steeds jammer.



 








Ierland.jpg

Klimaat

Ierland ligt het meest westelijk in Europa en vangt vaak de eerste regen en wind op.  Vooral in het westelijk deel. Maar waar wind is, waait het ook weer snel ‘open’ dus de zon zal zich ook regelmatig laten zien. Goed weer om te wandelen.
Het heeft milde winters, nooit echt koud en redelijk koele zomers. 

Zie hier alle wandelreizen naar Ierland