West Papua | Hoogland Expeditie: Algemeen

Naar het oerwoud
Vanuit Wamena rijden we naar Sokokmo waar we gaan we lopen. Na een oversteek van de wilde Baliemrivier lopen we op de lagere hellingen langs diverse nederzettingen. Na 4 dagen loopt de vallei dood en steken we de 3500 meter hoge Elit pas over, waarvan vooral de 1000 meter lange afdaling spectaculair steil is! De gedeeltes die we door het oerwoud lopen zijn zinsbegoochelend. Rond de 3000 meter hoogte is de vegetatie meer alpien en dit is ook de plek waar je kans maakt om een van de vele soorten paradijsvogels te spotten. Ondanks het modderige pad is het interessant een oplettend oog te houden voor de zeer gevarieerde junglevegetatie, zoals bloeiende orchideeën.
Yali dorpen
In het Yali dorp Angguruk houden we een rustdag. De Yali’s zijn het volk van de mannen met rotanrokken, peniskokers, stenenbijlen en pijl en boog op de rug. De vrouwen zijn gekleed in tanga’s van stro, hun naaktheid bedekkend met droognetten. Ze wroeten met een graafstok in een ubi veldje op een steile helling. Op weg terug naar de Baliemvallei gaan we tot slot nog een 3500 meter hoge oas over. De vegetatie op dit bergplateau is zeer bijzonder en weer heel anders dan we tot nu toe hebben gezien. Het geknor van varkens, de prachtige samenzang van de dragers, de prikkelende geur van de vele vuurtjes, de smaak van ubi’s (zoete aardappel); het zal je thuis doen terug verlangen naar dit gebied.
Van dag tot dag
Indonesië is een prachtig en zeer gevarieerd land, waarvan grote delen zijn ontdekt door het massa toerisme. Voor West Papua of Irian Jaya, het door Indonesië bestuurde deel van Nieuw Guinea, is dat echter nog lang niet het geval. Weliswaar wordt de Baliem vallei bezocht door groepen, maar zodra je het oerwoud in trekt zijn er alleen nog de Papoea stammen en wij. De looptocht die we tijdens deze reis maken duurt zo`n drie weken. De hieronder beschreven route is eerder gelopen maar eventuele aanpassingen kunnen en zullen zeker voorkomen, een trekking in Irian Jaya is per definitie experimenteel.
In 1990 hebben we voor `t eerst een trekking in Irian Jaya georganiseerd. We wilden zelf wel eens die legendarische sneeuwbergen zien, die uittorenen boven nauwelijks doordringbare tropische wouden. Ook nadien hebben we er een aantal andere tochten georganiseerd. Door onrust is het een aantal jaren niet meer mogelijk geweest de Baliemvallei te bezoeken. In 2005 is er weer groep naar deze bestemming afgereisd en heeft de draad weer opgepakt.
De Papoea`s staan nog steeds met één been in het Stenen Tijdperk. Het volk dat in de Baliem vallei woont, hebben talloze zendelingen, missionarissen en Indonesiërs zien komen en gaan. Toch houden zij in hun dorpen vast aan hun eigen gewoontes en "kleding". Die bestaat bij de mannen uit een peniskoker (van kalebas), amuletten van leer om de hals, een verentooi of een "pruik" van kraaltjes op het hoofd. Vrouwen lijken iets meer onder de invloed van de zendelingen te staan, maar dragen bij rituelen nog de aloude strooien rokjes. Onze voorouders waren bang voor de strijdvaardigheid van de met speren en pijl en boog bewapende Papoea-stammen en hun bijzondere en soms bloederige rituelen. Gewapende conflicten komen overigens nog steeds voor, maar hebben nooit betrekking op de bezoekende westerling. De Yali`s hebben ook sterk aan hun oorspronkelijke levenswijze vastgehouden. De mensen zijn een stuk kleiner dan in de Baliem vallei, hun lengte is zo tussen de 1.50 meter en 1.65 meter. Sommige van de mannen dragen grote peniskokers waarboven een "rok" van rotanringen hangt. De kleding van de vrouwen is vaak niet meer dan een "tanga" van bamboe of stro. Verder wordt hun naaktheid bedekt door draagnetten. Net als bij andere Papoea stammen doen de vrouwen het meeste werk. Met hun graafstokken wroeten ze de grond op de steile hellingen om. Op de in cultuur gebrachte stukjes grond worden over het algemeen ubi`s verbouwd. Dit is een zoete knol met een aardappelachtige structuur, het hoofdvoedsel in de bergen. Varkens zijn heel belangrijk in het leven van de Papoea`s.
Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. De precieze dagindeling en route worden ter plaatse ingevuld. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich echter genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen. Ter plaatse gaan we het avontuur aan.
Door de Europese Unie zijn enkele Indonesische vliegmaatschappijen op een `zwarte` lijst geplaatst (zie ook www.anvr.nl). Mochten we voor de binnenlandse vlucht gebruik moeten maken van zo`n maatschappij dan vragen we je een zogenaamde afstandsverklaring te ondertekenen waarmee je aangeeft dat je de risico`s accepteert.
dag 1 en 2 vlucht naar Denpasar
Vlucht naar Denpasar.
dag 3 vervolg vlucht naar Jayapura/Sentani (115 meter)

We vliegen verder, de afstand Jakarta-Jayapura is meer dan 3000 kilometer, en komen in de loop van de middag aan in Sentani waar het vliegveld van Jayapura ( het voormalige Hollandia) is. Overnachting in een eenvoudig hotel.
dag 4 vlucht naar Wamena (1630 meter)

Van het hotel lopen we naar het vliegveld en hopen dat het weer het toelaat om te vliegen naar de Baliem vallei. Tijdens de enerverende vlucht van 40 minuten glijdt onder ons door een intrigerend landschap van dampende regenwouden, steile heuvels, bergen met ondoordringbare begroeiing, kronkelende rivieren en af en toe een spoor van leven in de eindeloze jungle. De 80 km lange en 20 km brede Baliemvallei is pas tijdens de Archbold Expeditie van 1938 voor het eerst door blanken volledig doorkruist. In deze vruchtbare vallei wonen nu zo`n 85.000 Papoea`s die voornamelijk deel uit maken van de diverse Dani-stammen en enkele honderden kolonisten uit Sulawesi en andere Indonesische eilanden. Het aangename klimaat van het dal op 1600 meter hoogte en het ongelooflijk mooie landschap hebben vele ontdekkingsreizigers ertoe gebracht om het te vergelijken met de Hof van Eden. Afhankelijk van het vluchtschema hebben we alle tijd om Wamena op een ontspannen manier te verkennen. Met name de overdekte markt van Wamena is bijzonder interessant. Vanuit de verre omgeving komen dorpelingen naar deze dagelijkse markt om hun zelfverbouwde of gemaakte producten te verkopen. Wamena zelf is onderhevig aan snelle `moderniserings` ontwikkelingen. Op de markt en in veel van de door ons te bezoeken delen van het dal schijnt de klok echter stil te zijn blijven staan. Het zal voor iedereen verbazingwekkend zijn om opgewacht te worden door een aantal bijna naakte mannen!
dag 5 Wamena - Hitugi (2000 meter) 6 uur

Het is net geen driekwartier rijden naar (bijna) het einde van de weg die in prima staat is. Nadat de porters met de truck gearriveerd zijn, lopen we naar de Baliem rivier die we over een hangbrug oversteken. Vervolgens lopen we langs de rivier naar Seima. Langs het pad liggen twee kleinere dorpjes, div. varkensafscheidingen en hekjes waar we overheen moeten klimmen. Wilde aardbeien groeien langs het pad. Zo naderen we de zuidoostpunt van de Baliem-vallei, waar bij Tangma de rivier naar het zuiden buigt naar een kloof, terwijl wij in tegenovergestelde richting gaan. We komen langs dorpjes en aardappelveldjes, met steeds meer traditionele huizen en blote mensen. Onderweg kun je misschien verse pinda`s en bananen kopen. Vandaag stijgt het rotsige pad langzaam contourend en bereik je in 6 uur Hitugi, waar we de tenten opslaan bij de school en nog aan een tafel gegeten kan worden. Er is ook een soort washuisje in de buurt.
dag 6 Hitugi - Jogosim (2470 meter) 6 uur

De eerste 1½ uur volgen we de voor ons linker zijde van de Mugi rivier stroomopwaarts. Even voorbij het dorpje Jorima rusten we even bij de eerste echt geheel uit bosmateriaal gemaakte brug. Na ½ uur steil omhoog lopen we bovenlangs met de rivier links beneden; ondertussen flink stijgend. Nog een 1½ uur later lunchen we op een plateau, waar je even heen moet klimmen. Na de lunch weer omhoog een uitloper van de berg over en een stuk vlak terrein, om na 1½ uur Jogosim en airstrip te zien liggen op een fraai plateau aan de voet van een watervalletje, waar wat weilanden zijn en zelfs een paar koeien! We kamperen binnen de dorpsomheining of misschien is het mogelijk om in een huis te overnachten.
dag 7 Jogosim - Mugipamek (jungle camp, 2600 meter) 5 ½ uur

De ochtend begint met een klim van 1 uur langzaam omhoog tot boven op een bergrug. Hier duikt de route meteen de jungle in. Let wel: een pad om te wandelen kom je vanaf nu twee weken lang niet meer tegen! Zeer spectaculair regenwoud, we baggeren en glijden van boomstronk tot wortel, alleen op omgevallen bomen schiet je een beetje op, maar hier kun je vanaf glibberen om tot je lies in bush en veen te zakken. Stilte, af en toe geluid van vogels. Af en toe bloemen, maar vnl. groen, groen, bruin en zwarte blubber. Na 1½ uur is er een zijrivier die we oversteken via boomstammen en klimmen dan omhoog naar het dorpje Kiroma op een plateau. Een ½ uur later lunchen we bij de Mugi rivier. Deze rivier volgen we om 10 minuten voor het kamp een boomstam brug te nemen naar de linkeroever. Dit is het eerste echte jungle kamp met weinig plek voor tenten, maar wel 1 hut. De staf en dragers spannen een enorm groot zeil over een aantal versgekapte boomstammen, een procedure waaraan we snel gewend zullen raken. Hieronder worden een drietal kookvuren gestookt en er is nog plek voor een aantal van onze tenten. De sfeer is overweldigend. De dragers slapen buiten onder het zeil. We genieten van hun prachtige samenzang bij het kampvuur. Deels ongetwijfeld verband houdend bij het moeilijk slapen door koude, is dat zingen buitengewoon. Men klaagt nimmer, maar zingt, sonoor atonaal de natuur tegemoet.
dag 8 Mugipamek - Siyampas (3285 meter) - Siyam j.c. (3225 meter) 5 uur

Na ongeveer 10 minuten bos kom je langs de Siam kreek, en dan volg je de rivierbedding 1½ uur tot aan de bron. Hartstikke leuk, 100 keer door het water, klauteren op gladde rotsen, evenwicht balkje op gladde boomstammen en alsmaar stijl omhoog. Op de Siyam pas heb je met helder weer uitzicht op Kiroma en zelfs Jogosim. Het is geen echte pas; je daalt niet veel af, maar je gaat op en neer door het alpiene terrein met prachtige boomvarens en ongelofelijk veel zompig moeras. Het pad is erg breed doordat iedereen probeert droge voeten te houden, maar tevergeefs, dat lukt je niet.. De sfeer is, ondanks de regen, prima. De assistentie van de dragers is voor sommigen wel noodzakelijk. Na het boomvarenbos daal je klein stukje steil af en komt dan op de enigszins open vlakte waar we nu zijn. De tenten passen zelfs rond het open hutje, een goed grondzeil is een must. Morgen dan een echte lange dag over de Elitpas, vooral de afdaling is berucht, 1000 meter loodrecht omlaag. We kamperen naast en schuilen in de openbare schuilhut onderweg naar de Elit pas.
dag 9 Siyam j.c. - Elitpas (3500 meter) - Abejangeng (2525 meter) 9 uur

Je stijgt in 2 uur naar een volgende col. Eenmaal daar is het nog een uur steeds over hetzelfde soort plateauland. Het staat er vol met prachtige boomvarens. We lopen langs een stroompje, met aan het eind linksboven een rotswandje naar de derde en laatste col, om vlak hierna eindelijk een van de weinige enigszins droge veengrondjes met kleine poelen geschikt om eventueel te kamperen te vinden. Het is vandaag een lange en moeilijke dag. Na nog 1 uur over het moerassige plateau te hebben gelopen komen we bij de pas op 3500 meter. Op de pas is er een goede lunchplek. Met helder weer heb je een fantastisch uitzicht naar het oosten, naar Prongoli en nog verder, veel verder, waar ergens de Yamin en Manadala pieken moeten liggen en daarachter Papoea New Guinea. De voor de hand liggende doorgang zelf kun je niet omlaag volgen, het is veel te steil. Je moet eerst rechts omhoog klauteren, een stuk tussen de hogere rotspartij door en dan pas naar links afdalen. Hier begint dan het razend moeilijke en supersteile en riskante afdalen langs een meer dan 1000 meter hoge wand. Het is niet echt loodrecht en daarom hier in de tropen nogal begroeid, zodat je je vaak aan de vegetatie kunt vastklampen, maar desondanks zeer tricky. Iedereen moet uiterst voorzichtig zijn en langzaam, steeds vergezeld door een Papoea, omlaag gaan. Op de allermoeilijkste stukken zijn door de Papoea`s al staketseltrappen aangelegd. Het beste is om de tijd te nemen en geconcentreerd af te dalen en te hopen dat het niet gaat regenen. Wel is aan te bevelen om bagage af te geven! Het blijft maar doorgaan omlaag, tot je na 3 uur een heel klein vlak plekje bereikt om eindelijk de knikkende knieën rust te gunnen. Nu zie je in de jungle op het enorme plateau beneden op ca.1 km afstand een bananenbosje. Daar is de kampplek. Eerst volgt echter nog een flink stuk (¾ uur) omlaag, waarvan het laatste wat minder steil door een rivierbed, en dan nog 1 klein uur vlak door de pure jungle. Hier beneden houden onze knieën door de rust eindelijk op met knikken. Ten westen van de Elit-Siyam cols leven Dani, hier wonen de Jali.
dag 10 Abejangeng -Maaning (2100 meter) 2 ½ uur

Eerst 1½ uur verder door de jungle en dan even flink dalen. Onderweg passeren we al diverse kinderen, gescheiden groepjes jongens en meisjes, de jongetjes - ik schat ze 6-10 jaar - al voorzien van pijl en boog, de meisjes met draagnetten en de typische jali-hangseltjes oftewel microrokjes. Bijzonder is overigens ook om met de mensen die je onderweg tegenkomt, handen te schudden. Het geeft je het gevoel erbij te horen. We zijn inmiddels bij de aardappelveldjes gekomen, lopen er een stuk tussendoor en bereiken een verzameling nogal uiteengelegen kampongs, waaronder we op een vlak stuk gras kamperen met fabelachtig uitzicht richting Prongoli, een groter dorp met airstrip, hetgeen niet echt op de route ligt. We zullen het morgen op de rustdag die we besloten hebben hier te houden, bezoeken. Vijf minuten lopen van de kampplek naar het zuiden is een fijn watervalletje om te poedelen en kleren te wassen. `s Avonds komen de kinderen uit het dorp dichtbij ons zitten knuffelen, de warmte zoeken en zingen.
dag 11 Maaning - Pfung pfung pas (2320 m) - Tenggelmo(1700 m) 5 uur

We gaan rechtsom contourend over de velden, waar veel vrouwen met graafstokken bezig zijn die ons suikerriet aanbieden. Langzaam omhoog en omlaag diverse keren op en neer gedurende 2½ uur. Dan 1½ uur behoorlijk omhoog naar het pastopje, allemaal glibberig en drassig. Je kijkt een behoorlijk eind richting Anguruk aan de overkant van het zeer brede dal, maar kunt het dorp zelf net niet zien. Nu ¾ uur omlaag tot een klein stroompje, waar een redelijke lunchstop te houden is. We komen al enkele "rotanmensen" tegen. Het is nog ruim een uur met nog een klein stukje flink steil omlaag tot het dorpje Tengelmo, dat op een plateautje tegen de westelijke helling ligt. Ook hier is het weer uitstekend kamperen met weinig en rustige mensen en mooi uitzicht.
dag 12 Tenggelmo - Anguruk (1450 meter) 4 uur

Meteen omlaag naar het zuidoosten, eerst langzaam over de kam, maar weldra steil en zeer blubberig, door enkele kampongs, tot je na 1½ uur bij de rivier bent, aan de overkant even steil omhoog en dan eenvoudig wat up en down, en langzaam contourend door twee dorpjes. Het is nu nog twee uur tot Anguruk. Daar is een grote losmen(logement).
dag 13 Anguruk rustdag

We houden een dag rust in Anguruk en kopen nieuwe voorraden zoals rijst, meel en olie. Er is hier een veel gebruikte airstrip, een hospitaaltje, school en protestantse kerk met binnen een bijzondere schildering. Verder is er een voetbalveld en volleybalveld, beiden veel gebruikt. Langs de airstrip is er 2x per week een fantastische, drukke lokale markt.
dag 14 Anguruk - Tangeyam (1500 meter) 7 ½ uur

Na de indrukwekkende markt met de talloze vrouwen en hun luttele waar te hebben bekeken, lopen we vandaag een van de langste dagen. Na de afdaling van een ½ uur naar de rivier steken we die over en klimmen een ½ uur naar een dorpje. Het is nog ¾ uur klimmen naar de heuveltop, een pasje van even boven de 2000 meter. Hierna contouren we door de jungle langs de noordoostelijke helling, eerst 1 uur over schuine stukken rots, hier en daar even oppassen en dan 1 uur pure jungle tot een idyllisch riviertje in de schaduw van een overhangende rots waar we lunchen. Je ziet even verderop veel water omlaag vallen, maar vlak hiervoor gaan we langs een trap van boomtakken omhoog en dan verder omhoog tussen rotsen een bergschouder over. Na een ½ uur komen we bij een kampong die bovenlangs gepasseerd moet worden. Even verder slaan we een pad naar links omhoog het bos in. Vervolgens weer contouren door jungle In de middag blijft het gedurende 1½ uur maar eender voortgaan, op en neer via een kampong en tenslotte nog een stuk hoger en ¾ uur verder zijn we in Tangeyam. We zetten de tenten op in de kerk, het is er droog en vlak. De kookploeg neemt zijn intrek in het verlaten huis van de onderwijzer waar we aan tafel kunnen eten.
dag 15 Tangeyam - Panggima (1570 meter) 4½ uur

Meteen een ½ uur omhoog en dan weer 1¼ uur omlaag naar een dorpje. Nadat we weer een rivier over zo`n prachtige lianenbrug zijn overgestoken gaan we recht omhoog en ruim 1½ uur stijgen we over takken en lianen door een venig bos. Het is steil maar goed te doen. Boven kom je op de kam in een kampong, vanwaar je ¾ uur verderop Panggima al ziet liggen. Laatste stuk lopen we over de kam en dalen dan schuin omlaag naar de airstrip. In 2005 sliepen in het verlaten airportgebouw. Hier opnieuw binnen aan tafel gegeten. Wasplek in een lekker riviertje nogal ver weg, rechts ver voorbij de airstrip.
dag 16 Panggima -Tikemangema (2000 meter) 4½ uur

We daalden in noordoostelijke richting en steken de derde lianenbrug over om meteen weer te stijgen tot we na in totaal 1½ uur in een dorpje komen. Vanhier zien we in de verte in het noordwesten al de bergen die we nog over moeten. We contouren en dalen en stijgen ruim 1½ uur langs diverse dorpjes over een bergschouder (met uitzicht naar het zuiden), die we via een nauwe doorgang oversteken. Even verder lunchen we op een aardappelveldje na een stroompje. We dalen eerst ¾ uur steil naar de rivier, steken die over en stijgen dan een uurtje naar een kleine kampong, waar men ons heeft zien aankomen.
dag 17 Varkensfeest

Varkensfeest dag! Vanochtend rond 9 uur moesten we een klein stukje teruglopen naar het dorpje waar het varkensfeest gehouden zal worden. Uit de omgeving lijkt iedereen het te weten, er zijn naar schatting 250 mensen. Wij betalen het varken, ik denk dat zij zelf de groente leveren. Het feest begint met een traditionele dans, mannen en een enkele vrouwen, lopen al zingend rondjes, de looprichting wordt af en toe omgedraaid. Dat gaat zo een half uurtje door en je bent vrij om foto`s te maken, is in de deal inbegrepen. Het varken wat de klos is wordt aan een lang touw binnen gebracht, het beest krijst en doet. Een aantal mannen pakken het bij de voor en achterpoten beet en de bek wordt dichtgebonden. Een krijger schiet dan een pijl van heel dichtbij in het hart, althans, dat is de bedoeling. Het beest sterft langzaam en eenmaal dood wordt het van de ingewanden ontdaan. Inmiddels is het grote vuur waar de stenen voor de stoofkuil in opgewarmd worden aangestoken, ook dat gebeurd op traditionele wijze dmv een bepaalde liaan die hard heen en weer wordt getrokken en zoveel wrijving geeft dat een aanmaakbosje met enig blazen vlam vat. De kuil wordt schoongemaakt, is wel erg vies, er worden nieuwe schone dekbladeren ingelegd en dan het varken met daar overheen afwisselend stenen, bladeren, groentes en stenen. Uiteindelijk wordt de hele stapel afgedekt met natte bladeren en dan een uurtje wachten. Het is vandaag gelukkig niet alleen maar zonnig, ook hier op 2000 meter hoogte is het nog erg warm in de zon en de bewolking brengt net de verkoeling die welkom is. Intussen heeft onze kok ook wat rauw varken meegenomen en we lunchen met rijst, mie, mie met lever en vlees in jus, erg lekker. Het is goed te merken dat we alweer een paar weken onderweg zijn, iedereen heeft honger. Het is nu ineens alweer 1700 uur geworden, de dag is voorbij gevlogen. Morgen dan weer de jungle in voor 3 dagen en dan Wamena. Het varkensfeest was leuk, het is hier nog niet helemaal voor toeristen (als er 25 per jaar komen is het veel), de mensen zijn open, nieuwsgierig en enthousiast.
De oversteek van de Guni pas is zwaar. De dagen zijn lang door het gebrek aan goede kampeerplekken of het gebrek aan water. Onderstaand schema is gebaseerd op een uitgevoerde reis, wijzigingen zijn heel goed mogelijk.
dag 18 Tikemangema - Forest Camp (3250 meter) 6 uur

We lopen eerst 2½ uur omhoog. Na ruim een ½ uur langs het rivierbed steken we de rivier over en dan door dichte jungle omhoog en omhoog tot we het pad verlaten naar links en recht op een enorme rotswand aanlopen. Daar is een soort overhang waar de lokale bevolking op reis onder slaapt. Wij klimmen door het fantastische bos over de boomwortels en stammen verder omhoog en omhoog totdat we na 1250 meter klimmen bij de kampeerplek min of meer aan de rand van de hoogvlakte onze tenten opslaan.
dag 19 Forest Camp - Guni pas (3500 m) - Forest Camp II (2950 m) 9 uur

Eerst 250 meter klimmen door het lage bos, het zijn net loopgraven waar je doorheen loopt. Dan ben je ineens op de 3500 meter hoge pas. Met goed weer heb je prachtig zicht op de enorme hoogvlakte die we vandaag helemaal oversteken. Om 11.00 uur lunch, er is inderdaad niet veel water, hoe raar dat ook is. Wel weer de zwarte paradijsvogels.Ogenschijnlijk lijkt het eerste stuk nu betrekkelijk eenvoudig over het plateau, maar dit is zo moerassig, dat we het snel (na 1 uur) moeten oversteken naar de linker helling en daarlangs verdergaan naar het westen gedurende 1½ uur, up en down met ook nog een stuk jungle. Het pad gaat over diverse kleinere volgende plateaus en het duurt bijna 2 uur voordat we echt gaan afdalen. Een ½ uur voordien passeren we een soort krater met beneden in de voor ons linkerhelft een grot, een goede lunchplek? Het afdalen is ruim 2 uur ploeteren door jungle met als gewoonlijk diverse oversteken over omgevallen bomen, alleen in dit gedeelte liggen ze af en toe over wat diepere afgronden dan we inmiddels gewend zijn. Onderweg nog een "grotje", waar je bovenlangs moet. Hoe dan ook we bereiken een vlakke open plek met een grandioos uitzicht naar het zuidwesten, waar een heel stuk van de Jayawijaya hoofdketen te zien is, met ergens tussen de toppen de Trikora piek.
dag 20 Forest Camp II - Upper Pugima j.c. (2300 meter) 9 uur

De bergen die we zien in de verte, liggen ver achter de Baliemvallei, maar daarvan kunnen we de ligging vooralsnog alleen maar vermoeden. Toch is iedereen een beetje opgetogen, want de Papoea`s zeggen dat we vandaag in ieder geval Pugima kunnen bereiken en dat maakt deel uit van de bewoonde wereld van de Baliem. Na urenlang op en neer door het bos komt een afdaling. Steil omlaag gedurende wel 1½ uur met knikkende knieën van de vermoeidheid. Je komt eerst bij een rivier en moet deze over van steen op steen en dan omlaag volgen en nog enkele malen oversteken. Op een enigszins vlakke plek zetten we tenten op. De Baliem vallei is ineens heel dichtbij.
dag 21 Upper Pugima j.c. - Sumunikama (1750 meter) 6 uur

Na de laatste boomstam, balanceeroefeningen en een doorwading komen we na een uurtje in een kampong (Dani`s nu weer) vlak onder een heuvel met een "modern" school of kerkgebouwtje. Wamena is nu zichtbaar in de verte, toch nog 15 kilometer bij ons vandaan. Over de bergflanken rond de Baliemvallei lopen we naar de laatste kampeerplek. Het is hier weer druk bevolkt en waar mogelijk is het land in cultuur gebracht.
dag 22 Sumunikama - Wamena (1650 meter) 4½ uur

Na 3½ uur lopen en soppen komen we aan bij de geasfalteerde weg waar de busjes op ons staan te wachten. Het is een ½ uurtje rijden naar Wamena en de "luxe" van het hotel; als er stroom is en de boiler het doet, krijg je weer eens warm water over je heen!
dag 23 Wamena - Sentani (110 meter)

Ook vanochtend is het weer spannend of we kunnen vliegen. Na aankomst in Sentani, waar het ineens wel erg warm is, nemen we onze intrek in een hotel. ’s Middags kun je bijvoorbeeld met de taxi naar Jayapura - het voormalige "Hollandia". Deze stad is tegenwoordig hoofdstad van de provincie Irian Jaya en standplaats van de gouverneur. Het stadscentrum is klein en ligt als het ware ingepropt tussen de Humboldtbaai en het achterliggende Cycloopgebergte. De rest van de bevolking woont in vissersdorpen in de buurt en in het achterland. De sfeer in Jayapura is tropisch. Het straatbeeld in Jayapura wordt overheerst door mensen uit de westelijke provincies van Indonesië. Papoea`s - een betiteling die in regeringskringen weinig populair is - zijn hier duidelijk in de minderheid. In het museum van Negeri of dat van de Cendrawasih Universiteit kunnen we een interessant overzicht krijgen van de materiële cultuur van de Papoea`s en hun zeden en gebruiken. Ook kunnen we ons hier een beeld vormen van de oude Sentani cultuur. De vroeger zo karakteristieke cultuur van dit gebied heeft zwaar te lijden gehad van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog. Na de verovering van Hollandia op de Japanners hebben de geallieerden deze plek uitgebouwd tot een gigantische voorpost voor hun verdere acties in de Stille Oceaan.
dag 24 vlucht Denpasar
Vlucht Jayapura - Denpasar. Naar alle waarschijnlijkheid arriveren we net te laat in Denpasar om de avondvlucht naar Europa te halen. Overnachting in het airporthotel.
dag 25 en 26 Denpasar - Amsterdam
Vlucht naar Amsterdam, waar we de volgende dag zullen aankomen.
Zwaarte
Prijzen en data
Selecteer een van de onderstaande reizen en klik op 'boeken' om door te gaan naar het online reserveringssysteem.
| Heen | Terug | Kosten | |
|---|---|---|---|
| 24 september 2012 | 19 oktober 2012 | € 2995,- Exclusief ticket Ticket vanaf: € 905,- | Vanaf 4 weken voor vertrek of wanneer er nog 2 plaatsen beschikbaar zijn, is het niet meer mogelijk om een optie te nemen via het internet. Bel dan met het kantoor 0522 - 241146. U kunt alleen nog reserveren. Vanaf 4 weken voor vertrek of wanneer er nog 2 plaatsen beschikbaar zijn, is het niet meer mogelijk om een optie te nemen via het internet. Bel dan met kantoor 0522 - 241146. |
Bij de reissom inbegrepen:
* alle interlokale vervoer
* retourvlucht Denpasar (of Jakarta) – Jayapura – Wamena
* luchthaven transfers
* alle hotelovernachtingen op basis van logies met ontbijt in tweepersoonskamers
* Nederlandse reisbegeleiding vanaf 9 deelnemers
- op trek:
* Engelssprekende Papuaanse gids
* dragers
* kok en keukenploeg
* gebruik keukenmateriaal
* 3 maaltijden per dag op trek
* gebruik tweepersoonstenten waar van toepassing
Niet bij de reissom inbegrepen:
* retourvlucht Amsterdam-Denpasar (deze kan via HT Wandelreizen geboekt worden)
* visum (€ 45,-- voor 60 dagen)
* vaccinaties
* reis- en annuleringsverzekering
* lunches en diners wanneer niet op trek ( ± € 15,-- per dag)
* fooien ( ± € 35,-- per persoon)
* bijdrage Calamiteitenfonds € 2,50
* persoonlijke uitgaven (frisdranken, alcoholica, souvenirs)
* vervoer naar en van Schiphol
* excursies wanneer niet vermeld in de brochures of aangegeven als facultatief
* reserveringskosten € 20,-- per factuur
* toeslag eenpersoonstent € 5,-- per wandel-/trekdag (voor deze reis € 90,--)
* wijzigingskosten € 35,--
Aantal deelnemers
Minimaal aantal deelnemers: 6
Maximaal aantal deelnemers: 12
6 - 8 deelnemers: begeleid door Engelssprekende lokale gids
9 - 12 deelnemers: begeleid door Engelssprekende lokale gids en Nederlandse reisbegeleiding
Praktische informatieLand informatie
Klimaat
Indonesië heeft een tropisch klimaat, het is dus het hele jaar vochtig en warm. In juli en augustus is de gemiddelde temperatuur 27 graden en in september, oktober en december is het gemiddeld 28 graden. In juli, augustus, september, oktober schijnt de zon het meest, zo`n 7 à 8 uur. In de Baliem-vallei is het weer altijd onbestendig. Reken er op dat het elke dag een paar uur kan regenen.
Tijd
Het tijdsverschil tussen Nederland en Irian Jaya is 8 uur in de wintertijd en 7 uur in de zomertijd. Het is in Irian Jaya later als in Nederland.
Elektriciteit
De netspanning is 220 volt, de stopcontacten zijn van het Europese type.
Geld
Waarde van de Indonesische rupie: 15.000 rupies is ca.1 euro. Dit betekent dikke stapels geld (moneybelt). Import van buitenlandse valuta is onbeperkt. Geadviseerd wordt om in Denpasar te wisselen, je schijnt daar 25 % meer rupies te krijgen in vergelijking tot Jayapura. Neem contant geld ,minimaal € 250,-- , mee voor persoonlijke uitgaven, voor maaltijden als we niet op trektocht zijn, vertrekbelasting, fooienpot en reserve.
Voor de actuele wissekoers . (Oanda.com)
Fooien
Het bedrag wat we voor fooien adviseren is ongeveer € 35,-- voor de gehele reis.
Openingstijden winkels en kantoren
De meeste winkels zijn open van 08.00 tot 20.00 uur. (Veel winkels ook op zondag) Banken zijn meestal open van 08.00 tot 12.00 uur, op zaterdag tot 11.00 uur. Postkantoren zijn open van 08.00 tot 15.00 uur van maandag tot en met donderdag en vrijdags tot 11.00 uur en op zaterdag tot 14.00 uur.
Visum
Voor een verblijf in Indonesië is een visum nodig. Het paspoort moet nog minimaal 6 maanden geldig zijn na terugkomst uit Indonesië. Via de website van de ambassade moet je een formulier invullen en dit formulier zelf afdrukken. Deze heb je nodig voor het aanvragen van het visum.
Van HT krijg je een boekingsverklaring. Vermeld /zeg niet dat je naar West Papua of Irian Jaya reist. Op het formulier moet je 1 pasfoto plakken/nieten. Een visum voor 60 dagen kost 45 Euro per persoon, aanvraagduur is 4 tot 10 dagen. Het adres van de Ambassade Indonesië is, Tobias Asserlaan 8, 2517 KC, Den Haag. Zie tevens de website voor meer informatie .
Het visum kun je regelen door zelf naar de ambassade te gaan, je kunt daar alleen betalen met de pin of je kunt het via de Visumdienst te Rotterdam laten regelen. Je aanvraag niet opsturen naar de ambassade!
Surat jalan (permit) -reisbrief
In Jayapura zullen we de zg. "reisbrieven" moeten regelen. De Surat Jalan voor Irian Jaya wordt direct bij aankomst in het hotel nabij het Sentanimeer (Jayapura) door onze contactpersoon daar geregeld. Hiervoor zijn 4 pasfoto`s nodig.
Procedure van vertrek
Bij groepen vanaf 8 personen gaat er Nederlandse reisbegeleiding mee. Bij groepen kleiner dan 8 personen wordt de reis uitgevoerd met alleen lokale reisleiding. De mensen die reizen in een groep met Nederlandse reisleiding zullen het ticket ontvangen op Schiphol. Mensen die in een kleinere groep reizen zullen het ticket thuisgestuurd krijgen, uiterlijk een week voor vertrek. Verdere informatie met betrekking tot het definitieve vluchtschema ontvang je tijdens de voorbereidingsbijeenkomst.
Vaccinaties en malaria
Voor Indonesië/ Irian Jaya adviseren we je dringend om de volgende vaccinaties/ tabletten te nemen c.q. te checken of eventuele inentingen nog geldig zijn: buiktyfus, DTP en hepatitis A. Ter voorkoming van malaria moet je een antimalaria middel slikken. Ter voorkoming van malaria moeten daarnaast nog extra maatregelen worden getroffen, namelijk: `s avonds kleding met lange mouwen en een lange broek en gebruik van een anti-muggenolie. In het hoogland, waar we een groot deel van de reis doorbrengen, speelt malaria overigens amper een rol. Informeer je hierover tijdig, 4 tot 6 weken voor vertrek bij je huisarts of GGD.
Lijst van persoonlijke medicijnen
- antimalaria middelen
- cyproxine kuur (antibiotica voor darminfecties)
- amoxyciline kuur (antibiotica voor huidinfecties)
- talkpoeder
- zalf tegen (voet)schimmels
- anti-zonnebrandmiddel, hoge beschermingsfactor
- lippenbescherming (evt. speciale anti-herpiscrème) met UVfilter
- muggenolie/-stift Autan, Jungle olie
- azaron tegen insecten beten, -jeuk
- sterilon vloeibaar èn zalf voor wondontsmetting
- hansaplast voor wondjes
- steriele gaasjes (veel!)
- leukoplast, evt. ook sporttape
- 2nd skin voor blaarbehandeling
- (rek)verband
- aspirine, paracetamol,oid tegen pijn en koorts
- rehydratiezout (ORS) bij diarree
H.T. zorgt voor een meer uitgebreide medicijnenkit met o.a. specifieke antibiotica. De kans dat we deze medicijnenkit nodig hebben is klein, maar aanwezig.
Over de uitrusting
Aan de uitrusting worden extreme eisen gesteld in verband met de bijzondere omstandigheden Wat betreft je kleding; houd rekening met tropische warmte, maar ook met temperaturen tot zo`n 0 ºC en vooral met regen. Zorg ervoor altijd een stel droge kleren, incl. fleecetrui, bij de hand te hebben. Sneldrogende materialen komen hier het meest van pas. Katoen wordt afgeraden. Een dun regenjack of poncho is een "must". Het gaat er vooral om te grote afkoeling te voorkomen, want doornat wordt je toch. Wat betreft je wandelschoenen; de ervaring leert dat leren bergschoenen niet praktisch zijn in de jungle van Irian. Tijdens de trektocht lopen we veelvuldig door het water en daardoor wordt het leer nat, zacht en zal het gaan schimmelen. Praktisch zijn schoenen die zo mogelijk volledig uit kunststof bestaan, bv. hardloopschoenen. De zool moet zacht zijn zodat je de boomstammen kunt voelen waar we regelmatig over lopen. Neem in ieder geval 2 paar schoenen mee voor het geval dat er een paar uit elkaar valt. Kaplaarzen zijn voor deze reis onmisbaar. Voor de avonden zijn Teva sandalen handig. Over de sokken; wat voor de schoenen geldt, geldt ook voor de sokken. Neem geen katoenen sokken mee. Kunststof is de beste optie, eventueel met een klein gehalte wol. Plunjebaal en rugzak; naast een waterdichte plunjebaal is een dagrugzakje handig. Verpak alles in de plunjebaal en rugzak in plastic. Neem ook voldoende afsluitbare plastic zakken mee om eventuele natte spullen te kunnen scheiden van de droge. Slaapzak; voor temperaturen tot zo`n 0ºC. Het hoeft dus niet heel chique te zijn en hier geldt wederom kunstof materiaal.
Paklijst
- wandelgympen
- kaplaarzen
- wandelstokken
- sokken
- sandalen
- kunststof slaapzak tot rond het vriespunt
- eventueel lakenzak
- slaapmat
- licht wind- en waterdicht jack, evt. combineren met paraplu
- poncho
- 2 fleece truien
- 2 lichte, sneldrogende lange broeken
- kunststof korte broek
- zwembroek/-pak
- kunststof T-shirts/blouses (polyester, ook met lange mouwen)
- kunststof ondergoed
- 2 kunststof handdoeken
- iets voor op je hoofd tegen zon, kou en regen
- toiletartikelen
- zonnebril
- 2 x 1 liter veldflessen
- zakmes
- hoofdlamp
- hangslotje om plunjezak ed af te sluiten
- wasmiddel
- naaisetje
- dagrugzak, waterdicht
- moneybelt of halstas voor bescheiden:paspoort + fotokopie, inentingsboekje, vliegticket, geld, kopie verzekeringsbewijs + alarmnummer.
- 6 extra pasfoto`s
- plastic (vuilnis)zakken of speciale waterdichte zakken
- eventueel paraplu
Bagage
Tijdens de trek mag 12 kg p.p. aan persoonlijke bagage worden afgegeven. De lokale dragers geven de voorkeur aan een rugzak boven een plunjebaal. Omdat er vanuit Nederland tenten en een medicijnton meegaan naar Indonesie, vragen we onze deelnemers om niet meer dan 15 kg aan ruimbagage mee te nemen (dit is exclusief handbagage). De overige kilo`s kunnen dan gebruikt worden voor de groepsbagage. Om alles goed verpakt mee te nemen, kun je bij HT Wandelreizen een plunjebaal van sterk materiaal voor € 45,-- kopen (plus eventuele verzendkosten € 6,75). Handig is ook een klein hangslotje, om de plunjebaal af te sluiten.
Verzekering
HT Wandelreizen stelt een adequate reisverzekering verplicht. Een annuleringsverzekering raden we sterk aan. Beide soorten verzekeringen kun je via HT Wandelreizen afsluiten. Indien de reisverzekering wordt afgesloten via derden dan willen we graag voor vertrek de volgende gegevens van je ontvangen: verzekeringsmaatschappij, polisnummer en alarmnummer. Mocht er zich tijdens de reis iets voordoen kan er snel gehandeld worden door HT Wandelreizen en de reisleiding.
Landschap en ligging
West Papua of Irian Jaya ligt op het zuidelijk halfrond, tussen de evenaar en 10º ZB, vlak ten noorden van Australië. Het vormt samen met Papoea New Guinea (P.N.G.) op Groenland na het grootste eiland van de wereld met een oppervlakte van bijna 800.000 km2 (=16 x Nederland). Irian Jaya beslaat hiervan de westelijke helft, gescheiden van P.N.G. langs 141 o OL lijn. Staatkundig gezien maakt het deel uit van Indonesië, terwijl P.N.G. onafhankelijk is. Jayapura, het voormalige Nederlandse koloniale bestuurscentrum Hollandia, gelegen aan de noordkust niet ver van de grens met P.N.G. is de hoofdstad. De overige "steden" zijn niet meer dan uitgegroeide bestuursposten, zoals Merauke, Wamena, Eneratoli, Amamapare, Fak Fak, Sorong, Manokwari, Nabire en Biak.
Het hoofdland van Irian Jaya wordt van oost naar west gezien smaller en loopt uit in een tweetal heel grote "schiereilanden", Bomberai en Doberai (de "Vogelkop"). Verder wordt het omringd door diverse veel kleinere eilanden, die geologisch, zowel als qua fauna en bevolking, tot dezelfde "Australaziatisch-melanesische" eenheid te rekenen zijn. In oost-westelijke richting loopt er over het hele eiland een lange, hoge bergketen, die op talloze plaatsen boven de 3000m uitreikt. Ettelijke toppen zijn zelfs veel meer dan 4000m hoog. De hoogste zijn in de Sudirmanketen: oa. de Carstensz piek (Puncak Jaya) 4884m en in de Jayawijayaketen: de Wilhelminatop (Puncak Trikora) 4750m, Puncak Mandala 4760m en de Puncak Yamin 4595m. Alleen op het massief van de Carstensz piek bevinden zich tegenwoordig nog wat gletsjers en eeuwige sneeuwvelden, elders smelt de sneeuw telkens weer.
De bergenreeks is van groot belang voor de landschappelijke indeling. Ze wordt aan de zuidkant steil afgekapt en gaat vrijwel onmiddellijk over in een moerassig tropisch oerwoudgebied. Hier is alles groen, groen, groen, terwijl vele lagen lover het zonlicht afschermen. Talloze rivieren storten zich, aangezwollen door dagelijkse stortbuien vanaf de bergen zuidwaarts, waar aan de kust een bijzonder sterke getijdenwerking heerst. Een kilometers brede kuststrook loopt telkens onder en het zeewater dringt zeer ver de riviermondingen binnen, waardoor mangrove vegetatie ontstaat. Het gebied is vnl. over het water vanuit het zuiden toegankelijk, waarbij men rekening moet houden met zich steeds verplaatsende rivierlopen. Ten noorden van de bergen bevindt zich nog uitgestrekter laagland en ontoegankelijk oerwoudgebied. Er is echter minder verschil tussen eb en vloed. Hier slingeren zich de enorm lange toevoerstromen van de Memberamorivier tussen heuvelgroepen door, die een groot merengebied omsluiten. De helling van de grote bergketen is naar het noorden veel geleidelijker, zodat er sprake is van een tussenzone van hoogland. Dit is het land van vergezichten, het is te voet begaanbaar over paden langs veldjes en soppend langs rivierbeddingen. Bovendien heeft het door de hoogte van 1000m en hoger een meer gematigd klimaat.
Klimaat
Het klimaat van Irian Jaya is tropisch, d.w.z. snikhete dagen met zon en een enorme luchtvochtigheid, en warme nachten. Temperaturen liggen tussen 28 en 40 graden C. Bijna dagelijks, gelukkig vaak `s avonds en `s nachts, valt er een zondvloedachtige bui. In het hoogland is de temperatuur milder en kunnen de nachten kil zijn, maar hier regent het zo mogelijk nog meer en is nevel kenmerkend. Naarmate we hoger komen, wordt het natuurlijk steeds koeler en treffen we uiteindelijk wellicht sneeuw en vorst. Kortom we moeten op alles voorbereid zijn: verzengende hitte, vooral regen, kilte, tocht tot stormwind en soms ook fikse kou.
Flora en fauna
De vele klimaatzones en het millennialange isolement en de geringe bevolkingsdichtheid hebben gezorgd voor een milieu dat tot voor kort nagenoeg ongemoeid gelaten is. Zo kent Irian Jaya een soorten rijkdom die nergens ter wereld wordt geëvenaard. Brede mangrove kustgebieden, waar het water zout is, gaan over in moerasbossen en deze op hun beurt tussen 100 en 1000m hoogte in tropisch regenwoud, dat alleen in het Amazonegebied een grotere oppervlakte bestrijkt.
Vervolgens vinden we een gematigder bosgebied, de zogenaamde nevelwouden, met vele typische mossoorten, en nog hogerop coniferen, heesters en rododendrons. Tenslotte wordt op enkele plaatsten de boomgrens gepasseerd en komen we van struikgewas en gras tot op de kale rots, in een enkel geval met sneeuw en ijs bedekt.
Er moet in het verleden zeer lang een belangrijke landverbinding bestaan hebben met het Australische vasteland, waardoor de zoogdierenwereld zeer veel overeenkomsten vertoont met de eigenaardige Australische. Buideldieren zijn kenmerkend, m.n. de boomkangoeroes, buidelmarters en -ratten. Verder verdienen reuzenvleermuizen en de eierenleggende mierenegel vermelding. Vogels zijn er teveel om op te noemen. Diverse papegaaisoorten vallen het meest op en natuurlijk de beroemde paradijsvogels. Zeer bijzonder is het feit dat de kasuaris, een loopvogel, het grootste landdier is. We moeten uitkijken voor de vele giftige slangen. Talrijk zijn ook de hagedissen en kikkers. Aan de kusten en in meren en rivierdelta`s kan het wemelen van de krokodillen, terwijl in sommige rivieren en meren zoetwaterdolfijnen en -zaagvissen voorkomen. Onder de insecten moet de variëteit aan kevers genoemd worden en de vogelspin, maar het lastigst zijn natuurlijk de bloedzuigers, de muskieten en "last but not least" de vliegjes waarover nogal eens wordt geklaagd. Op eerdere reizen hadden we bovendien last van grote mensenvlooien, die we elke dag uit de slaapzakken moesten schudden.
Volk, taal en godsdienst
De Papoea`s, die de oorspronkelijke bevolking vormen, moeten eigenlijk, evenals de Australische Aborigines en de Nieuw-Zeelandse Maori`s, tot de Melanesiers gerekend worden. Ze zijn zwart, negroïde. De mongoloïde bevolking die vanuit noordoost-Azië over het hele werelddeel, inclusief vermoedelijk in de laatste ijstijd (ruim 20 eeuwen geleden) de Indonesische archipel, is uitgezwermd, heeft deze streken tot voor kort nauwelijks bereikt. Pas recentelijk zijn er in het kader van de transmigratiepolitiek van de Indonesische regering ettelijke honderdduizenden Indonesiërs in centra, zoals Sorong, Manokwari, Nabire, Jayapura, Merauke, Amamapare en Tembagapura, en Wamena gevestigd. Hierdoor is de totale bevolking van Irian Jaya tegenwoordig meer dan 1,5 miljoen, waarvan slechts zo`n 800.000 Papoea`s.
Desalniettemin blijft het land, behalve in de genoemde centra, zeer dun bevolkt. Door isolement en wellicht een cultuur van oorlogvoering met buurstammen hebben verschillende groepen zich gedurende vele 1000en jaren betrekkelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Daarop wijst in ieder geval het feit dat we op het eiland zoveel (80 tot 800, afhankelijk van hoe we een taal definiëren) verschillende talen aantreffen. Verdere culturele verschillen zijn er natuurlijk, diverse groepen in slecht toegankelijke streken zijn nog nauwelijks beschreven. Op de Vogelkop wonen de Maibrat of Ayamaru. Het zuiden is het gebied van de Asmat, de Mimikanen en de Marind-anim en de Ye-anim aan de grens met PNG. Ook weten we het een en ander van de bevolking van Yos Sudarso (voormalig Frederik Hendrik eiland). Hooglandstammen zijn de Ekari in het gebied van de Paniai- of Wisselmeren, de Moni ten noorden van de Carstenszbergen, de Dani van de Baliemvallei en ten westen daarvan, en tenslotte de Yali en Kim Yal nog meer naar het oosten.
We weten verder van enkele bevolkingsgroepen van verschillende omringende eilanden, zoals Biak en Yapen en de streken rond Sorong, Manokwari, Nabire en Fak Fak, dat deze al sinds heel lang contacten hebben onderhouden met de Indonesische buren en zich hiermee in verwantschappelijk en cultureel opzicht hebben vermengd. Over de oorspronkelijke Papoea culturen kunnen we, ondanks de verschillen, wel enkele algemene opmerkingen maken. In de eerste plaats valt op dat wol en katoen onbekend zijn. Men draagt geen kleding in onze zin des woords, maar des te meer lichaamsversiering. Bij speciale gelegenheden wordt het lichaam beschilderd en vaak worden voorwerpen als stokjes, botjes of zwijnetanden door o.a. neus en oren gedragen. Verder tooit men zich met kralen, schelpen en vooral vogelveren. Vrouwen dragen veelal rokjes van biezen en plantenstengels en draagnetten van gevlochten vezels. Beroemd zijn de peniskokers (koteka of horim) van de hooglandstammen, uitgerekte kalebassen, zonder welke mannen zich naakt voelen. De verwantschappelijke organisatie volgt een systeem van totemclans, dat zich over de hele stam uitstrekt.
Er is een scheiding der seksen vanaf jonge leeftijd. In de dorpen is vaak een afzonderlijk mannenhuis te vinden te midden van de diverse hutten, waar de vrouwen en jonge kinderen wonen. Vele stammen kennen geen traditie van erfelijk leiderschap, maar heerschappij van "grote mannen", d.w.z. hoofden, die zich zelf status verworven hebben door zich te onderscheiden in de, tegenwoordig nog louter rituele, oorlogsvoering en op jacht, en anderen aan zich verplichten door het geven van feesten en weggeven van jacht- en oorlogsbuit en bezit, dat in het hoogland m.n. bestaat uit varkens. De enige andere manier voor deze chefs om bezit aan te wenden en aanzien te krijgen, is door meerdere vrouwen, i.e. gezinnen, te onderhouden. Een en ander houdt verband met de migratoire bestaanswijze, waarin privé-bezit en m.n. dat van onroerend goed slechts een beperkte rol speelt. Op levensbeschouwelijk terrein zijn totemisme, voorouderverering en het geloof in magie bepalend. Individuen zijn door hun clanlidmaatschap verbonden met voorouders, die worden geïdentificeerd met o.a. bepaalde diersoorten of soms natuurverschijnselen en objecten in de omgeving. Over deze voorouders verhaalt een uitgebreide mythologie, die in vaste rituelen wordt uitgebeeld en herbeleefd.
Wereldberoemd is het houtsnijwerk van de Asmat, die de mythologische figuren en diverse symbolische patronen uitbeelden op totempalen, schilden, trommels, roeispanen en de voor- en achterplecht van boomstamkano`s. Het zijn vooral de mannen die zich met deze religieuze zaken bezighouden, waarmee hun initiatie in verschillende leeftijdsgroepen in belangrijke mate verbonden is. Bij sommige laaglandstammen zijn onder mannen geritualiseerde homoseksuele verhoudingen bekend. Vrouwen hebben soms eigen riten, die meestal een minder spectaculaire nabootsing zijn van die van de mannen. Wel indrukwekkend is het rouwritueel onder hooglandpapoea`s van de Dani-stam, waarbij juist vrouwen zich vingerkootjes afhakken. Het geloof in magie uit zich bovenal in het feit dat men geen natuurlijke oorzaken van tegenspoed als ziekte en dood accepteert. Er is altijd bovennatuurlijke manipulatie in het spel en toverijbeschuldigingen zijn de belangrijkste aanleiding voor gewelddadige ruzies tussen buurstammen.
Berucht uit het verleden zijn de rituele koppensneltochten van de zuidkustgroepen. Deze houden verband met de op zichzelf voor de hand liggende conceptie van verbondenheid van leven en dood, welke echter meer concreet wordt in de gedachte dat (naar analogie van de levenscyclus van de kokospalm) voor ieder nieuw geboren stamlid een kop van een buurstam moest rollen. Verhalen over kannibalisme berusten voor een deel op sensatiezin, voor een ander deel op het feit dat onze tot de tanden bewapende, doodsbange en zelf vaak tegelijkertijd bloeddorstige voorouders van de Papoea`s niet de meest vredige kant te zien kregen, en voor nog een ander deel op in krijgersculturen vaker voorkomende ritualistiek. Het ging er daarbij niet om zich te voeden, maar om zich moed te verwerven of zich van de goede gezindheid en magische kracht der voorouders te verzekeren door ritueel. Een en ander behoort langzamerhand overigens steeds meer tot het verleden. Stammenoorlogen zijn door gezamenlijke inspanning van missie, zending en het bestuur met succes verboden, evenals het grootste gedeelte van de overige traditionele riten der Papoea`s. Hierdoor is echter tevens voor het manlijke bevolkingsdeel de belangrijkste culturele bestaansgrond verdwenen. In wat ooit vervaarlijke krijgers schijnen te zijn geweest, vindt men nu nog voornamelijk de weergaloze jagers terug, betrouwbare gidsen en uiterst innemende metgezellen. Missie en zending zijn sinds de komst der Europeanen zeer actief op Nieuw-Guinea. Saillant detail hierbij is dat Nederlands Nieuw-Guinea ooit op z`n oer-Hollands werd verdeeld in invloedsferen: het noorden voor de protestanten en het zuiden voor de katholieken. De laatsten, die altijd het meest oog hebben gehad voor het welzijn en de waarden der inheemse cultuur, zijn in de minderheid.
Bij de protestantse zending hebben zich de laatste jaren fundamentalistische Amerikaanse groepen (waaronder nogal wat ontheemde Vietnam-veteranen) gevoegd en de noord-zuid verdeling wordt niet meer aangehouden. Tenslotte moet nog een recenter religieus verschijnsel vermeld worden: de "cargocult". Toen de westerlingen kwamen met hun vliegtuigen en schepen, waaruit de meest begerenswaardige rijkdommen te voorschijn kwamen, wisten Papoea`s niet wat ze zagen. Geïnspireerd door een mengeling van christelijke en vooroudermythologie, wierpen zich onder hen religieuze leiders op die zich als profeten presenteerden met de heilsverwachting dat de voorouders zouden terugkeren met schepen en vliegtuigen vol zaken die het leven der Papoea`s ten goede zouden doen keren. Rond deze figuren ontstonden religieuze bewegingen die tevens een uiting van sociaal protest inhielden; protest tegen het feit dat de scheeps- en vliegtuigladingen vooralsnog voor de Papoea`s onbereikbaar zijn geweest, dan wel voor de onderdrukking en vernietiging van hun cultuur hebben gezorgd.
Middelen van bestaan
Ten grondslag aan de uniciteit van de Papoea bevolking ligt het feit dat ze tot `s werelds laatste groepen jager-verzamelaars behoren. Ook in dit opzicht onderscheiden zich de mensen die in het laagland leven van de hooglandstammen. Voor de eersten zijn jacht, c.q. visvangst, en het verzamelen van het allergrootste belang. De mannen zijn de jagers/vissers en de vrouwen de verzamelaars. Het zetmeel in het dieet verkrijgt men van de sagopalmen. Waar hiervan grote arealen aanwezig zijn, concentreert zich de bevolking. Elders leiden kleine groepen een semi-nomadisch bestaan door tussen sagobosjes heen en weer te trekken. Uitzondering vormt een groep op voormalig Frederik Hendrik eiland, die in de moerassen tuinbouw bedrijven met taro en "ubi" (zoete aardappel) als hoofdgewassen. Voorts vindt men hier en daar op drogere grond ver in het binnenland wel enige vormen van tuinbouw. De hooglanders combineren meer in het algemeen het jagen en verzamelen met landbouw. Wisselbouw, zowel als "ladang-" of brandcultuur wordt toegepast. Hier is taro goeddeels vervangen door de bataat of zoete aardappel, die intensiever gebruik van de gronden mogelijk maakt. Bovendien houdt men varkens als huisdieren en hieraan wordt iemands rijkdom afgemeten. De varkens worden gekoesterd, maar uiteindelijk m.n. op feesten massaal opgegeten.
De landbouw zorgt dat het hoogland dichter bevolkt is dan de rest van Irian Jaya. Vooral de brede Baliemvallei in de buurt van Wamena biedt plaats aan veel nederzettingen. Vanouds onderhouden bevolkingsgroepen uitwisselingscontacten, waarbij m.n. kaurischelpen en varkens over en weer gaan. Varkensfeesten zijn de meest geëigende momenten van samenkomst. Van meer uitgesproken handel is vnl. sprake in sommige noordelijke kuststreken, waar de oudste contacten met de buitenwereld bestonden. Hier worden sinds jaar en dag o.a. paradijsvogelveren, krokodillenhuiden, zeeschildpadden, en de bast en het hout van bepaalde boomsoorten e.d geruild tegen kaurischelpen en soms metalen voorwerpen. Wezenlijk is dat onder de Papoeaas metaalbewerking onbekend is. Ze leefden tot voor kort nog in de steentijd!
Het ontwikkelingsniveau van de materiële cultuur beperkt zich tot uiterst behendig vlechtwerk van huisdaken, manden, netten, het vervaardigen van boomstamkano`s, lichaamsversiering en soms indrukwekkend houtsnijwerk. Graafstokken, stenen krabbers en bijlen, (gif)pijl en boog, speren en bamboemessen zijn de traditionele gebruiksvoorwerpen. Met deze materiële basiscondities hangt het langdurige voortbestaan van de jager-verzamelaars cultuur ongetwijfeld samen. Pas in de loop van deze eeuw worden steeds meer metalen binnengebracht. Tot zover het beeld van de Papoea`s. In de kustcentra is alles anders. Hier concentreert zich op het ogenblik vooral de uitheemse helft van de bevolking. Men houdt zich bezig met nieuwe vormen van ontginning van het land. Zo zijn er olievelden bij Sorong, kopermijnen bij Tembagapura, en op vele plaatsen wordt het woud gekapt voor tropisch hardhout. Wegenbouwprojecten richten zich op de verbinding van Jayapura met Wamena, Nabire, en Amamapare. Verder zijn er in de buurt van bijna alle kuststeden vestigingsprojecten van transmigranten van de dichtstbevolkte Indonesische eilanden, die men met vooralsnog zeer beperkt succes intensieve landbouwmethoden probeert te laten toepassen op schrale voormalige oerwoudgrond. Dat dit alles een aanzienlijke groei van handels- en dienstensector met zich meebrengt in deze plaatsen, spreekt vanzelf.
Geschiedenis en politiek
Op grond van archeologische vondsten vermoedt men dat maar liefst meer dan 30.000 jaar geleden al mensen op het eiland moeten hebben geleefd. Over latere immigratie van andere melanesische groepen weten we nauwelijks iets, maar het is niet onwaarschijnlijk dat dit in de laatste ijstijd heeft plaatsgevonden. Zeevarende Aziaten hebben zich sedert 3000 v. Chr. vanuit het (zuid)oost Aziatische vasteland over de hele Indonesische archipel gevestigd en er de oorspronkelijke negroïde bevolking bijna overal doen verdwijnen. In Irian Jaya zijn zij nooit verder gekomen dan de noord- en westkust, waar zij zich met de oorspronkelijke bevolking vermengden. Reeds enkele duizenden jaren voor Chr. moet er sprake zijn geweest van domesticatie van wilde varkens en veredeling van knolgewassen. Zoete aardappelteelt is van later datum, maar wellicht al een paar honderd jaar na Chr. (en niet zoals men lang heeft aangenomen door de eerste westerlingen binnengebracht). De eerste westerlingen kwamen in de eerste helft van de 16e eeuw. Het waren Portugezen, die de, van oorsprong Maleise term Papoea (kroesharig) introduceerden. Ze werden al snel gevolgd door de Spanjaarden, van wie de naam Nieuw-Guinea stamt, naar het eveneens door zwarten bevolkte Afrikaanse Guinee. Begin 17e eeuw zeilden de eerste Nederlanders om de zuidkust en naar één van hen, Jan Carstensz, die voor het eerst de ongeloofwaardige melding maakte van besneeuwde bergen in deze tropische kontreien, zijn de toppen, die hij wel degelijk echt had gezien, genoemd. De Verenigde Oost-Indische Compagnie sloot in 1660 een verdrag met de Moslimvorst van Tidore, een van de Molukken, waarin zijn soevereiniteit over het eiland werd erkend in ruil voor een Nederlands specerijenmonopolie.
De rooftochten en slavenhandel vanuit het Molukse sultanaat zijn berucht geworden. Nadat Engelse vestigingspogingen op westelijk Nieuw-Guinea waren mislukt, vestigden zij zich in de loop van de vorige eeuw wel in het zuidoosten, terwijl Duitsers het noordoosten voor hun rekening namen. Dit was reden genoeg voor Nederland om diverse vaste posten (Fak Fak, Manokwari, Merauke en later Hollandia) in te richten en het direct gezag over West-Nieuw-Guinea uit te roepen, waarbij de 141e meridiaan als grens werd overeengekomen. Er volgde een periode, waarin missie en zending zich intensief poogden te ontfermen over ontwikkeling en vooral zielenheil, terwijl het bestuur voor de handhaving van rust en orde onder de "wilden" moest zorgen. Een en ander heeft heel wat mensenlevens gekost, waarbij belangrijker nog dan het feit dat men elkaar wederzijds naar het leven heeft gestaan, is geweest dat er ongewild nieuwe ziekten werden binnengebracht. Het is waarschijnlijk dat de verdwijning van sommige groepen Papoea`s, waaronder bv. de Pygmeeënstammen hiermee verband houdt. Voorts is al voor de komst der Indonesiërs het verbod op traditionele riten en oorlogvoering van meer wezenlijke invloed geweest op de inheemse cultuur, dat de inspanningen van missie en zending op het vlak van onderwijs en liturgie. Intussen vonden talrijke expedities plaats. In het begin van deze eeuw waren het vooral Nederlandse militaire expedities, maar het land was als "terra incognito" ook buitengewoon interessant voor geologen, biologen en antropologen, en tevens een fantastische speeltuin voor avonturiers, die het m.n. op de maagdelijke toppen der sneeuwbergen gemunt hadden.
Onder de biologen is vooral de naam van de Brit Wallace bekend geworden door zijn theorie over de grens tussen Aziatische en Australische soorten, de zg."Wallace-lijn". Onder Nederlandse antropologen werd Nieuw-Guinea met name na de Tweede Wereldoorlog, als enig overgebleven kolonie in de Oost de belangrijkste regionale specialisatie. Door de moeilijke begaanbaarheid van het terrein duurde het niet alleen heel lang tot de hoogste bergtoppen bedwongen werden, maar ook allerlei belangwekkende streken en stammen bleven lang volkomen onbekend. Zo ontdekten pas in 1936 Lt. Wissel de Wissel-(teg.Paniai-)meren en de Amerikaan Archbold pas in 1938 de Baliemvallei vanuit vliegtuigen. In 1913 bereikte kapitein Franssen Hederschee de Wilhelmina-(teg. Trikora-)top. In hetzelfde jaar kwam Wollaston tot de eeuwige sneeuw van het Carstensz-massief. Hier kwam Dr. Colijn in 1936 op de Ngga Pulu te staan, terwijl de Carstenszpiek zelf pas in 1962 voor het eerst door de expeditie o.l.v. Heinrich Harrer bedwongen werd. De (koper)ertsberg ten noorden van Tembagapura is in 1936 door de Nederlandse geoloog Dozy ontdekt, maar wordt uiteindelijk pas sinds het begin van de jaren 70 geëxploiteerd De 2e wereldoorlog bracht de ommekeer in Nederlands Oost-Indiè. Na het vertrek van de Japanners was het Nederlands bestuur onaanvaardbaar geworden voor de overzeese rijksgenoten.
De onafhankelijkheidsbeweging onder leiding van Sukarno en Hatta was definitief aangeslagen en in 1949-50 was de onafhankelijke republiek Indonesië een feit. De noordkust van Nieuw-Guinea vormde in de oorlog een van de belangrijkste strijdtonelen, waar Japanners en geallieerden, met name de Amerikanen onder leiding van Mc Arthur, slag leverden. Toen de oorlog was afgelopen werd het inzet van een politieke strijd tussen Indonesië en Nederland. Sukarno c.s. vonden dat alle voormalige koloniën moesten worden overgedragen, terwijl de Nederlanders Nieuw-Guinea vooralsnog wilden behouden. Enerzijds was men in Nederland terecht van mening, dat er sprake was van een totaal verschillende etniciteit van de inheemse bevolking, en deze was bovendien nog niet aan zelfbestuur toe, zodat hun eenvoudigweg een nieuwe koloniale situatie te wachten zou staan. Anderzijds speelden ook minder altruïstische motieven een rol: Er was op Nieuw-Guinea olie aangeboord en koper gevonden en er was goud en volop tropisch hout, terwijl ook gold, dat de uiterst conservatieve toenmalige Nederlandse regering in de internationale politiek een rol wilde spelen door Nieuw-Guinea als een soort anticommunistisch bolwerk te blijven beheren.
Nieuw-Guinea bleef Nederlands tot 1962-63. De Nederlanders maakten in de naoorlogse periode een begin met de ontginning en spanden zich tevens in voor de ontwikkeling van de bevolking ter voorbereiding van zelfbestuur en evt. aansluiting bij P.N.G., dat toen Australisch protectoraat was en in 1975 wel onafhankelijk is geworden. De Indonesische regering bleef echter zelfs met militaire middelen aandringen op overdracht en maakte de "kwestie Nieuw-Guinea" aanhangig in de V.N., waar de Amerikanen hun kant kozen om Sukarno niet in de armen der communisten te drijven. Het Indonesische leger kwam in deze periode onder bevel te staan van generaal Suharto, die sedert 1968 het presidentschap van Sukarno heeft overgenomen. Nederland gaf in 1962 toe aan de internationale druk en na een interim periode van V.N.bestuur en een vals referendum zouden de Papoea`s er uiteindelijk voor hebben "gekozen" om deel uit te maken van de Indonesische eenheidsstaat. Nederlands Nieuw-Guinea werd eerst West-Irian, later Irian Jaya en West Papua en niet alleen werden op deze manier alle Nederlandse benamingen vervangen, maar ook werd wat aan sociale infrastructuur was opgebouwd onmiddellijk ontmanteld. Met zeer harde hand werden en worden nog steeds Papoea`s ingezet voor ontginningsprojecten, er worden een "Indonesianiserings proces" en grootscheepse "transmigraties" ten uitvoer gebracht terwijl de onsamenhangende acties van inheemse bevrijdingsbewegingen, min of meer verenigd onder de naam "Organisasi Papua Merdeka", worden neergeslagen. Pas recentelijk lijkt er sprake van een zekere matiging in de Indonesische "koloniale" politiek.
Veiligheid
In 1990 hebben we voor het eerst een trekking in Irian Jaya georganiseerd. We wilden zelf wel eens die legendarische sneeuwbergen zien, die uittorenen boven nauwelijks doordringbare tropische wouden. Ook nadien hebben we er een aantal andere tochten georganiseerd. Door politieke onrust is het een aantal jaren niet meer mogelijke geweest de baliemvallei te bezoeken. Nu de rust is weergekeerd en reizen weer mogelijk zijn, hebben we de draad weer opgepakt.
Milieu
Het beleid van HT Wandelreizen kent in dit opzicht een aantal richtlijnen:
- Op trektocht wordt voor zover mogelijk op gas gekookt; houtkap wordt geheel vermeden. (een kampvuur van gesprokkeld hout is soms echter onontbeerlijk voor maaltijden en warmte voor dragers)
- We laten geen afval achter; een speciale milieudrager is hiervoor verantwoordelijk.
We vragen jou als deelnemer het volgende in acht te nemen:
- Op trektocht de vegetatie ongemoeid te laten.
- Alle afval te verzamelen, collectief te verbranden en daarna met aarde te bedekken, dan wel mee te nemen/geven tot het eind van de tocht
- Je behoefte te doen op veilige afstand van bronnen en rivieren.
- Te beseffen dat voor warm watergebruik in bergdorpen meestal hout verstookt wordt.
- Liever geen pennen, ballonnen e.d. uit te delen.
- Batterijen mee terug te nemen naar Nederland.
Lege batterijen? Lever ze in en win!
Trees for Travel
HT organiseert voor het overgrote deel vliegreizen naar afgelegen bestemmingen. Tijdens een vliegreis worden afvalstoffen geproduceerd die o.a. bijdragen tot het broeikaseffect. Een goede manier om deze schadelijke bijwerkingen voor het milieu te compenseren is meedoen aan het programma Trees for Travel. Met de koop van een certificaat wordt de uitstoot van broeikas gassen, veroorzaakt door je vliegreis, gecompenseerd door de aanplanting van nieuw bos.
Souvenirs van bedreigde dieren en planten
Het Wereld Natuur Fonds voert campagne over souvenirs van wilde dieren en planten. In de campagne roept het Wereld Natuur Fonds op dit soort souvenirs niet te kopen en de natuur op vakantiebestemmingen te laten zoals die is, zodat we over 10 jaar nog steeds kunnen genieten van die prachtige en onmisbare natuur. Wat veel mensen ook niet weten is dat zij een fikse boete riskeren bij de douane. Want souvenirs van beschermde dieren en planten mogen helemaal niet, of alleen met de juiste vergunningen worden ingevoerd. Er is een top 10 van bedreigde dieren en planten waarvan veel souvenirs in beslag worden genomen door de douane. Meegebracht door toeristen die vaak niet wisten dat het helemaal niet of alleen met speciale vergunningen mag. Top 10 van dier- en plantensoorten die vaak de dupe worden van de handel in souvenirs: * Koralen * Grote Schelpen * Olifanten * (Zee) schildpadden * Grote Katten * Slangen en hagedissen * Krokodillen * Papegaaien * Vlinders * Orchideeën en cactussen Natuurlijk kun je ook souvenirs tegenkomen van dieren of planten die hierboven niet zijn genoemd. Als ze zijn gemaakt van wilde dieren of planten, wordt er aangeraden om bij twijfel niet te kopen. Het gaat immers om meer dan regels en boetes. De prachtige natuur op vakantiebestemmingen blijft behouden door te kijken, en niet te kopen. Welke bedreigde planten en dieren leven er in Azië? En wat zijn de meest voorkomende souvenirs van deze soorten die je op je reis kunt tegenkomen? Kijk voor meer informatie op: .
Woordenlijst (Bahasa Indonesia)
Basiskenmerken
Geen lidwoorden, geslacht en naamvallen, geen verbuiging en vervoeging, meervoud van het zelfstandig naamwoord door verdubbeling, bijvoeglijk naamwoord e.a. bepalingen na het zelfstandig naamwoord geplaatst, persoonlijk voornaamwoord voor het werkwoord.
Uitspraak
j=dj, c=tj) ja = ja nee = tidak (bij ww.)
geen = bukan (bij zelfst. en bijv.nw. en bijw.)
ik = saja, inf:aku jij,
u = saudara/-i, anda, inf:kamu (of omschreven)
hij, zij, het = (d)ia
wij = kita/kami
jullie,u = kalian (en zie:jij 2x)
zij = mereka
dit = ini
dat = itu
in = di
naar = ke
waar? = dimana?
waarheen? = kemana
hier = disini
daar = disana
hierheen = kesini
daarheen = kesana
rechtdoor = terus
stop = berhenti
terug = kembali
links = kiri
rechts = kanan
onder = bawah
boven = atas
zuiden = selatan
noorden = utara
oosten = timur
westen = barat
centraal = tengah
ver = jauh
dichtbij = dekat
wanneer? = kapan?
nu = sekarang
later = nanti
vandaag = hari ini
morgen = besok
gisteren = kemarin
al/reeds, alg:
verleden tijd = sudah
nog niet = belum
tijd = waktu
uur = jam
dag = hari
week = minggu
maand = bulan
jaar = tahun
veel = banyak
weinig, een beetje = sedikit
groot = besar
klein = kecil
goed = bagus
goed, wel, OK = baik
snel = cepat (cepat)
langzaam = pelan pelan/ perlahan
heet = panas
koud = dingin
zoet = manis
scherp = pedas
duur = mahal
goedkoop = murah
alle(n/s) = semua
persoon = orang
man = orang laki laki
vrouw = orang perembuan
kind = anak
"meneer" = tuan
"vader"tegen oudere m= (ba)pak
"moeder",, v = (i)bu tegen leeftijdsgenoot:
"broer" ouder = abang "broer/zuster" ,, = kakak
"broer of zus"jonger = adik
berg = gunung
straat/weg = jalan
dorpje = kampung
dorp = desa
stad = kota
kerk = gereja
postkantoor = kantor pos
immigratieburo = kantor immigrasi
apotheek/drogist = apotik
strand = pantai
meer = danau
zee = laut
grot = gua
bos = hutan
brug = jembatan
tuin = kebun
herberg = losmen
huis = rumah
kamer = kamar
badkamer = kamar mandi
toilet = kamar kecil
toiletpapier = kurtas wc
tandpasta = pasta gigi
muskietennet = ombat nyamok
slaap, slapen = tidur
bed = tempat tidur
kaartje/ticket = karcis
bus = bis
taxibusje = bemo
boot = kapal
fiets = sepeda
vliegtuig = pesawat (kapal) terbang
vliegveld = lapangan terbang
zeep = sabon
geld = uang
rekening = bon
eten = makan/-an
drinken = minum/-an
tafel = meja
stoel = kursi
bord = piring
vork = garpu
mes = pisau
lepel = sendok
water = air
brood = roti
rijst (gekookt) = nasi
rijst (ongekookt) = beras
suiker = gula
zout = garam
melk = susu
boter = mentega
kaas = keju
ei = telur
jam = selai
vlees = daging
varken = babi
rund = sapi
kip = ayam
krab, garnaal = udang
vis = ikan
groente = sayuran
aardappel = kentang
vrucht = buah
sinaasappelsap = air jeruk
rijden = mengendarai, naiek
eten = makan
drinken = minum
zitten = duduk
spreken = bicara
kopen = beli
geld wisselen = tukar uang
zoeken = mencari
hartelijk welkom = selamat datang
goede reis (dr. achterblijver) = selamat jalan
daag, tot ziens ed. (dr.vertrekker) = selamat tinggal
goedendag = selamat siang
goedemorgen = selamat pagi
goedemiddag = selamat sore
goedenavond = selamat malam
goedenacht = selamat tidur
dank u = terima kasih
dank u zeer = terima kasih banyak t
ot uw dienst/ geen dank/ enz = terima kasih kembali
alstublieft = silakan
sorry, neem me niet kwalijk = ma`af
excuseer, neem me niet kwalijk = permisi
hoe gaat `t? = apa kabar
het gaat goed = kabar baik
tot ziens = sampai bertemu lagi
wat is dat? = apa(kah) itu?
wat is dit? = apa(kah) ini?
waar is ..? = dimana ada ..?
is er hier..? = apakah disini ada..?
hoeveel? = berapa?
hoeveel kost `t? = berapa harganja?
hoe laat? = jam berapa?
5 uur = jam lima
hoeveel uren? = berapa jam?
5 uren = lima jam
jam karet = "rubbertijd"/ weet niet hoe laat?
spreekt u Nederlands`= saudara bicara bahasa Belanda?
ik begrijp het niet = saja tidak mengerti
ik zou graag (willen)= saja minta
ik wil = saja mau
hoe heet je? = siapa nama saudara?
mijn naam is = nama saya
ik heb honger = saya lapar
ik heb dorst = saya haus
nog een ... = satu lagi
ik ben ziek = saja sakit
waar is het = dimana ada rumah sakit? ziekenhuis?
waar is een doktor? = dimana ada dokter?
ik wil telefoneren = saja mau tilpon
ik wil naar...gaan = mau pergi ke ...
ik wil 1 kaartje kopen= saya mau beli satu karcis
Kaarten
Nelles Maps: Indonesia 7/ Irian Jaya + Maluku 1:1500.000 (München) Topografisk: Nederlands-Nieuw-Guinea 1:1750.000 (Delft 1959) Meer gedetailleerde kaarten voor op trektocht zijn er eenvoudigweg niet. Overigens is alleen de eerstgenoemde gemakkelijk verkrijgbaar bij enigszins de gespecialiseerde boekhandel, maar evenals de andere veel te grootschalig.
Literatuurlijst
De hier onder volgende uitputtende literatuurlijst is samengesteld in 1991. Wellicht dat sommige van de onderstaande titels inmiddels niet meer verkrijgbaar zijn.
Albertis, L, D`-, 1980, New Guinea, what I did and what I saw, 2 dln., (Londen) Baal, J. van e.a, 1984 West Irian. A Bibliography (Bijdr.T.L.V, Dordrecht) Baumann, B., 1985 Neu Guinea, Vorstoss in die Vergangenheit, (Wenen, ORAC) Baumann, P. & H. Uhlig, 1980 Kein Platz fÜr "wilde" Menschen, (Frankfurt) Boelaars, J. 1977 Vechten of sterven. Analyse van een koppensnellerscultuur in Z.W.Irian (Tilburg) Bromley, M., 1960 A Preliminary Report on Law among the Grand Valley Dani of Netherlands "New Guinea", 4 dln. Broekhuijse, J.Th. 1967 De Wiligiman-Dani (Tilburg) Brongersma, L.D. 1960 Het witte hart van Nieuw-Guinea (Amsterdam) Bruce, G, (a.o.) 1986 Indonesia, a travel survival kit (Lonely planet) Bruin, J.V.de, 1978 Het verdwenen volk (Bussum) Bodley, J.H., 1983 Der Weg der Zerstörung, (MÜnchen) Colijn, A.H., Naar de eeuwige sneeuw van tropisch Nederland (Amsterdam) Dupeyrat, A., 1960 21 Jahren bei den Kannibalen, (Wenen) Eechoud, J.P.K.van, 1951 Vergeten aarde. Nieuw Guinea (Amsterdam) 1953 Met kapmes en kompas door Nieuw Guinea (Amsterdam) Fahner, Chr, 1973 Jali`s van de Pasvallei (Utrecht) Gadner, R. & K. Heider, 1969 Leben und Tod unter den Steinmenschen Neuguineas, (Wiesbaden) Gibbons, A., 1981 The People Time Forgot, (Chigago, Moody Pr.) Harrer, H., 1964 I come from the stone age (London) Heider, K.G., 1970 The Dugum Dani (new York) The Grand Valley Dani Pig Feast, Oceania, Vol. 17, nr. 3 1976 Dani Sexuality, Man, Vol. 2, p. 188-201 1967 Archaic Elements in new Guinea Dani Attire, Anthropos, 62 Held, G.J., 1981 De Papoea, cultuurimprovisator (Den Haag) Henderson, W, 1987 West New Guinea: the dispute and its settlement (Seton hall) Hoogerbrugge, J, 1977 The art of woodcarving in Irian Jaya (Jakarta-Rotterdam) Hitt, R.T., 1970 Cannibal Valley, (Harper & Row) Jansen v. Galen, J, 1984 Ons laatste oorlogje: de diplomatieke kruistocht en de vervlogen droom van een Papoea-natie (Weesp) Huehn, K. G., 1989 Indonesien, (Hildebrands UrlaubsfÜhrer) Kampen, A. van, 1954 Jungle, trilogie, De Boer jr, Amsterdam Koch, K.H., 1974 War and peace in jalemo (Cambridge,USA) Konrad, G. e.a., 1981 Asmat, leben mit den Ahnen (GlashÜtten) Kooijman, S, 1959 The art of Lake Sentani (New York) Lorentz, H.A.,1913 Zwarte Mensen, Witte Bergen (Leiden) Matthiessen, P., 19 De zonen van Nopu. Een kroniek uit het steentijdperk (Meppel) Mitton, R., 1984 Irian Jaya, the last unknown, (Melbourne) 1985 The lost world of Irian Jaya (Melbourne) Monbiot, G. 1989 Poisoned Arrows, (Abacus) Ned.vert. Gifpijlen (A.P. Amsterdam) Muller, Kal, 1990 Indonesian New Guinea, Irian Jaya (Periplus,ook Ned.vert.) O`Brien, D. & D. Ploeg Acculturation Movements among the Western Dani, American Anthropologist, vol. 66, 4, 2, p. 281-92 Poulgrain, G., 1984 De stille jacht, het multinationale gevecht om nw-guinea`s bodemschatten (Haarlem) Rockefeller, M.C., 1967 The Asmat of New Guinea, (New York) Roux, C.C.F.M. Le, 1948-51 De Bergpapoea`s van Nieuw-Guinea en hun Woongebied, 3dln.(Leiden) Schneebaum, T., 1988 Where the Spirits dwell, (Weidenfeld & Nicholson) Souter, G. 1963 New Guinea, the last unknown, (Sydney) Stanek, M., 1982 Geschichte der Kopfjäger, (Köln) Steinbauer, F., 1971 Melanesische Cargo Kulte, (MÜnchen) Temple, P. 1962 Nawok!, (Londen) Townsend, G.W.L., 1968 From untamed New Guinea to lake succes, (Sydney) Velde, P. v.d, 1984 Prehistoric Indonesia (Dordrecht) Wassing, R.S, 1977 Asmat, een verdwijnende koppensnellerscultuur in Irian Jaya (Volkenkundig Museum Nusantara, Delft) Wilson, F, 1981 The conquest of the copper mountain (New York) Wollaston, A.F.R., 1912 Pygmies and Papuas, (Londen) An Expedition to Dutch New Guinea, Geogr. Jrnl. Mountaineering in Dutch New Guinea, Alp. Jrnl. Letters and Diaries, (Cambr. Un. Pr.) Zegwaard, G.A. 1959 Headhunting practices of the Asmat of Netherlands New Guinea (American Anthropologist, vol.61,no.6.) Ziehr, W., 1980 Hölle im Paradies, (DÜsseldorf) Zoelner, S. 1977 Lebensbaum und Schweinekult, die religion der Jali im bergland vom Irian-Jaya (West-Neu-Guinea), (Wuppertal)
