Ladakh Wildlife: Algemeen

Wildlife special
De reis begint met een spectaculaire vlucht van Delhi naar Leh. Om aan de hoogte te wennen, zullen we de eerste dagen in Leh en omgeving verblijven, en een prachtige 2-daagse excursie door de Indus rivier kloof ondernemen naar de kloosters en tempels van Alchi, Lamayuru en Bazgo. In Lamayuru zullen we, bij de reis die vertrekt op 23 juni, een schitterend gemaskerd dansfestival zien, uitgevoerd door de monniken van het klooster.
We brengen verder bezoeken aan het Ladakh Ecological Centre en de Snow Leopard Conservancy, waar we een voordracht krijgen over deze bijzonder katten en hun habitat. Daarna gaan we op 9-daagse trekking, we beginnen in het dorpje Zhingchen, mooi gelegen in de Rumbak kloof en we eindigen in Meru. We lopen door het gebied van het Hemis National Park en onderweg zullen we enkele dorpjes aandoen en kamperen we bijna altijd in de wilde natuur. Er zal een lokale expert op het gebied van wild en natuur meegaan. Deze gids zal sporen en tekenen van de lokale sneeuwluipaarden en andere dieren en vogels aangeven. Met een beetje geluk kan het mogelijk zijn één van deze uiterst schuwe katten te zien.
Verder is er kans op het zien van blauwschapen, ibex en Argali Schapen, en tevens is het het leefgebied van de steenarend, lammergier, Tibetaanse sneeuwhoen, steenpatrijs en vele andere bijzondere vogels.
We lopen door een adembenemend landschap van kleurrijke sedimentgesteenten en hogerop langs de zomerse bloemen- en kruidenvelden, waarbij we vele bergpassen overgaan en tot aan het basecamp van de Kantaka en Kangri bergtoppen gaan, waar we excursies tot op de gletschers maken. We eindigen in Meru, waar we ook nog het lokale klooster bezoeken. Vanaf hier rijden we weer terug naar Leh, alvorens we de terugreis naar Delhi en daarna Amsterdam aanvaarden.
Van dag tot dag
Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.
dag 1
De vlucht van Amsterdam naar Delhi. We komen `s avonds laat aan en gaan van het internationale vliegveld naar het domestic vliegveld.
dag 2
’s Morgens in alle vroegte checken we in voor de vlucht naar Leh. Je vliegt eerst over een stukje Indiaas laagland maar al snel maakt dat plaats voor de eerste heuvels oplopend naar de Himalaya. Dan vlieg je over talloze besneeuwde bergtoppen en droge dalen naar Ladakh. De landing is op 3500 meter, wat je direct nadat je uit het vliegtuig bent gestapt merkt aan je ademhaling. De rest van de dag doen we niet veel meer dan wennen aan de dunne lucht, bijkomen van een gebroken nacht en het intensieve reizen en proberen te beseffen waar je bent.
dag 3
We blijven het deze dag rustig aan doen, om aan de hoogte te wennen. U kunt op eigen gelegenheid Leh en omgeveing verkennen. Leh telt ongeveer 27.000 inwoners en is de hoofdstad van Ladakh. Het lag vroeger op het kruispunt van karavanen, van de Zijderoute via Leh naar India en van Kashmir via Leh naar Tibet. Leh wordt gedomineerd door het 17e eeuwse voormalig winterpaleis van de koningen van Ladakh, dat ook te bezichtingen valt. Hogerop boven het paleis ligt de Tsemo tempel, waarin een groot beeld van Boeddha Maitreya staat, de Boeddha van de toekomst. Vlakbij Leh liggen op loopafstand het Samkar klooster (3560 meter) en de Shanti Stupa (3950 meter), beide zeker een bezoek waard. Genoeg mogelijkheden dus om deze dag bijzonder in te vullen. `s Avonds de eerste introductie in de fauna van Ladakh door de lokale gids.
dag 4
`s Ochtends bezoek aan het Ladakh Ecological Centre, ooit opgezet door een Zweedse vrouw. Het besteed aandacht aan de ecologische zaken in Ladakh en oplossingen voor een schoner milieu. Na de lunch gaan we naar het kantoor van de Snow Leopard Conservancy, waar we een voordracht krijgen over de activiteiten van deze organisatie.
dag 5
Twee daagse excursie Sham, het westelijke gedeelte van Ladakh stroomafwaarts de Indus rivier af. We bezoeken eerst Likir (3715 meter), dat een 11e eeuwse klooster heeft, dat tot de Gelukpa school behoort. De spirituele leiding van het klooster is in handen van Ngari Rinpoche, de broer van de Dalai Lama. Buiten staat en indrukwekkend beeld van de Maitreya, Boeddha van de Toekomst. Dan rijden we naar het dorpje Alchi (3100 meter). Het 11e eeuwse klooster in Alchi wordt beheerd door monniken van het Likir klooster. Het is gebouwd in opdracht van de leermeester Rinchen Zangpo en bevat de mooiste wandschilderingen en kleien beelden van Boeddha`s en Bodhisattvas in heel Ladakh, gemaakt door 35 ambachtslieden uit het toenmalige Boeddhistische Kashmir. Alchi is werkelijk schitterend gelegen aan de Indus rivier. We maken er een mooie wandeltocht. Vervolgens rijden we naar het piepkleine plaatsje Uletokpo (3050 meter; half uurtje), waar we in een schitterend langs de Indus gelegen resort zullen verblijven. We hebben vanuit hier een mooi uitgangspunt voor de dag van morgen.
dag 6
We vertrekken `s ochtends al vroeg naar Lamayuru (3450 meter; 1,5 uur rijden). We lopen het laatste stuk naar Lamayuru, door een adembenemend landschap van kleiafzettingen van een vroeger meer dat hier gelegen moet hebben. Lamayuru behoort tot de Drigung Kargyudpa school van het Tibetaans Boeddhisme, eenroodmutsen school. Aan het eind van de dag rijden we weer terug naar Leh.
Lamayuru festival (reis vertrek 23 juni)
Bij de reis die vertrekt op 23 juni bezoeken we op deze dat het Lamayuru festival. Een gemaskerd dansfestival in het klooster. De dansende monniken dragen prachtige gewaden van brokaat en hebben verschillende maskers op. De belangrijkste dansers stellen de Dharmapalas (beschermers van de leer) en hun boodschappers en retinue voor. Ze hebben verschillende maskers op en houden dikwijls in hun handen de daarbij horende symbolen. Boeddhas en Bodhisattvas zijn bijna nooit aanwezig. De verschillende uitgevoerde passen en handhoudingen hebben allemaal diepere symboliek en moeten de uitvoerende monniken en toeschouwers tot diepere inzichten brengen.
dag 7
Dag ter vrije besteding. Ter voorbereiding van de trekking is het verstandig om vandaag nog een stevige wandeling te maken, met eventueel een klein topje in de omgeving.
dag 8
Start van onze 9-daagse trekking. We rijden eerst naar Phe (3185 meter), langs de Indus en beginnen vanaf hier onze tocht. We lopen over de puinwaaiers van de vroeger veel actievere rivieren aan de noordkant van het Stok gebergte. Ooit waren de gletsjers hier veel groter en de rivieren voerden toen veel sedimentmaterialen af. We komen op een gegeven moment dicht langs de Indus te lopen en slaan dan een zijdal in omhoog. Hier is redelijk wat begroeing en al gauw zien we de bomen van het piepkleine dorpje Zhingchen (3430 meter), onze kampplaats. 3 uur lopen.
dag 9
Vlak na Zhingchen is de checkpost van het Hemis National Wildlife Park. Dit park gaan we nu officieel binnen. Het is een gestage klim over vrij goede paden naar de hoek van de afslag naar het dorpje Rumbak (4010 meter). Hier is in de zomer vaak een theetentje van de bewoners van het dorp, die hier allerlei producten verkopen. We lopen nog een stukje door tot aan Rumbak en slaan iets na het dorp ons kamp op, op een rustig plekje. Ongeveer 3,5 uur lopen over een afstand van 8,5 km. `s Middags is er veel tijd om het dorp en omgeving te bekijken. Rumbak staat bekend om haar Sneeuwluipaard spottings en heeft een prachtige wijdse omgeving. Er is door de Snow Leopard Conservancy in Leh veel gedaan ten aanzien van de bewustwording van de fauna in dit gebied. De mensen uit de dorpjes in het park zijn uitgebreid voorgelicht over de waarde van in het wild levende
dieren en de harmonie die mogelijk is tussen mens en dier. Sommige huishoudens zijn ook speciaal geschoold in het zogenaamde Homestays project, waarbij de in de gedomesticeerde kudden geleden verliezen (door aanvallen van wilde dieren zoals het Sneeuwluipaard) gecompenseerd worden door extra inkomen van het onderbrengen van toeristen. Dit project is bijzonder succesvol.
dag 10
Extra dag in Rumbak om in de omgeving op zoek te gaan naar het sneeuwluipaard en ander wild. We zouden hierbij zijvalleien kunnen ingaan, maar kamperen wel weer op onze plek boven het dorp.
dag 11
Vandaag gaan we over onze eerste bergpas, de Stok La (4930 meter). Het is een flinke klim, maar de uitzichten zijn welbeloond. De sedimentgesteenten in de omgeving van de pas staan verticaal en hier en daar steken scherpe pieken uit. We kamperen bij de tegenwoordig weinig bewoonde schaapsherdershutten van Man Karmo (4082 meter), in de Stok vallei. Een dag van 10 km en zo`n 5 uur lopen.
dag 12
We gaan stroomopwaarts langs de Stok rivier omhoog en slaan op een gegeven moment een zijdal in naar het zuidoosten. De hoofdrivier loopt verder door tot aan het Stok Kangri basecamp, het kamp van waaruit vele expedities de Stok Kangri (6123m) beklimmen. Via de Tachik La pas (5050m) dalen we vervolgens af naar het hoge Kantaka basecamp (4915m). De omgeving vandaag is werkelijk schitterend en erg ruig. Grote kans op het zien van Blauwschapen hier, het belangrijkste prooidier van het Sneeuwluipaard. Vanaf onze kampplek hebben we mooie wijdse uitzichten en dikwijls zijn er hier Steenarenden en gieren te zien, zoals bijvoorbeeld de Lammergier en Vale Gier. 12km in ongeveer 4.5 uur lopen.
dag 13
Vanaf ons basecamp zullen we vandaag prachtige excursies ondernemen naar de Kantaka en Kangri gletschers. We zullen tot ongeveer 5400 meter op de gletschers gaan. De landschappen zijn hier wonderschoon en dit gebied, omdat het niet op de bekende trekkingroutes ligt, wordt ook nauwelijks door toeristen bezocht.
dag 14
We gaan vandaag de Shang La (4960 meter) over en kamperen op de Shang Phu (4365 meter). 4-5 uur lopen.
dag 15
Via de Gyuncho La (4590 meter) en het dorpje Chogdo kamperen we langs de Shapodok rivier. Deze omgeving staat bekend om de vele kudden blauwschapen en er is grote kans om veel van deze dieren te zien. De gesteenten hier zijn ook prachtig, met verticaal staande schalies en schisten in kleuren paars (aanwezigheid van mangaan) en groen (koper). 4 -5 uur lopen.
dag 16
Via de Shapodok La (4670 meter) komen we uit in het dorpje Meru (3720 meter), waar we ook nog het kleine kloostertje hoog op een bergpiek bezoeken. We zijn in de Gya Meru vallei aangekomen, waar ons transport terug naar Leh al op ons staat te wachten. 4 uur lopen.
dag 17
Vandaag vliegen we terug naar Delhi. Gedurende de 1 uur durende vlucht glijden talloze toppen en besneeuwde bergkammen onder je door totdat de bergen plaatsmaken voor grote vlaktes. In Delhi aangekomen begeven we ons naar het internationale luchthaven voor de terugvlucht naar Nederland.
dag 18
Vlak na middernacht vliegen we terug naar Nederland. Aankomst vroeg in de ochtend.
Zwaarte
Categorie 3
Prijzen en data
Selecteer een van de onderstaande reizen en klik op 'reserveer' om door te gaan naar het online reserveringssysteem.
| Heen | Terug | Kosten | ||
|---|---|---|---|---|
| Er zijn op dit moment geen reizen. Neem voor maatwerk of individuele reizen per email contact op met het kantoor. Vermeld je gewenste reis plus reisdata en je krijgt dan een boekingsformulier in je mailbox. | ||||
Bij de reissom inbegrepen:
* alle transfers
* retourvlucht Delhi-Leh incl. luchthavenbelasting en brandstofheffing
* overnachtingen in Leh in guesthouse op basis van logies en ontbijt
* overnachting in Uletokpo (1x) in resort, inclusief alle maaltijden
* 2-daagse excursie in Sham, met in Lamayuru een gemaskerd dansfestival en Likir en Alchi
kloosters
* entreegelden kloosters
* entreegeld Hemis National Wildlife Park
* Nederlandse reisleiding ( vanaf 11 deelnemers)
* voorbereidingsbijeenkomst
* informatieboekje "Te gast in India"
- op trek:
* gebruik van keukenuitrusting
* overnachtingen in tweepersoonstenten
* 3 maaltijden per dag (op de kampeerdagen wanneer de lokale staf de maaltijden bereid)
* transport van persoonlijke bagage tot 12 kg met paarden of muilezels
* kampeergelden
* begeleiding lokale staf (gids, kok en keukenjongens)
* medicijn- / EHBO-kit
Niet bij de reissom inbegrepen:
* retourvlucht Amsterdam-Delhi (deze vlucht kan via HT geboekt worden, voor meer informatie zie vliegtickets)
* reserveringskosten € 20,-- per factuur
* toeslag eenpersoonstent € 3,-- per wandel-/trekdag (voor deze reis € 33,--)
* bijdrage Calamiteitenfonds € 2,50
* wijzigingskosten € 35,--
* maaltijden wanneer je niet op trek bent (± € 125,- € 150)
* persoonlijke uitgaven, souvenirs, frisdranken en alcoholica
* visum (€ 65,-), vaccinaties, reis- en annuleringsverzekeringen
* fooien begeleidende staf (± € 20,--/€ 40,--)
* excursies wanneer niet vermeld in dag-tot-dag beschrijving of aangegeven als facultatief
* vervoer naar en van Schiphol
Aantal deelnemers
Minimum aantal deelnemers: 5
Maximum aantal deelnemers: 15
5-10 deelnemers: begeleid door een Engelssprekende lokale gids
11-15 deelnemers: begeleid door een Engelssprekende lokale gids en Nederlandse reisbegeleiding
Praktische informatieLand informatie
Tijd
Het tijdsverschil tussen India en Nederland bedraagt in onze wintertertijd 4 ½ uur en in onze zomertijd 3 ½ uur. Het is in India later dan in Nederland.
Geld
Het bedrag dat je extra nodig hebt in India betreft maaltijden als we niet op trektocht zijn, luchthavenbelasting, excursies en andere persoonlijke uitgaven is ongeveer € 125,--. Neem daarnaast wat extra mee voor onvoorziene omstandigheden. Je kunt in India euro’s wisselen. Een creditkaart kun je gebruiken in Delhi en Leh. Vergeet onderweg niet om voor de trektocht wat rupees in kleine coupures mee te nemen. Op afgelegen plaatsen kan men vaak niet wisselen.
Visum
Voor India moet je in Nederland een visum aanvragen. Je kunt dit doen via de visumdienst.
Nodig voor de visumaanvraag:
- Paspoort (nog 6 maanden geldig)
- 2 pasfoto`s
- 1 aanvraagformulier
- Boekingsverklaring/e-ticket
- Undertaking
- Werkgeversverklaring
- Algemene verklaring
Alle formulieren (aanvraagformulier, undertaking etc.) kun je vinden op de site van CIBT Visumdienst. () Hier vind je ook het adres van de visumdienst waar je je aanvraag aangetekend naar toe kunt zenden. De boekingsverklaring ontvang je t.z.t van HT Wandelreizen
De aanvraagduur is ongeveer 4 werkdagen, de kosten bedragen € 64,50 (plus de bemiddelingskosten van de visumdienst)
Je kunt ook zelf langs gaan bij de consulaire afdeling van de ambassade. Het adres is Laan Van Meerdervoort 70 (deur 72), 2517 AN Den Haag. (Je kunt je aanvraag niet per post naar dit adres sturen!).
Bij place to be visited invullen: Delhi
Bij purpose of visit invullen: tourism
Wanneer je al eerder een visum voor India hebt gehad, mag pas een nieuw visum worden aangevraagd wanneer er twee maanden tussen de verloopdatum van het oude en de aanvraag van het nieuwe visum zit. Visum te gebruiken binnen 3 maanden na datum afgifte.
Procedure van vertrek
Bij groepen vanaf 11 personen gaat er een Nederlandse reisleider mee. Bij groepen kleiner dan 11 personen wordt de reis uitgevoerd met alleen lokale reisleiding. De mensen die reizen in een groep met Nederlandse reisleider zullen het ticket ontvangen van de reisleider op Schiphol. Mensen die in een kleinere groep reizen zullen het ticket uiterlijk in de week voor vertrek ontvangen.
Uiterlijk 3 uur voor vertrek dien je aanwezig te zijn bij de balie die correspondeert met het vluchtnummer. Verdere informatie met betrekking tot het definitieve vluchtschema ontvang je tijdens de voorbereidingsbijeenkomst.
Vaccinaties
Geen enkele vaccinatie is meer verplicht. Toch raden we aan onderstaande inentingen allemaal aan. India is nu eenmaal een onhygiënisch land, waar je gemakkelijk een ziekte kan oplopen. Op een avontuurlijke vakantie kun je beter gezondheidsrisico`s zoveel mogelijk beperken. Voor officiële adviezen over vaccinaties kun je terecht bij de GGD of je huisarts.
- Buiktyfus
- DTP (revaccinatie) Dit is een gecombineerde inenting tegen difterie, tetanus en polio. Ben je ouder dan 40 jaar dan zijn wellicht 2 inentingen nodig met een maand tussenruimte (dit is afhankelijk van je inentingsgeschiedenis)
- Hepatitis A
Malaria bij de meeste tochten (incl. Delhi en Manali) i.v.m. seizoen en hoogte een zeer gering risico.
Persoonlijke medicijnen
* 1 Ciproxine antibiotica kuur
* 1 Augmentin of amoxycyline antibiotica kuur
* aanbevolen diamox bij tochten waarbij je boven de 3000 meter slaapt (1 strip = 25 tabletten van 250 mg)
* azaron, lidocaïnezalf bij insectenbeten
* sterilon/betadine-iodium voor wondontsmetting
* leukoplast 2nd skin voor blaarpreventie
* sporttape
* hansaplast bij wondjes
* paracetamol-pijnstiller
* insectenafweermiddel bijvoorbeeld autan
* zonnebrandolie/crème minimaal factor 10
* zovirax bij koortslip
* rekverband, knieband bij knieproblemen
* Arnica of SRL bij spierpijn, kneuzingen
* norit bij lichte darmklachten
* immodium bij diarree
* ORS tegen uitdroging
* strepsils bij keelpijn
De antibioticakuren (ciproxin en augmentin) en diamox en lidocaïnezalf zijn op recept via je huisarts te verkrijgen. Informeer bij je ziektekosten verzekeraar naar een eventuele vergoeding. (mocht je huisarts deze middelen niet aan je willen verstrekken dan kun je ze eventueel nog in India kopen, gewoon bij een apotheek)
HT Wandelreizen zorgt daarnaast voor een medicijnenkit voor ernstige gevallen. De kans dat we die nodig hebben is klein, maar aanwezig.
Hoogteziekte
De meeste mensen, die niet gewend zijn zich naar grote hoogte te begeven en zich hier bovendien erg inspannen, krijgen last van de hoogte.
Hoogteziekte kan zich voordoen boven de 2500 meter. Als de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen, zal het in veruit de meeste gevallen slechts gaan om lichte symptomen van voorbijgaande aard. Slechts in 1 à 2 % van de gevallen komen ernstige verschijnselen voor, die zonder passend handelen tot de dood kunnen leiden. De symptomen van hoogteziekte mogen daarom absoluut niet worden veronachtzaamd.
Wanneer je je op grote hoogte niet goed voelt, moet je aannemen dat er sprake is van hoogteziekte, tenzij er overduidelijk een andere oorzaak is.
Oorzaken van hoogteziekte:
- geringere aanwezigheid van zuurstof en
- geringere luchtdruk, waaraan het lichaam zich moeilijk of onvoldoende aanpast, veelal door te snelle stijging.
Preventieve maatregelen:
1. Langzame en gefaseerde stijging, het zg. "acclimatiseren". Als ideaal geldt om 5 dagen uit te trekken tot 3500 m, daarna maximaal 300 m stijging per dag en per 1000 m minimaal 1 dag extra. In de praktijk blijkt echter wel een hoger stijgingstempo mogelijk, waarbij rond de 3000 m. een dag rust wordt ingelast en daarboven per 1000 m. stijgen 1 dag.
Vanaf geringe hoogte helemaal "inlopen" levert meestal nauwelijks problemen, maar na een bus- of autorit omhoog en vooral bij "invliegen" naar grote hoogte, is aandacht voor het acclimatiseren van het grootste belang.
2. Altijd rustig lopen, zonder buiten adem te raken.
3. Veel drinken.
Uitdroging kan hoogteziektesymptomen veroorzaken. Gewoonlijk heb je minstens 5 liter vloeistof per dag nodig op grote hoogte. Je moet per keer min. 1/2 liter uitplassen en de urine moet helder zijn. Als je urine donkergeel is, drink je onvoldoende. Drink water, thee, soep en bouillon, maar geen alcohol.
4. Juiste voeding.
Zorg dat je voldoende calorierijk eet, met name veel zetmeel. Eet niet te zout. Het HT menu houdt hier rekening mee.
5. Bewust diep, volledig ademhalen (wel oppassen voor hyperventilatie).
6. Diamox (acetazolamide), een diureticum, kan helpen bij hoogteaanpassing. Het blijkt de ademhaling tijdens de slaap te reguleren, zodat efficiënter zuurstof wordt opgenomen. Onderzoek heeft onomstotelijk aangetoond dat het preventief slikken van diamox symptomen van hoogte ziekte met 50% doet afnemen. Bovendien herstel je sneller. In tegenstelling tot wat veel mensen veronderstellen maskeert diamox de hoogteziekte niet maar het helpt je sneller te acclimatiseren. Bij HT raden we dan ook het preventief gebruik van diamox aan op slaaphoogtes boven de 3000 meter. dosis: 1 - 3 maal per dag 250 mg voor de duur van het verblijf op grote hoogte
7. Bij tochten met een verhoogd risico (vliegen naar hoogte, expedities boven de 6000 meter) nemen we doorgaans een hogedrukzak (Gamow Bag of PAC) mee zodat we in geval van nood afdaling van ongeveer 2000 meter binnen 5 minuten kunnen simuleren. Het gebruik van deze hogedrukzak is ook effectief gebleken.
Lichte symptomen van hoogteziekte:
- enigszins slap, loom gevoel
- kortademigheid bij inspanning
- hoofdpijn
- misselijkheid
- gebrek aan eetlust
- spijsverteringsstoring: obstipatie / diarree, winderigheid
- slecht slapen
- onregelmatige ademhaling tijdens het slapen lichte duizeligheid
- lichte zwelling van handen, voeten, gezicht
Bij alleen deze symptomen behoeft men niet meteen af te zien van verder stijgen. Men moet het kalm aan doen en voldoende (nacht)rust inlassen. Maar blijf e.e.a. en elkaar wel goed in de gaten houden, want de lichte symptomen zouden ernstiger problemen kunnen aankondigen. Blijf bij elkaar en laat elkaar niet alleen!
Ernstige symptomen van hoogteziekte:
(houden o.a. verband met long- en hersenoedeem)
- ernstige kortademigheid en versnelde ademhaling, ook na rust (meer dan 25 ademtochten per minuut)
- vochtige, rochelende ademhaling
- hevige hoestbuien, die activiteit beperken
- ophoesten van roze tot bruin sputum
- hoge hartslag, ook na rust (meer dan 110 slagen per minuut)
- blauwe verkleuring van gezicht en lippen
- geringe urine-uitscheiding (minder dan 1/2 liter per dag)
- aanhoudend overgeven
- wazig, dubbel of met blinde vlekken zien
- aanhoudende ernstige hoofdpijn, ook na nachtrust
- aanhoudende ernstige vermoeidheid, extreme lusteloosheid
- coördinatievermindering, evenwichtstoornis(testen!)
- verwardheid, delirium, coma
Zodra ook maar één van deze symptomen zich voordoet, staat er (naast zo mogelijk zuurstof toedienen) maar één weg open: ONMIDDELLIJK OMLAAG.
Iemand met deze problemen moet onder begeleiding omlaag, zo mogelijk gedragen worden, omdat inspanning een en ander kan verergeren.
Na een betrekkelijk geringe daling van 500 tot 1000 m kunnen de symptomen soms geheel verdwijnen. Dan kan men na enkele dagen rust opnieuw proberen te stijgen, maar uiterst behoedzaam. Bedenk dat de ernstige symptomen van hoogteziekte binnen enkele uren fataal kunnen zijn.
Door ervaring kunnen onze reisbegeleiders de symptomen goed onderkennen en de nodige maatregelen nemen. Zonodig kunnen extra rustdagen worden ingelast om te acclimatiseren.
Als je bij jezelf of een andere deelnemer symptomen van hoogteziekte waarneemt, blijf dan niet alleen, resp. laat de ander niet alleen, en vertel een en ander meteen aan de gids/begeleider.
De Uitrusting
Schoeisel
Het is belangrijk dat je schoenen erg goed zitten, omdat je er elke dag uren op moet lopen. Wanneer je nieuwe schoenen moet kopen, verdient het aanbeveling ze 1/2 tot 1 maat groter te kopen dan je werkelijke maat (pas ze met een extra paar sokken). Je voeten hebben namelijk de neiging op te zetten, als je wat langer op een dag loopt. Daar komt bij dat je bergaf niet met je tenen in de knel moet komen te zitten. Loop de schoenen goed in.
Verder is van belang: een redelijke mate van waterdichtheid (sneeuw, modder en nattigheid) en een goede profielzool voor grip op steile paden.
In NW India kom je nogal eens voor rivieroversteken te staan. Om je bergschoenen niet te hoeven doorweken, zijn een extra paar lichte schoenen of stevige sandalen aan te bevelen. Bovendien prettig voor `s avonds.
Dagrugzak
Je kunt je bagage laten dragen tot 12 kg. Je bagage kun je in een plunjezak of grote rugzak of tas doen. Voor de spullen die je tijdens het lopen nodig hebt volstaat een dagrugzak. We adviseren een dagrugzak met een inhoud van ± 35 liter (of meer).
Slaapzak
Voor alle tochten is een goede slaapzak onontbeerlijk. Dons is het duurst, maar tegenwoordig zijn er ook kunststof slaapzakken die je bij temperaturen beneden 0º C goed warm kunnen houden.
Kleding
Voor zeer warm (30º C) tot zeer koud (-5º C). Een donsjack is zeer comfortabel, maar veel extra laagjes kunnen ook volstaan. Het is niet echt nodig speciale kleding aan te schaffen.
Paklijst
kleding + slapen
~ slaapmatje
~ slaapzak
~ lakenzak*
~ opblaaskussentje*
~ waterdichte slaapzakhoes*
~ ondersokken*
~ sokken/kousen min. 3 paar
~ ondergoed
~ thermo ondergoed
~ T-shirts
~ fleece trui
~ body warmer*
~ korte broek (voor mannen)
~ trekking broek
~ donsjack*
~ regen/windjack
~ regenbroek
~ gamaschen
~ onderhandschoenen*
~ handschoenen
~ wandelschoenen
~ sandalen/gympen
~ pet/shawl/muts
~ zwembroek/badpak
algemeen
~ dagrugzak
~ zakmes
~ leesboek
~ reserve veters
~ naaispullen
~ zaklamp
~ batterijen
~ plastic zakken
~ plunjebaal
~ hangslotje om plunjezak, kamer/kast ed. af te sluiten.
~ fototoestel
~ fotorolletjes
~ batterijen fototoestel
~ veldfles
~ zonnebril/gletsjerbril
~ reserve bril/lenzen
~ loopstokken
toiletartikelen
~ shampoo
~ zeep
~ tandenborstel
~ tandpasta
~ lippencrème
~ zonnebrand
~ kam/borstel
~ toiletpapier
~ dunne handdoek
~ tampons/maandverband
~ medicijnen (zie hierboven)
reisbescheiden
~ moneybelt of halstasje voor bescheiden:
- paspoort
- vliegticket(s)
- geld
- inentingsboekje
- verzekeringsbewijs + alarmnummer
* = niet altijd noodzakelijk
N.B. Maak van alle belangrijke papieren kopieën, noteer de nummers en bewaar exemplaren thuis en onderweg, apart van de originelen
Bagage
Tijdens de trek mag 12 kg p.p. aan persoonlijke bagage worden afgegeven
Omdat er vanuit Nederland vaak tenten, medicijntonnen meegaan naar India, vragen we onze deelnemers om niet meer dan 15 kg aan ruimbagage mee te nemen ( dit is exclusief handbagage). De overige kilo’s kunnen dan gebruikt worden voor de groepsbagage. Om allles goed verpakt mee te nemen kun je bij HT Wandelreizen een plunjebaal van sterk materiaal € 40,-- kopen ( plus eventuele verzendkosten € 6,75). Handig is ook een klein hangslotje, om de plunjebaal af te sluiten.
Verzekering
HT Wandelreizen stelt een adequate reisverzekering verplicht. Een annuleringsverzekering raden we sterk aan. Niet alleen vóór de reis geeft deze verzekering dekking maar ook bijvoorbeeld bij vertrekvertraging of bij vroegtijdig moeten afbreken van de reis.
Beide soorten verzekeringen kun je via HT Wandelreizen afsluiten. Indien de reisverzekering wordt afgesloten via derden dan willen we graag voor vertrek de volgende gegevens van je ontvangen: verzekeringsmaatschappij, polisnummer, alarmnummer. Mocht zich tijdens de reis een probleem voordoen dan kunnen de reisleiding en HT Wandelreizen snel handelen.
Landschap en ligging
India als geheel is een enorm land, één van de grootste ter wereld, met op één na de grootste bevolking (1 miljard), die bovendien zeer snel toeneemt. De "Union of India" is een federatie van 25 deelstaten, waarvan de grenzen globaal samenvallen met de belangrijkste culturele grenzen. De staatsvorm is democratisch, met een gekozen parlement en regering op nationaal, zowel als deelstaat niveau.
Het land laat zich in 3 geografische regio`s indelen:
1. het zg. Deccan plateau, dat centraal en zuid India beslaat.
2. de vlakke stroomgebieden en delta`s van de Ganges en zijn vele zijrivieren en toevoerstromen
3. het Himalaya gebied in het uiterste noordwesten en noordoosten, waar vele grote rivieren hun oorsprong hebben.
De laatste regio verschilt in zeer sterke mate van de rest van het land en, omdat onze trektochten zich in het noordwestelijke Himalaya gebied afspelen, zullen we ons in het volgende hierop richten.
Geologisch bezien is India een subcontinent, dat in de loop van miljoenen jaren tegen het vasteland van de rest van Azië is aangeschoven. Hierdoor zijn de centraal Aziatische bergketens ontstaan, waarvan de "Great Himalayan Range" de langste. Deze loopt van Pakistan tot voorbij Bhutan en omvat een tiental toppen van boven de 8000 meter. Verder zijn er de Hindukush in Afghanistan en noordwest Pakistan, de zeer hoge Karakoram keten in noordoost Pakistan en de uiterste noordwestpunt van India. Tot deze keten behoren ook enkele 8000-ders.
Tussen Karakoram en Himalaya bevinden zich in India de kortere Ladakh en Zanskar ketens, terwijl ten zuiden van de Himalaya de zg. "foothills" opklimmen tot de nog altijd aanzienlijke bergen van de Pir Panjal, de Dhaula Dar keten en de Siwalikheuvels. Het Himalaya gebied in noordwest India behoort tot de deelstaten: Uttar Pradesh, Himachal Pradesh en Jammu en Kashmir.
In Uttar Pradesh zijn het de districten Garwal en Kumaon, waar de Ganges en Yamuna rivieren ontspringen. We vinden hier beroemde Hindoe-pelgrimsplaatsen, zoals Gangotri, Yamunotri, Kedarnath en Badrinath, gelegen bij enorme gletsjersystemen in de Bandarpunch, Kedarnath en Nanda Devi massieven.
Ten westen hiervan ligt de kleine deelstaat Himachal Pradesh. Hiertoe behoren de pittoreske districten Kulu, Kangra en Chamba in het bosrijke en alpiene gebied tussen de Dhaula Dar en Pir Panjal. Manali in de Kulu vallei is de startplaats van de meeste HT tochten. Iets naar het noorden bevinden zich voorts de dalen van de Chenab, Lahaul en Spiti. Deze laatste twee behoren ook tot Himachal Pradesh, maar liggen deels in de zg. "regenschaduw" en komen qua ecologie en cultuur meer overeen met de "Tibetaanse" wereld van Ladakh in Jammu & Kashmir. Voor het zeer geïsoleerde Spiti geldt dit in zijn totaliteit. Het is één van de streken waar de traditionele cultuur nog volkomen onaangetast is, maar de nabijheid van de Tibetaans/Chinese grens veroorzaakte, dat het tot voor kort nog tot de zogenaamde "restricted areas" behoorde, dat wil zeggen voor toeristen verboden. In 1991 zijn hier voor het eerst toch toeristen toegelaten en sinds 1993 hebben wij tochten in deze regio uitgevoerd.
De deelstaat Jammu en Kashmir omvat een drietal verschillende regio`s, te weten: Jammu, Kashmir en Ladakh.
a. Jammu in de zuidelijke heuvels, die aflopen naar de vlakte van de Ganges.
b. Kashmir, achter de westelijke Pir Panjal, heeft als centrum een prachtig, aan alle kanten door bergruggen omsloten dal. In dit dichtbevolkte en bijzonder vruchtbare gebied bevindt zich ook de hoofdstad Srinagar (500.000 inwoners) aan de Jhelum rivier. Deze vertakt zich hier en stroomt door een aantal fraaie, ondiepe meren, waar we de beroemde "houseboats" vinden. De eigenlijke Kashmir vallei rond Srinagar is al sinds een jaar of 12 tamelijk onrustig. Dit zelfde geldt voor het gebied rond de Zoji La waar de staakt-het-vuren linie tussen India en Pakistan op 1 kilometer van de weg tussen Srinagar en Leh ligt.
c. Ladakh is het district achter de hoge Himalaya passen. Dit "Little Tibet" ligt geheel in de andere wereld van de "Trans Himalaya". Het verdient wat extra aandacht omdat dit het doel is van de meeste van onze India reizen. Ladakh ligt ingeklemd tussen de Himalaya en Karakoram ketens, grenzend aan Pakistan en Chinees Turkestan (Sinkiang) en de "autonome" Chinese provincie Tibet. Het gebied wordt doorsneden door vele grote rivieren, zonder uitzondering toevoer-stromen van de Indus. De Indus is de langste rivier, die ontspringt in west Tibet en parallel aan de grote bergketens van zuidoost naar noordwest door Ladakh stroomt, om in Pakistan zuidwaarts naar de Indische oceaan af te buigen.
Bestuurlijk is Ladakh in een drietal subdistricten ("tehsils") onderverdeeld: Kargil in het westen, Zanskar in het zuiden en Leh tehsil. Het laatste omvat de Indusvallei (het eigenlijke Ladakh) met de hoofdstad Leh (ca. 27.000 inwoners), het verlaten hoogland Rupshu aan de Tibetaanse grens en ook Nubra, het stroomgebied van de Nubra en Shyok rivieren in het uiterste noorden aan de voet van de Karakoram.
Klimaat
Het overgrote deel van India heeft een tropisch moessonklimaat. Het is er warm tot snikheet en in de regentijd, van juni tot september, vallen er vaak korte, hevige regenbuien.
Wij laten dit tropische klimaat meteen achter ons, wanneer we ons naar de bergen in het noorden begeven. Hier vinden we verkoeling in de zg, "hillstations", terwijl achter de eerste bergruggen de regenval ook al minder wordt.
Als we daarna de hoge Himalaya oversteken, komen we in Ladakh in de regenschaduw. Hier is het hoog en droog. Bijna het hele gebied ligt boven de 3000 meter en heeft een bergwoestijnklimaat.
Neerslag beperkt zich voornamelijk tot sneeuw op de bergtoppen, waar de grote gletsjers gevoed worden. Overigens gaat vooral op de Himalaya passen ons pad wel eens over sneeuw en ijs. Slechts op een enkele tocht is hiervoor enige technische ervaring nodig. Wat naast de grote hoogte (zie hoofdstuk Hoogteziekte) aan de moeilijkheidsgraad van de tochten in noordwest India bij draagt, zijn de rivieroversteken in verlaten streken, waar bruggen ontbreken. Ook moet je rekening houden met veel wind en stof.
Zeer grote temperatuursverschillen tussen zomer en winter, dag en nacht en zon- en schaduwzijde, zorgen voor enorme erosie.
Hoewel de dagtemperaturen in de zomer aangenaam blijven, ca. 20-25º C, is de zon zeer fel. `s Nachts koelt het erg af en met name op hoogten boven 4000 meter moet na half augustus rekening gehouden worden met buitentemperaturen tot -10º C.
Tijdens de lange winter van oktober tot mei is Ladakh bijna geheel geïsoleerd. De zuidelijke passen zijn dan allemaal dichtgesneeuwd en men kan alleen per vliegtuig naar Leh. De nacht en schaduwtemperaturen in deze wintertijd zijn heel erg laag, zodat het zelfs voor de lokale bevolking altijd weer een opgave is om de winter door te komen.
Flora en fauna
Volk, taal, godsdienst
Geschiedenis en politiek
In de geschiedenis van India kunnen we 4 perioden onderscheiden.
I. het vroege India
Rond 1500 voor Chr. zijn vanuit het noordwesten groepen met een lichte huidskleur binnen gedrongen. Zij troffen in de Indus delta oude, hoogontwikkelde urbane samenlevingen aan van de veel donkerder Dravidiërs. Zij vormden een aparte taal groep, die werd onderworpen en in de loop der eeuwen merendeels naar zuid India is verdreven. De nieuwe machthebbers introdu-ceerden Indo-europese of arische talen, waarin de Veda`s, India`s oudste geschriften werden opgetekend, en een hiërarchische maatschappij structuur, waaruit het kastenstelsel is voortgekomen.
Een toplaag van priesters, Brahmanen, monopoliseerde het lezen en schrijven en was verantwoordelijk voor offerriten, waarvan het verloop en detail op schrift werd gesteld. Bovendien werden allerlei reinheidsregels schriftelijk vastgelegd, hetgeen van grote invloed zou zijn op de sociale rangorde. Uit vermenging van dit Brahmanisme met locale culten is het Hindoeïsme voortgekomen.
De zogenaamde na-Vedische periode, van 500 voor Chr. tot 1500 na Chr., kenmerkt zich doordat er achtereenvolgens een reeks dynastieke rijken ontstonden in het noorden en noordwesten van het subcontinent, respectievelijk: de Maurya`s, de Kushana`s en de Gupta`s. Onder bescherming van de vorsten van deze dynastieën vond de opkomst en verbreiding plaats van het Boeddhisme, dat vooral aansloeg onder vorsten en in handelscentra.
II. de Moslim periode
Vanaf de 11e eeuw kwamen Islamitische ruitervolkeren India binnen vanuit Afghanistan, Perzië en centraal Azië. Met harde hand werden de machtscentra in noord India veroverd, waarbij de Boeddhistische kloosters werden vernield. Hiermee verdween et Boeddhisme uit India, met uitzondering van het trans-Himalaya gebied. De monniken zochten meer dan ooit hun toevlucht in de bergstreken en in de Tibetaanse wereld heeft het zogenaamde Mahayana Boeddhisme in deze periode vaste voet aan de grond gekregen.
Van 1500 tot 1763 duurde de bloeitijd van de Moghul periode, waarin de Moslim sultans van Delhi hun macht uitbreidden en heel India onder hun bestuur verenigden. Hun macht beperkte zich echter vooral tot de ambtenarij. Met uitzondering van het noord westelijk deel van het subcontinent, is de meerderheid van de Indiase bevolking altijd Hindoe gebleven.
III. de koloniale tijd
Sinds de 16e eeuw is India onderhevig geweest aan Westers kolonialisme, met als resultaat dat in 1857 de Britten de heerschappij van de verzwakte Moghuls overnamen. India werd Brits-Indië, waarvan het bestuur zich kenmerkte door de zogenaamde "indirect rule" over bestaande vorstendommen. Ter wille van de economische exploitatie werd de infrastructuur tot ontwikkeling gebracht, allereerst door de aanleg van een uitgebreid spoorwegnet. Aan het eind van de koloniale tijd werd begonnen met de ontwikkeling van een eigen industrie en een inheems bestuursapparaat. Daartoe werden vele Indiërs in Groot Brittanië opgeleid. Zij vormden een nieuwe elite, die zich verenigde in de "National Congress Party", de aanvoerders van de nationalistische onafhankelijkheidsbeweging.
IV. het India van nu
In 1947 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. India heeft sindsdien een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt op sociaal, eco-nomisch en politiek gebied. De nieuwe democratische republiek heeft te maken gekregen met de bevolkingsexplosie, industrialisering, verstedelijking, economische groei en modernisering. India heeft zich ontpopt tot een militaire grootmacht in Azië, maar kampt intern tegelijkertijd met de grote problemen van corruptie, die de overlevende traditionele sociale structuren met zich meebrengen enerzijds, en communalisme en afscheidingsbewegingen anderzijds.
We zullen hier alleen nog ingaan op de politieke items die relevant zijn voor het noordwestelijk berggebied. De feitelijke kolonisatie vond eerst plaats in 1949, nadat aan het streven van de Moslim minderheid naar de vorming van een eigen staat gehoor was gegeven.
Op deze grond kwam de zogenaamde "Partition", de verdeling tussen India en Pakistan tot stand. Dit ging gepaard met grote volksverhuizingen over en weer en hevige strijd die zeer veel slachtoffers eiste. Bovendien raakten India en Pakistan vrijwel meteen slaags over enige Moslim gebieden, die formeel aan India waren toegevallen. Niet alleen liet Baltistan, een voormalig subdistrict van Ladakh, zich inlijven door Pakistan, maar ook bezetten de Pakistani een deel van Kashmir. De annexatie van Kashmir als geheel is slechts door militair ingrijpen tot op heden voorkomen. Het is de enige Indiase regio met een in meerderheid islamitische bevolking, waarvan de grens met Pakistan bovendien nog altijd niet meer is dan een bestandslijn. Zo nu en dan laait de strijd om afscheiding op en reeds enkele malen is Kashmir inzet geweest van oorlogshandelingen. Tot op de dag van vandaag is de Kwestie Kashmir in dit opzicht zeer actueel.
Het dagelijkse beeld in Srinagar wordt beheerst door militairen, in de bergen bevinden zich moslim guerrilla`s. Daarom organiseren wij vooralsnog geen tochten meer, die in Kashmir beginnen. De inname van de, overigens onbewoonde, Aksai Chin woestijn in noordoost Ladakh, leidde in de jaren zestig tot een oorlogssituatie tussen India en China. Deze is inmiddels voorbij, maar ook tussen deze twee landen is een groot deel van de grens omstreden en de hele grens in ieder geval gesloten.
Sedert 1989 speelt nog een ander conflictpunt in de meest noordwestelijke deelstaat, Jammu & Kashmir. De Boeddhistische bevolking van Ladakh kwam toen in verzet tegen de ambtelijke en commerciële overheersing en culturele achterstelling door met name Kashmiri. De vrees voor het Moslim separatisme zal hierbij ongetwijfeld ook een rol gespeeld hebben. Een en ander heeft aanleiding gegeven tot een sterke benadrukking van de eigen culturele identiteit onder de Boeddhisten in het district. Er hebben zelfs schermutselingen plaatsgevonden tussen Boeddhisten en Moslims, maar de toekenning door de nationale overheid van "scheduled tribe status" (geprivilegieerde minderheid) aan de Ladakh is in oktober 1989 heeft de gemoederen grotendeels tot rust gebracht.
Het zal duidelijk zijn dat de westelijke Himalaya allerminst een probleemloze regio is. Het is altijd weer zaak om tussen de diverse probleemgebieden door te laveren om de in landschappelijk en cultureel opzicht zo lokkende bestemmingen te bereiken.
Middelen van bestaan
In heel India is 70% van de bevolking werkzaam in de landbouw. Rijst vooral en linzen, maar in noord India ook tarwe en maïs, zijn de belangrijkste voedselgewassen. Verder worden thee, jute en katoen verbouwd en deze laatste producten zijn ook van belang voor de export. Met name naar de buurlanden worden bovendien tegenwoordig ook tal van industrieproducten geëxporteerd.
Hoewel nog steeds 3/4 van de bevolking op het platteland woont, neemt de verstedelijking steeds sneller toe. India telt minstens 15 miljoenen-steden.
Toenemende industrialisering en in enkele streken modernisering van de landbouw, hebben ervoor gezorgd dat in het afgelopen decennium een jaarlijkse economische groei van 3% is gehaald; meer dus dan het bevolkingsgroeicijfer. Op het vlak van de voedselproductie is India op het ogenblik zelfvoorzienend, maar de totale import overtreft de export nog verre, ondanks een tot voor kort sterk protectionistisch overheidsbeleid (overigens is er recentelijk sprake van verandering in dit opzicht).
India moet nog steeds tot de armste landen worden gerekend. Een derde van de bevolking leeft onder wat de Indiase regering zelf als armoedegrens heeft gesteld. Deze ligt bij maandinkomens van 100 en 150 rupies, voor respectievelijk de plattelands- en de stedelijke bevolking. Een rupie is circa 2,5 eurocent , terwijl een maaltijd de lokale bevolking minimaal 10 rupies kost. Dat wil zeggen dat deze mensen zich nauwelijks in leven kunnen houden, waarbij we in aanmerking moeten nemen dat sociale voorzieningen, zoals wij die kennen, nagenoeg geheel ontbreken. Men is dan ook geheel op de steun van familierelaties aangewezen, maar juist deze traditionele bindingen verliezen door de toegenomen mobiliteit (trek naar de steden) en modern-economische verzakelijking hun invloed. Schrijnend is bovendien de sociale ongelijkheid. De voor ontwikkelingslanden gebruikelijk grote kloof tussen arm en rijk, wordt in India nog vergroot door de, ondanks formele afschaffing, voortlevende tradities van het kastenstelsel.
Deze rechtvaardigen vermijdingsgedrag op grond van rituele reinheidsregels tussen hoger en lager geplaatsten in een erfelijke, beroepsgebonden sociale rangorde. Leden van een toplaag kunnen elkaar bevoordelen en ondergeschikten eenvoudigweg negeren, alsof ze tot een andere diersoort behoren. Volgens de Hindoe-ideologie heeft men hierin maar te berusten.
Is er in India in het algemeen sprake van een harde, ongelijke strijd om het bestaan vooral tussen de mensen onderling, in de berggebieden vinden we nog veel min of meer zelfvoorzienende mensen.
gemeenschappen. Hier is de strijd om het bestaan er vooral een met de natuurlijke omgeving.
Terwijl veeteelt in de rest van het land, afgezien van de overal rondscharrelende heilige koeien en waterbuffels, nauwelijks een rol van betekenis speelt, is in de berggemeenschappen de combinatie van landbouw en veeteelt kenmerkend. Aan de zuidkant van de bergen vinden we de Hindoeïstische Gaddi`s en de Islamitische Gujar en Bakhrawallah stammen, die
naast kuddes schapen ook rundvee houden.
In Ladakh, waar in de buurt van de dorpen de landbouw zich beperkt tot de verbouw van gerst en erwtjes op vanuit gletsjerrivieren geïrrigeerde schrale terrasgrondjes, is veeteelt van nog groter belang. Samen met huis en bouwland bepaalt vee-bezit de familierijkdom. Naast enkele koeien, paarden en ezels, die in de dorpen worden gehouden, hoedt men kuddes schapen, geiten, yaks en zogenaamde "dzo" (een kruising tussen yak en koe) op de hoogweiden. Soms houdt een deel van de dorpsbevolking zich hiermee voornamelijk in de zomer bezig,in andere gevallen wordt de veehouderij geheel uitbesteed aan nomaden.
Gewoontes/gedragscodes
Om het contact met de bevolking in India te vergemakkelijken en in een sfeer van wederzijds respect te laten plaatsvinden, is het van belang om met bepaalde gewoontes rekening te houden.
Beleefdheid speelt altijd een hoofdrol, maar wordt vaak heel anders opgevat dan bij ons. Zo geldt het in India vaak als onbeleefd, wanneer mannen vrouwen direct aanspreken, terwijl onderling aanraken in het openbaar, zelfs een hand geven ongepast is. Mannen onderling daarentegen schudden constant handen en lopen gerust hand in hand op straat.
Naaktheid wordt niet op prijs gesteld. Vooral voor vrouwen zijn blote benen niet acceptabel. Draag daarom in de "bewoonde wereld" een rok tot beneden de knie of een ruim zittende lange broek. Als je je wast in een rivier of beek en er zijn mensen in de buurt, draag dan een zwembroek of badpak. Indiase vrouwen wassen zich in afzondering of met kleren aan.
Binnenshuis en in tempels hoort men zijn schoenen uit te trekken, of dit althans aan te bieden. Waar men gewoonlijk op de grond zit, is het ongepast om met uitgestrekte benen te zitten en zeker niet met de voetzolen gericht naar iemand toe.
Het kan problematisch zijn om in het bijzijn of samen te eten met iemand die je niet kent, laat staan van hetzelfde bord, met hetzelfde bestek (vaak eet men met de rechter hand), of uit dezelfde fles of kop te drinken etc. Dit alles in verband met allerlei reinheidstaboes.
Ook moet men voorzichtig omspringen met het haardvuur en hierin niet zomaar afval gooien. Anderzijds wordt een stevige boer na de maaltijd gewaardeerd en kan men buitenshuis naar hartelust in iemands bijzijn rochelen en spuwen.
Als je iets koopt, vergelijk dan eerst de prijzen. Vooral in de toeristensector is afdingen meestal nodig en geaccepteerd.
Pas op met foto`s maken van strategische objecten, legerplaatsen, -voertuigen, bruggen en dergelijke.
Wil je foto`s maken van mensen, leg dan eerst contact, vraag toestemming en respecteer een eventuele weigering. Telelenzen zijn natuurlijk handig.
Men hoort de ander geen antwoord schuldig te blijven en men is vaak te trots om te zeggen dat men het niet weet. Houd er dus rekening mee dat je nogal eens met een kluitje in het riet wordt gestuurd.
Eten en drinken
In toeristencentra als Delhi, Srinagar, Manali, Leh is na wat zoeken alles te koop: pizza, Chinees, sizzling steak en burger, maar hèt Indiase basisgerecht is vegetarisch: rijst en/of chapatti`s (droge pannenkoekjes van tarwemaïs meel), dahl (linzen) en sabzi (groente); bij maag- en darmklachten onvervangbaar!
Afwisseling bieden o.a. de diverse "curries", kippen- of schapenvlees of eenvoudigweg wat groenten in speciaal gekruide saus. Yoghurt helpt tegen al te heet gekruid eten en is goed bij maag en darmstoring.
Voor ontbijt en lunch zijn ook boter en jam toast, pap of een gebakken ei gebruikelijk.
De drank is thee (chai), gekookt met melk en suiker. Op bestelling ook wel zwart bereid, maar na een tijdje zul je de witte variant prefereren als een versterkend snoepje.
In de bewoonde wereld zijn ook frisdranken en soms zelfs in India gebrouwen bier volop voor handen. In de bergen soms ook "rakshi", wat het midden houdt tussen rijstwijn en jenever.
In Ladakh ligt het anders. Men eet "tsampa" (geroosterd gerstemeel), met zoute boterthee ("cha", alleen te drinken als je denkt dat het een soort bouillon is) of ongehopt bier (chang), en "thug-pa", een soort groentesoep met stukjes meel en kaas of vlees. Kleine ronde volkoren volkorenbroodjes en yoghurt vullen het dieet aan. Delicatesse is een Tibetaans gerecht: "mo’mo`s", stukjesgehakt of groente in een zakje van deeg en dan gestoomd.
Veel drinken is van het grootste belang in verband met de hitte (transpiratie), droogte en hoogte (-ziekte). Zorg altijd voor een goed gevulde veldfles. Voor thee, nescafé wordt water gekookt, ook voor onderweg tijdens het lopen, want overal in India geldt:
DRINK GEEN ONGEZUIVERD WATER, NIET UIT BRONNEN EN BEKEN EN OOK NIET UIT DE KRAAN!
Wees met vlees voorzichtig, eet niet te vet en teveel en verder natuurlijk geen ijs, salades van rauwe groentes of ongeschild fruit.
Woordenlijst
Hindi
ja/nee - han/nahin
hallo, daag - namasté
hallo (beleefd) - namaskar
bedankt - dhanyebad
OK, begrepen - acha
OK, goed - tige
meneer - saab
hoeveel kost `t - kitne paise
voedsel, eten - khana
water - pani
thee - chai
rijst - bat
linzen - dhal
groente - sabzi
brood - roti
suiker - chini
melk - dudh
ei - anda
Ladakhi
hallo, bedankt, alstublieft, daag - juley
broer,ouder/jonger - acho/nono
zuster, ouder/jonger - ache/nomo
oom, oudere man - ajang
tante, vrouw - ane
monnik - gelong
huis - khang-pa
water - chu
sneeuw - kha
thee - cha
melk - omma
yoghurt - djoh
boter - mar
vlees - shah
ei - phul
paard - sta
Om niet voor een al te domme vreemdeling te worden aangezien, is het belangrijk in de bergstreken meteen Hindu, Boeddhist en Moslim te onderscheiden en juist te groeten namasté, juley, salaam en te bedanken dhanyebad, juley, shukria. Als je het niet weet is Engels altijd acceptabel en niet onbeleefd.
