Nepal | wandelen en meditatie: Algemeen

Voor je ogen zie je langzaamaan het landschap en de begroeiing veranderen, van kunstig aangelegde terrassen met rijst naar gerst en aardappelen. Je loopt tussen boomhoge rododendrons en door geheimzinnige dennenbossen, over kleine slingerende paadjes, langs rivieren en op kale bergkammen. Pike Peak is het letterlijke hoogtepunt. En aldoor ligt daar in noordelijke richting, de hoge Himalaya, zo helder en schijnbaar zo dichtbij. Met het landschap veranderen ook de mensen en hun cultuur. Maar of je nu je tent opslaat in een hindoeïstisch dorpje of een boeddhistisch, je bent altijd welkom. Er wordt muziek voor je gemaakt en gedanst. Je bezoekt kleine kloostertjes en grotere als Kyunggurding en Chuptencholing. Je kan er een dienst bijwonen of iets leren over Tibetaanse geneeskunst. Shengepuuk, waar een wonderbaarlijke handafdruk van een leerling van Boeddha te vinden is, is zonder meer een fascinerende plek. Door al deze dingen word je als vanzelf uitgenodigd om te mediteren en om je eigen leven en denkwijze eens nader te bekijken.
Van dag tot dag
Iets zuidelijk van de klassieke aanloop route naar Mount Everest ligt een gebied waar je bij uitstek in het vroege voorjaar of het late najaar (of zelfs in december) uitstekend een trek kunt maken. Het is in toeristisch opzicht nog onbekend. Je loopt door dorpjes van verschillende stammen, over bergkammen van meer dan 3500 meter, met prachtige zicht op de hoge pieken, en door dichtbegroeide rododendronbossen. Hier en daar is er een boeddhistisch klooster waar je eeuwenoude rituelen mag meemaken. Het is met name het gebied van de sherpa’s. Enkele van onze gidsen wonen in dit gebied en zij zullen graag met je meegaan om je een zo goed en open mogelijk beeld te geven van het leven in Nepal anno 2010. De beschrijving van de trek is van reisleidster Hilde Noë, gebaseerd op haar ervaringen november/december 2008. Sinds 2008 gaat er geen Nederlandse reisleider meer mee op deze tocht. De Nepalese gidsen hebben deze route al heel vaak gedaan, de paden zijn over het algemeen goed en de grootste hoogte komt niet boven de 5000 meter
Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.
dag 1 en 2 Amsterdam-Kathmandu
Deze dagen zijn gereserveerd voor een vlucht van Amsterdam naar Kathmandu. Verschillende vluchtmogelijkheden vind je onder vliegtickets.
dag 3 Kathmandu
Aan het begin van de reis heb je tijd vrij te besteden in Kathmandu en omstreken. Een eerste wandeling door Kathmandu is overweldigend. Durbar Square met z’n aaneenschakeling van tempels en z’n smalle zijstraten vol kleurrijke mensen, handel en vertier is hét centrum en ademt een sfeer waarmee de hele oude stad is doortrokken. Op fietsafstand liggen de prachtige Boeddhistische Stupa’s van Swayambhunath en Bodnath. Dat geldt ook voor Pashupatinath, een hindoetempelcomplex met crematie ghats (kades) aan de oever van de heilige Bagmati-rivier. De twee koningssteden Patan en Bhaktapur liggen op fietsafstand van Kathmandu. De “middeleeuwse sfeer” wordt er bepaald door de oude bebouwing, de tempels en de smalle straatjes, waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen. Zelfs de stadsdelen zijn hier nog volgens het kastensysteem gegroepeerd. Patan heeft een fascinerend centraal Durbar Square met vele tempels, standbeelden en een koninklijk paleis. Tevens bevindt zich hier een van de mooiste boeddhistische kloosters in Nepal. Bhaktapur is het meest oorspronkelijk gebleven en totaal autovrij. Pottenbakkers hebben met hun activiteiten een compleet plein in beslag genomen en duizenden potten staan te drogen in de open lucht. Ook aan het einde van de reis verblijven we in Kathmandu.
dag 4 Kathmandu Poku, 12 uur onderweg .
Het is vandaag een lange rit dus we vertrekken vroeg met de bus uit Kathmandu. Met zijn allen (gids, kok, dragers en wijzelf) rijden we noordwaarts richting Jiri. Nog een flink stuk voor Jiri, net wanneer we zicht hebben op de besneeuwde toppen van de Himalaya, gaan we oostwaarts. Het is een zandweg die ze breder maken zodat hij geschikt wordt voor vrachtwagens en ander vervoer dat naar een waterkrachtcentrale in opbouw gaat, bij de Likhu Khola. Zeker vanaf Tribeni (de samenloop van drie rivieren, nl. de Charange Khola, de Bhote Kosi en de Tamba Kosi) is het min of meer rally rijden. Kort vóór ons doel, Sirse, stranden we. We hebben nog net de tijd om onze tenten op te zetten voor het donker wordt. We staan op een veldje bij een schooltje in Poku, een gehuchtje vlak bij Sirse.
dag 5 Poku-Wajpu, 4½ lopen, 1100 meter stijgen
We beginnen de dag rond 8.00 u met een steile en wat gladde afdaling naar Sirse. Het is nog fris, maar prachtig weer. In Sirse is het marktdag, met alle schilderachtige toneeltjes van dien. Daar tussendoor komen schoolkinderen aanlopen die in de laadbak van een vrachtwagen klimmen. Hoever moeten ze nog? Het is hier allemaal heel simpel. Het plaatsje ligt op nog geen 800 m hoogte in een breed dal waar de Likhu Kosi doorheen stroomt. We steken de rivier over. Tegen de hellingen aan weerszijden van de rivier liggen rijstvelden in terrasvorm. Maar de meeste rijst is al geoogst. Hier en daar wordt er gedorst. We nemen een weggetje tussen de veldjes door, min of meer parallel aan de rivier. Ondertussen stijgen we toch behoorlijk. We steken de zijrivier Pakali over en we krijgen onmiddellijk een forse helling voor de kiezen. Maar dat pad leidt wel naar een mooie waterval en naar een soort ‘natuurlijk’ beeldhouwwerk. Met elke stap zakt de vallei dieper weg en zien we hoe mooi de opbouw van de veldjes is met hier en daar een huis en wat bomen. Het is ondertussen ook echt warm geworden. We komen kort na de middag in Waijpu aan. Op het pleintje naast de school wachten we op elkaar. We horen een meester lesgeven en het gemurmel van zijn leerlingen. Het is hier erg vredig. We kunnen kamperen op een rijstveldje waar alleen nog wat stoppels staan, met uitzicht op de hele vallei. Hoogte ca. 1900 meter. De eigenaar woont boven ons in een zo te zien stevig huis. Tussen de bloemen heeft hij een buitendouche waarvan we gebruik kunnen maken. De man is een oudgediende van het Engels leger (gurkha). Met behulp van Engelse donateurs heeft hij voor elektriciteit gezorgd (zonnepanelen) in zijn dorp en in de omgeving. We zien iets van welvaart of, beter gezegd, een verbetering van de meest primaire levensvoorwaarden. De mensen zijn hier niet gewend om toeristen te zien. We zijn echt een bezienswaardigheid. ’s Avonds komt het hele dorp langs en worden we getrakteerd op dansen.We beginnen de dag rond 8.00 u met een steile en wat gladde afdaling naar Sirse. Het is nog fris, maar prachtig weer. In Sirse is het marktdag, met alle schilderachtige toneeltjes van dien. Daar tussendoor komen schoolkinderen aanlopen die in de laadbak van een vrachtwagen klimmen. Hoever moeten ze nog? Het is hier allemaal heel simpel. Het plaatsje ligt op nog geen 800 m hoogte in een breed dal waar de Likhu Kosi doorheen stroomt. We steken de rivier over. Tegen de hellingen aan weerszijden van de rivier liggen rijstvelden in terrasvorm. Maar de meeste rijst is al geoogst. Hier en daar wordt er gedorst. We nemen een weggetje tussen de veldjes door, min of meer parallel aan de rivier. Ondertussen stijgen we toch behoorlijk. We steken de zijrivier Pakali over en we krijgen onmiddellijk een forse helling voor de kiezen. Maar dat pad leidt wel naar een mooie waterval en naar een soort ‘natuurlijk’ beeldhouwwerk. Met elke stap zakt de vallei dieper weg en zien we hoe mooi de opbouw van de veldjes is met hier en daar een huis en wat bomen. Het is ondertussen ook echt warm geworden. We komen kort na de middag in Waijpu aan. Op het pleintje naast de school wachten we op elkaar. We horen een meester lesgeven en het gemurmel van zijn leerlingen. Het is hier erg vredig. We kunnen kamperen op een rijstveldje waar alleen nog wat stoppels staan, met uitzicht op de hele vallei. Hoogte ca. 1900 meter. De eigenaar woont boven ons in een zo te zien stevig huis. Tussen de bloemen heeft hij een buitendouche waarvan we gebruik kunnen maken. De man is een oudgediende van het Engels leger (gurkha). Met behulp van Engelse donateurs heeft hij voor elektriciteit gezorgd (zonnepanelen) in zijn dorp en in de omgeving. We zien iets van welvaart of, beter gezegd, een verbetering van de meest primaire levensvoorwaarden. De mensen zijn hier niet gewend om toeristen te zien. We zijn echt een bezienswaardigheid. ’s Avonds komt het hele dorp langs en worden we getrakteerd op dansen.
dag 6 Wajpu (iets vóór) Sakhamadi, 4½ uur lopen, 700 meter stijgen
We komen niet zomaar weg uit Wajpu. Wanneer we klaar staan om te vertrekken, is daar weer een groep van de lokale bevolking. We krijgen bloemenkransen omgehangen, boeketjes in de handen gedrukt en per persoon een tas mandarijnen. Er volgt nog een demonstratie muziek maken op mondharpjes en andere ingenieuze instrumenten. Tot aan de grens van het dorp worden we uitgeleide gedaan. De werkelijkheid is dan: een echt steile klim. Terwijl we ons daar helemaal op concentreren, horen we allerlei lawaai boven ons. De plaatselijk tamtam heeft zijn werk gedaan. Bij het volgende gehucht staat een ereboog waar we onderdoor moeten. Weer worden er bloemenkransen om de nek gelegd en tika’s op ons voorhoofd gedrukt. Ontroerend. Maar we moeten echt verder, weer stevig klimmen. En hoe doe je dat met kilo’s bloemen rond de nek? Het is niet alleen zwaar, maar het wordt ook bloedheet. Gelukkig bestaan er heilige bomen. We poseren nog even voor een foto en met een zucht van opluchting hangen we de kransen in de boom. We kunnen ‘verlicht’ verder klimmen. We komen weer tussen veldjes terecht die nu te hoog liggen om rijst te kunnen verbouwen. Hier staat maïs of gerst. Dan zijn er weer bomen en struiken met een mediterraan karakter. Dat verbaast ons niet gezien de hitte waarin we lopen, zelfs in deze tijd van het jaar.
Op een gegeven moment, niet lang nadat we een brug zijn overgestoken, zien we een zadel tussen de bergen met een tweetal huizen erop. We naderen onze kampplaats. Maar eerst komen we nog langs een prachtige stupa die stralend wit afsteekt tegen de intens blauwe lucht. Als we dan ook nog de besneeuwde toppen van de hoge Himalaya in beeld krijgen, kan het niet meer stuk. Dit is het Sherpa-dorp Sakhamadi.
We vinden een mooi kampplaatsje, tegen de wind beschut achter een haag van bamboe en met aan onze voeten een kleine gompa. Na de inmiddels traditionele soep en thee gaan we die bezoeken. De lama die normaal voor deze gompa zorgde, is vorig jaar overleden. Zijn vrouw zet die zorg voort. Maar het voelt een beetje ‘leeg’ in de ruimte. Na de bezichtiging worden we uitgenodigd om een kop boterthee te drinken bij deze vrouw thuis. We kijken onze ogen uit. Zo’n armoede, zo weinig bezittingen … Hoogte: ca. 2600 meter.
dag 7 Sakhamadi- Duble, 5½ lopen, nepali flat
Het heeft licht gevroren vannacht. Maar de ochtend is adembenemend mooi. We zien de Himalaya ontwaken in de eerste zonnestralen. Ik ben verbaasd dat dit licht dat al naar winter neigt, zo zacht is.
Kam Dawa, onze gids, omschrijft het traject van vandaag als “door de jungle” en “Nepalees plat”. Voor het eerste stuk klopt de kwalificatie beslist. Het is heerlijk om zo op en neer te lopen, heerlijk koel onder en tussen al dat groen. Dan volgt er een lange, steile en zanderige afdaling met grote open stukken in de richting van een riviertje. Het is de ideale plek voor de lunch.
We maken een scherpe knik naar het noorden, richting Bhitte, om dan plots weer (zuid)oostwaarts te gaan naar Duble. We hebben de jungle duidelijk achter ons gelaten en lopen, nu wat stijgend dan weer dalend, tussen veldjes waar de oogst al verdwenen is. Maar de ossen hebben er nog wat te knabbelen. Af en toe zien we een manimuur. We naderen bewoonde wereld. Wanneer we door een Tamang-dorp lopen, komt iedereen ons begroeten. Het is duidelijk dat Kam Dawa er bekend is. Er wachten ons dan nog wat venijnige kleine klimmetjes. We moeten tenslotte weer hoogte winnen na die lange afdaling. Maar plots ligt daar Duble. We kunnen het huis van Kam Dawa al zien. We kamperen op een zanderig veldje naast het huis van Kam Dawa. Naar beneden toe, in de richting van de rivier, staan nog een paar huizen tussen veldjes en omhoog op de helling ook. Ze zien er niet slecht uit. Aan het einde van de middag komen er wolken en mist opzetten. Het wordt snel donker en verdraaid koud. Hoogte: Duble ligt op 2500 meter.
dag 8 Duble rustdag
Dit is ‘de dag van Kam Dawa’. Hij zal ons allerlei aspecten van zijn dorp laten zien. We brengen eerst een bezoek aan de spiksplinternieuwe gompa. Alles is er kleurig en helder. De gompa voegt duidelijk iets toe aan het dorp en aan het gevoel van eigenwaarde van de bewoners. Daar vlakbij ligt de school. Ook die wordt met een bezoek vereerd. We worden plechtig ontvangen met een klein toespraakje van de hoofdonderwijzer en uiteraard weer met bloemenkransen en kata’s (witte sjaals). Op het schoolplein zingen de kinderen ons toe. We hebben wat kleinigheden bij ons. Iedere jongen en meisje krijgt iets. Het is echt een beetje feest. We nemen een kijkje in de klaslokalen. De aarden vloer is ijskoud. Gelukkig was er geld om een houten vloer te leggen in het lokaal van de kleuters. Naast een bord en wat bankjes is er verder niets. We bewonderen ook de nieuwe toiletten. Dit is een actie van Tammo de Jong uit Nijmegen. Met zijn kleine stichting (Nijmegen – Sherpaland) doet hij hier wondertjes. Het moet hard werken zijn om hier een schooltje overeind te houden. Nu het winter wordt, komen niet alle leerlingen meer naar school. Ze moeten vaak een uur of meer lopen en dat is niet goed te doen in de kou. We nemen nog een kijkje in het plaatselijke winkeltje. En dan is het tijd voor de lunch.
Na de middag dalen we af naar de rivier. Daar is nog niet zo lang geleden een watermolen gebouwd. Ook zijn er op verschillende plaatsen watertappunten gerealiseerd zodat er niet zoveel tijd en moeite gestopt hoeft te worden in het halen van water. Sommige huizen hebben een toilet en een heel simpele douche. Ook dit is gerealiseerd met hulp van dezelfde Nijmeegse stichting. Elektriciteit is er niet. Beetje bij beetje krijgen we een indruk van het leven van de bevolking. Het wordt helemaal ‘echt’ wanneer we later thee drinken in het ouderlijk huis van Kam Dawa en daar ook getrakteerd worden op gepofte aardappelen: er zit geen glas in de ramen, er is een open vuur zonder schoorsteen en er is geen licht. Je moet er niet aan denken hoe het gaat wanneer iemand ernstig ziek wordt. Kinderen hebben wellicht eens gehoord over een auto of een fiets, maar de meeste zullen er nooit een gezien hebben. We worden er stil van.
En dan gebeurt er iets ongelooflijks. Terug in het kamp krijgen we de mededeling dat we ons goed moeten aankleden, want wordt er een dansfestijn voor ons georganiseerd, buiten in de kou. Het is geweldig. We krijgen een voorstelling van bijna eindeloze Sherpa- en Tamang-dansen. In het donker komen steeds meer mensen aanlopen. Voor iedereen is er thee. Een kleine ouderwetse recorder op batterijen zorgt voor de muziek. De mensen zijn zo trots dat ze iets kunnen laten zien van hun cultuur. Op het laatst moeten we mee dansen op onze plompe bergschoenen. Maar we krijgen echt honger en beginnen ernstig te verkleumen. Het is ongebruikelijk laat als we onze eettent opzoeken. Wat een dag! We zijn ontroerd en onthutst tegelijk.
dag 9 Duble Chuplu Bhanjyang, 4 uur lopen, nogal up en down
Het wordt weer een wat ongebruikelijke dag. We dalen af naar de rivier en klimmen iets naar boven. Eerst nemen we nog een kijkje bij weer een watermolen. Je ziet dat er veel gebruik van wordt gemaakt. We ontmoeten de chairman van de Nijmeegse stichting, een beminnelijke en vrolijke man, gezegend met zes mooie dochters. Drie van die meiden dansten mee gisterenavond. Ze bewonen een licht en groot huis. Deze familie is duidelijk in betere doen. Dat komt door de ontdekking van een steensoort in het land bij zijn huis. Die kan worden gebruikt in de bouw en levert dus geld op.
We beginnen met een behoorlijk steile klim, in de zon. Duble ligt aan onze voeten. Na 45 minuten stevig aanpoten staan we op het hoogste punt. Na een half uur afdalen zijn we bij de lunchplaats. Na de lunch lopen we in noordwestelijke richting. Ter hoogte van Dobate Banjyang draaien we weer naar het noorden. Daarna komt er een lange, soms wat scherpe afdaling, grotendeels onder de bomen. Door de nattigheid van de ochtendnevel is het nogal glibberig. Beneden steken we een riviertje over. Naar boven klimmend wisselen we herhaaldelijk van oever. Op een bepaald moment komen we op een zonnige open plek. Aan alle kanten duiken mensen op die op weg zijn naar een plaatselijke markt. De manden op de rug zijn volgeladen. Een kind loopt met een levende kip onder de arm. Daartussendoor zien we scholieren. We kijken wat rond en dan vertrekken we weer. Een half uur later zijn we bij de kampeerplek in Chuply Bhanjyang. Er staan wat huizen bij een kleine oude stupa. Iets verderop zien we een grotere stupa met een manimuur en vlakbij een kleine gompa. Op het veldje naast de stupa kunnen we onze tenten opzetten. Op het eigenlijke kampeerveldje staat een Duits groepje. Het is voor het eerst dat we andere Westerlingen zien. Er is een prettig zonnetje en we hebben de tijd om bijv. haren te wassen of om zomaar lui te zijn. Na de thee gaan we de gompa bekijken. Er zijn mooie wandschilderingen, vergelijkbaar met die van Duble. Maar er is niet echt ‘sfeer’. Hoogte: 2600 meter.
dag 10 Chuplu Bhanjyang Kyungurding, 3 uur lopen
We volgen een stenig, af en toe stevig stijgend bospad. Het slingert zich tussen de bomen door. Af en toe hebben we fraaie doorkijkjes naar het gebied dat we achter ons laten. We kunnen ongeveer zien waar we gisteren liepen vanaf de open plek naar de campsite. We zien ook hoe over die open plek een weg doorloopt naar het dorpje waar de markt was. Het weer is zonder meer schitterend. We komen boven de boomgrens. In die openheid brandt de zon en snijdt de wind. We blijven even genieten van het weidse uitzicht. Dan steken we de kam over en dalen enigszins af. Een kwartiertje later vinden we een waterpunt bij een schamel hutje. Een goede plek voor de lunch, uit de wind in de zon.
Na de lunche lopen we naar links, de graat weer op. Dat is even klimmen! In zo’n 20 minuten overbruggen we 200 à 300 hoogtemeters. Wanneer we om de laatste bocht komen, ligt de hele range van de Himalaya zomaar voor ons: we kunnen kijken van de Annapurna in het westen tot voorbij de Everest in het oosten. Werkelijk adembenemend mooi. Vanaf dit hoogtepunt (in beide betekenissen) dalen we kriskras af, eerst over grasland, later door rododendronbossen in de richting van Kyungurding. Dat is het klooster waar Kam Dawa zijn opleiding als lama kreeg/krijgt. Plots zien we het goudgele dak tussen de bomen te voorschijn komen. Op deze plek heeft Kam Dawa een eigen meditatiehuisje. We mogen even naar binnen. Er is een kookruimte van ongeveer 2x2 meter, met vuurplaats en een rekje met potten en pannen. Daarnaast is de eigenlijke studie- en meditatieruimte. Die is nauwelijks groter. Er staat een bed en er is een houten zitbank met lessenaar ervoor. Wanneer we Kam Dawa vragen om op zijn meditatieplek te gaan zitten voor een foto, straalt hij. Dit is echt zijn plek. Maar hij is getrouwd en heeft een vrouw en zes kinderen. En weer bevangt me het gevoel hoe anders deze Sherpa’s in het leven staan dan wij Westerlingen, hoe anders ze omgaan met mogelijkheden en onmogelijkheden.
Ik had eigenlijk een soort lege cel verwacht met alleen de allernoodzakelijkste zaken. Maar het is er gezellig. Er hangen posters aan de muur en foto’s van zijn kinderen en van zijn leraar. Boven en rondom het klooster zijn een zestigtal van deze huisjes gebouwd. Nu de winter voor de deur staat, staan de meeste leeg. De Rinpoche is er ook niet. Hij leidt een ceremonie in een ander klooster. We dalen verder af langs twee stupa’s met gebedsmolens en langs de tempel. Hier komen en leven zowel getrouwde als ongetrouwde monniken. Het uitzicht op de Himalaya is weer zo mooi. Geen slechte plaats voor een gompa. Onze kampeerplek ligt er direct onder. Het is er lekker vlak. Nadat we de tenten hebben opgezet, is er nog even een momentje om ons te koesteren in de zon, dan zakt hij achter de bergen en wordt het weer ijzig koud. Hoogte: gestegen tot ca. 3000 meter Het uitzichtpunt lag op ca. 3260 meter volgens mijn GPS, volgens de kaart is het 3360 meter.
dag 11 Kyungurding Samshingma, 3½ uur lopen
Vannacht was er een prachtige sterrenhemel. Het vroor licht. De sluierbewolking van gisterenmiddag was volkomen opgelost. Alles is betoverend wit vanmorgen. De hoge Himalaya piept voorzichtig te voorschijn uit de ochtendnevel. We lopen eerst comfortabel langzaam omhoog tussen soms boomhoge rododendrons. Wanneer we boven de boomgrens uitkomen, hebben we een goed uitzicht over de hele Ramding Danda (Danda = graat). We zullen hier een hele tijd langs lopen. Na vervolgens een korte klim zien we gebedsvlaggen wapperen in de wind. Even later ligt daar wat lager een kleine gompa (Kuyantar, ca. 3200 meter) omgeven door een hele cirkel van masten met gebedsvlaggen en daarnaast één huisje. Het blijkt bewoond. Een vrouw komt naar buiten en vraagt zich waarschijnlijk af wat die buitenlanders komen doen op deze al wat winterse dag. Ik daal af met Jit, onze kok. De gompa is kortgeleden gerestaureerd. Alles ziet er kraakhelder en verzorgt uit. De boeddhabeelden zijn van papier maché gemaakt en heel eenvoudig, maar zeker niet zonder uitstraling. Na dit korte bezoekje vervolgen we onze weg. Kort voor we de Ramding Danda verlaten om door te steken naar Taklung Danda, komen we bij een plaats die door herders wordt benut in de zomermaanden. Daar lunchen we. Na de lunch volgt eerst een korte klim, tegen de Taklung Danda op, steeds een beetje onder en boven de boomgrens. In de zon is het flink warm, in de schaduw fors koeler. We draaien rechts om de berg heen tot we echt op de graat komen, op het kruispunt met de Lamche Danda. Daar draaien we iets naar links, in noordnoordoostelijk richting, langs een heel oude donkere stupa. We blijven boven de boomgrens. We gaan kamperen dicht bij Samshingma. Het is de laatst mogelijke kampplaats waar nog water is vóór de Pike Peak.
We zetten de tenten op onder een manimuur, zoveel mogelijk uit de koude scherpe wind. Als de zon weg zakt achter de bergen daalt de temperatuur met wel 20 graden. Hoe zal dat morgen op de Pike zijn? Kam Dawa stelt voor dat we niet al te vroeg vertrekken in verband met de kou. Hoogte: ca. 3300 meter.
dag 12 Samshingma - Ngobur Gomba 3350 meter, 3-4 uur lopen
Het heeft flink gevroren vannacht. We stijgen in een gestaag tempo. Even een korte stop om iets te drinken. Het is ongeveer 2-2½ uur lopen voordat we op de top staan. We hebben dan 700 meter geklommen. De top van de Pike Peak ligt er prachtig bij in het heldere zonlicht, met de vele kleurige gebedsvlaggen zacht wapperend in de wind. Er is werkelijk geen wolkje aan de hemel. Omdat de top geïsoleerd ligt, is het of je in een omniversum staat: aan alle kanten bergen. Richting noord de besneeuwde toppen van de Himalaya. We nemen alle tijd om de hele range te bekijken. Naar het zuiden toe meer een coulisselandschap: bergketens achter elkaar verdwijnen steeds meer in de verre ochtendnevel. We kunnen zelfs ongeveer zien waar we de trekking begonnen zijn en hoe de weg zich tussen al die bergeketens omhoogslingert. Op een gegeven moment vliegt er een Twinotter voor ons langs, blijkbaar op weg naar Phaplu, maar beduidend lager dan waar wij nu staan. Een bizarre ervaring. Na zo’n drie kwartier beginnen we aan de afdaling, 1.000 meter naar beneden, eerst door bultig grasland, dan stenige paden tussen wat struiken. Vervolgens struinen we tussen immense rododendrons in winterslaap. Sneller dan verwacht zien we Ngobur Gompa liggen. Hier is ook de lunchplek. Na de lunch genieten we van een halve rustdag, een middag in de zon, schrijvend, lezend, thee leutend, niksend, … Gestegen: 700 meter en gedaald 1.000 meter.
dag 13 Ngobur Gomba naar Toktor, 5½ uur lopen
We vertrekken in oostelijke richting. We gaan vandaag de bergrug oversteken waar Pike Peak en de Lamjura Danda deel van uitmaken. De weg loopt door een bos van overwegend rododendrons en hoge dennenbomen. Een lekker klimmetje. Tot plots om een bocht een ijswaterval het pad onbegaanbaar maakt. Het is even puzzelen hoe we hier overheen komen. Het eerste stuk ijs bedekken we met zand. Dan komt er een piepklein onbevroren plekje. Op die manier verzinnen we steeds iets nieuws tot we weer normaal over het pad kunnen lopen. Lekker spannend. En niet te geloven met welk gemak de dragers daar overheen komen. Al gauw blijkt dat dit niet de enige verijsde plek is. Telkens wanneer de bergwand zich naar binnen plooit en dieper in de schaduw komt te liggen, is er ijs in het spel. Verder is het eigenlijk een heel makkelijk begaanbaar pad. We komen een zonnige open plek en staan weer oog in oog met de Himalayareuzen. Het blijft fascinerend. Wanneer zeker is dat alle dragers het ijs getrotseerd hebben, gaan we weer verder. De weg loopt nu naar beneden, soms door bos soms langs iets opener graslandjes. Het ijs is hier nagenoeg verdwenen. Wanneer we op een soort bergruggetje komen met twee potdichte huisjes, weten we dat we bij de lunchplek zijn, bij Jase Banjyang (nepalees voor pas, 3500 meter). Het is even zoeken voor een goed plekje. De bergrug is veel te windering. We dalen van daaruit iets af tot bij een open plek tussen enorme dennenbomen . Er komt mist opzetten en het wordt behoorlijk fris. Het heeft wel iets magisch, of we “In de Ban van de Ring” zitten …
Na de lunch beginnen we weer met een stevige klim naar een soort open top of pas op 3800 meter hoogte. Het is weer een prachtig gezicht, zo op de rand van de boomgrens. Dan volgt een fikse wat lastige afdaling tussen hoge rododendrons en struiken waarvan papier wordt gemaakt. Deze laatste lijken een beetje op rododendrons, maar de bladnerven lopen anders. Het pad ligt bezaaid met rotsblokken en is doorkerfd met geulen. Wanneer op een mooie open plek komen nemen we een rustpauze. Enorme oude dennenbomen met een dikke groene vacht van mos staan om ons heen. Niemand zou verbaasd opkijken wanneer ze zouden gaan lopen, voorzichtig en een beetje stram en wanneer ze onder elkaar wat brommerig zouden gaan murmelen. Na de pauze gaat de afdaling gewoon door, al wordt de begroeiing wat minder dik. Na een half uur komen we bij een rivier. Dan komen er weilanden en nog iets later af en toe een huis. Later in de middag naderen we Toktor (ca. 3045 meter). Ondertussen is het weer mistig geworden en zakt de temperatuur behoorlijk. Net buiten het dorp zetten we de tenten op. Het is te merken dat we langs de ‘highway’ naar Lukla zitten. Er komen veel dragers langs, soms een enkele trekker. We zijn de drukte niet meer gewend. Wat een andere wereld.
dag 14 Toktor naar Thuptencholing Gompa, 3½ uur lopen
We vertrekken in de zon. Het eerste stuk van de trek is een beetje zoals gisteren: springen van rotsblok naar rotsblok. We lopen aanvankelijk nog tussen huizen die nog bij Toktor horen. Wanneer we beginnen te stijgen, is er geen bewoning meer. Op een gegeven moment zien we rechts in de diepte het grote dorp Junbesi liggen. Maar vandaag gaan we daar niet langs. We komen duidelijk in een wat welvarender gebied. Aan onze linkerkant ligt een goed verzorgd klooster. Jonge monniken lopen de berg op met masten met gebedsvlaggen. Die zullen geplant worden boven op de kam. Af en toe kruisen we een bewoner. Beneden ruist een rivier. Het geheel ademt een rustige activiteit.
Na 2½ uur lopen steken we een bruggetje over. Enkele Boeddhistische nonnen zitten er in de zon. Even verder wordt er een gigantische nieuwe stupa gebouwd. Die blijkt deel uit te maken van een groot vredesproject. Door heel Nepal worden een aantal van deze stupa’s neergezet. Op het grasveld daarnaast maakt Jit de lunch klaar. Ondertussen verbazen we ons over de simpele middelen die de bouwvakkers gebruiken: touwtjes om een precieze cirkel te construeren, de stenen worden met de hand op maat gehakt en naar boven gedragen. Na de lunch is het nog een half uurtje klimmen naar Thuptenchholing (ca. 3000 meter). We mogen de tenten opzetten aan de voet van het klooster op het helikopterveldje. Aangezien de Rinpoche niet komt, hoeven we geen helikopter te vrezen. Na de thee lopen we naar het boven ons gelegen medisch centrum. Daar wordt de Tibetaanse geneeskunst beoefend. Jammer genoeg zijn de artsen en hun medewerkers al weg. Misschien hebben we morgen nog de gelegenheid wat meer te zien…De zon verdwijnt al heel snel achter de bergen. De temperatuur zakt weer spectaculair. Gedaald en weer iets gestegen naar Thuptenchholing (net geen 3000 meter).
dag 15 naar Shengephuk op en neer, 5-6 uur lopen of een rustdag
Je zult vandaag moeten kiezen tussen het kloosterleven eens nader te bekijken of een mooie dagtocht te maken naar een 1000 meter hoger gelegen heilige plaats.
De beschrijving van wat je zou kunnen doen in en in de nabije omgeving van het klooster.
In de ochtend zijn we naar Thuptenchholing Gompa gelopen, omhoog langs een brede trap met aan weerszijden bomen die het zonlicht zeven. Eerst is er een mannenklooster, daarna een voor vrouwen. Ze delen wel dezelfde gebedsruimtes. We bekijken eerst de oudste tempel. Het wordt niet duidelijk wanneer ze die gebruiken, maar het is wel een bijzondere plek. De diensten hebben nu plaats in een veel grotere lichte zaal met schitterende wandschilderingen. Het indrukwekkende Boeddhabeeld staat achter glas. Vandaag zijn er geen gebedsdiensten. Er is een soort vakantie, begrijpen we. In plaats van het bijwonen van een dienst gaan we naar de keuken. Daar zijn nonnen bezig om het eten klaar te maken voor 350 personen. Met pollepels waar een heel hoofd in kan, staan ze te roeren in reusachtige ketels met pruttelende soep. Hier hebben de houtvuren gelukkig wel schoorstenen. In deze keuken is een kleine afgeschermde ruimte die dienst doet als kantoor. Hier zwaaien blijkbaar de monniken de scepter. We maken een afspraak voor een speciale dienst voor Tara voor morgenvroeg.
Buiten op de binnenplaats zitten monniken en nonnen in de zon. We gaan er lekker tussen zitten. Wat zou iedereen eigenlijk doen zo’n hele dag? Het lijkt of er zomaar wat rondgehangen wordt. Maar misschien is deze vakantiedag niet het moment om daar achter te komen. Na de lunch op de kampeerplek lopen we verder de vallei in naar een lamaschooltje op zo’n klein uur lopen. Het laatste stuk, na een manimuur, is een wat venijnig klimmetje. We worden verwelkomd in de docentenkamer. Het is de laatste examendag. Morgen begint voor de toekomstige lama’s de wintervakantie van twee en een halve maand. De leerlingen zijn intern en als het zo koud wordt, is het moeilijk leven hierboven. De directeur van de school blijkt een belangrijke lama te zijn. Hij vertelt ons over het pittige studieprogramma. Naast lessen over het Boeddhisme, leren de jongens talen, wis- en natuurkunde, biologie, … alle normale vakken die in een goede school thuishoren. Het verbaast ons niet dat er zich veel meer jongens aanmelden dan er plaats is.
De beschrijving als je ervoor kiest om een dagtocht te maken…..
Een prachtige dagtocht is het klimmen naar Shengephuk, bijna 1000 meter hoger dan Thuptenchholing.. Daar is een rots met een bijzondere handafdruk van een belangrijke lama uit de begintijd van het Boeddhisme. Maar wie dat nu precies was, daar komen we niet achter.
Net zoals gisteren volgen we de weg dieper de vallei in. We steken weer de rivier over en lopen langs de manimuur tot bij de richtingwijzer: rechts ga je naar het schooltje, links naar Shengephuk. Al die tijd konden we de helling die nu voor ons ligt heel duidelijk zien. Het is licht bewolkt en daardoor ook kouder. Maar gezien de inspanning die we moeten leveren, is dat niet zo erg. Twee uur klimmen we nagenoeg onafgebroken naar boven door een landschap van rotsblokken en kort stekelig struikgewas. We schatten de hellingshoek op zo’n 45 graden. Op het moment dat het open landschap overgaat in bos, komt de zon te voorschijn en zien we een glimp van machtige besneeuwde bergen (Numbur, Khatang en Karyolung) vlakbij. Het pad wordt vlakker en gemakkelijker. Vóór ons schiet een kleurrijke pauw weg tussen de bomen. Maar verder is hier niemand. We stoppen kort bij een niet afgebouwd hutje. Van daaraf wordt het weer klimmen onder de hoge dennen en coniferen. Plots zijn we uit het bos. We blijken op de rand van een brede kom te staan. Beneden loopt een smal kronkelend riviertje. De oevers zijn bevroren. Aan de overkant wapperen gebedsvlaggen. We zien ook een klein huisje. We hebben ongeveer drie uur gelopen… We dalen af tot de bodem van de kom, klimmen weer een stukje naar boven. Alles lijkt te tintelen en is tegelijk in diepe rust. De kom is van een sublieme schoonheid, zonder meer een klein paradijs. Wanneer we bij het huisje komen, doet Kam Dawa de eerste deur open. Er is een vuurplaats en wat rommel. Je kunt hier goed schuilen. De tweede deur gaat open. Het is of er een stroom van, ja waarvan, naar ons toe komt. Of je het wilt of niet, je wordt direct geraakt. We bevinden ons in een piepkleine ruimte. Er is een minialtaartje en een bank om te mediteren. En links boven het altaartje zien we onmiskenbaar de diepe afdruk van een hand,. Alledrie leggen we onze hand erin. Toch even uittesten of die past. Op het altaartje ligt een gebedenboek. Kam Dawa gaat zitten en begint te reciteren. Wij luisteren stilletjes terwijl hij opgaat in zijn gebeden. Hoe noem je dit? Een gezegend moment? Om nooit te vergeten. Wanneer we weer buiten staan, kunnen we alleen maar blijven herhalen hoe mooi het hier wel is. We lunchen uit de wind, in de zon, met onze rug tegen het huisje. Na een uurtje beginnen we aan de afdaling, bijna met tegenzin. Op het uittrekken en weer aantrekken van onze fleece na, lopen we non-stop door. Twee uur later wandelen we de kampplaats op. Jit zorgt snel voor thee. En iedereen wil het verhaal van de handafdruk horen.
Maar er is nog een ander verhaal. De afgelopen nacht, hoorden we een enorm kabaal van potten en pannen. Hadden we ongewenst bezoekers? Was er iemand in het donker in de keukenspullen gevallen? We hadden inderdaad bezoek: van een beer. Jit en de koksmaatjes hadden hem met veel herrie weggejaagd. Vanuit het dorp beneden waren berichten gekomen dat de beer ook daar geprobeerd had om een huis binnen te komen.
dag 16 Thuptencholing Gomba naar Phaplu, 5 uur lopen
Vroeg op. We gaan een dienst bijwonen in het klooster. Tegen zevenen lopen we naar boven. De lucht is kristalhelder. De helling waar we gisteren liepen, kleurt lichtroze in het eerste ochtendlicht. De grote gebedsruimte zit tjokvol nonnen en monniken. Dankzij elektriciteit uit zonnepanelen is het grote boeddhabeeld glorieus verlicht. Al gauw begint de dienst. Terwijl nonnen en monniken hun gebeden zingen, wordt er thee rondgebracht. Het blijft fascinerend, hoe vaak je dit ook meemaakt. Hoewel je er niets van begrijpt, raakt het je toch. Wanneer de eerste zonnestalen in banen binnenstromen, worden de lampen gedoofd. Er wordt een stevige soep geserveerd als ontbijt terwijl er onverstoorbaar verder gebeden wordt. Dan wordt een pauze ingelast. De dienst zal later verder gaan, maar voor ons wordt dit te laat. We moeten nog alles opbreken en dan door naar Phaplu. We nemen afscheid, maken nog wat foto’s en dalen af naar de kampplaats. En maken ons klaar voor onze voorlaatste trekkingdag.
We lopen over een rustig ‘Nepali flat’. Junbesi blijkt een mooi en goed verzorgd plaatsje. Er is een prachtige stupa-achtige poort. Het plafond is helemaal kunstig beschilderd met mandala’s. Je ziet hier aan alle kanten de resultaten van de ondersteuning door het Hillary-Fund. Het is een groot verschil met bijv. Duble. De weg gaat tussen kleine veldjes en wat bomen, we steken wat watertjes over. Hier en daar wapperen gebedsvlaggen. We lopen links langs de rivier, soms hoog erboven, soms er vlak langs. Het is niet alleen maar dalen. Af en toe zit er een venijnig klein klimmetje in. Naarmate we Phaplu naderen, zijn er meer huizen en, vooral, grotere huizen. Maar naast die zichtbaar toegenomen welvaart, zie je ook nog tal van arme sloebers. We kruisen kinderen op weg naar school. We zien mannen die van alles aan het versjouwen zijn. Hier en daar ligt een wintervoorraadje groenten te drogen in de zon. Dan verbreedt de vallei. Op een gegeven moment kunnen we aan onze rechterkant het zadel zien liggen waaronder we gekampeerd hebben (voorbij Jase Bhanjyang). We hadden van daaruit rechtstreeks naar Phaplu kunnen afdalen. Een vreemde gedachte wanneer je bedenkt hoeveel we nog gezien en meegemaakt hebben sinds die tijd.. Ook Pike Peak is te zien. De campsite is een klein veldje achter een Tibetaans guesthouse. Door de enige straat van Phaplu drentelen monniken en enkele Westerlingen richting luchthaven. Kam Dawa gaat informeren voor onze vlucht morgen.
Het is een beetje een vreemde middag. In gedachten nemen we afscheid van heel het fantastische gebied waar we doorheen gelopen zijn, van de rust en de stilte, van de vele vriendelijke Nepali,…Vanavond zullen we onze dragers en Jit bedanken. Zij lopen terug over Jiri om daar de bus te nemen naar Kathmandu. Kam Dawa zal met ons meevliegen.
dag 17 Phaplu naar Kathmandu
We zijn op tijd op. Het is bewolkt en het is maar de vraag of we kunnen vliegen. We zwaaien Jit, de koksmaatjes en de dragers uit en gaan zelf richting vliegveld. We zijn niet de enigen. Maar de meeste mensen blijken op de been om afscheid te nemen van een of ander districtshoofd. We wachten in een theehuisje zonder ook maar iets van verwarming. De hele tijd wordt er in en uit gelopen. Een toilet? Ja, buiten, achter de bomen. Het blijft kamperen. Maar dan komt het goede bericht: het vliegtuigje komt er aan. Zonder plichtplegingen of controles van welke aard dan ook lopen we van de straat naar de startbaan een paar meter lager. En nu maar wachten. Het Twinottertje zit vol. Het is jammer dat er zoveel bewolking is. Anders hadden we vanuit de lucht kunnen zien waar we gelopen hebben. Maat toch is het altijd spectaculair. Wanneer we nog geen uur later landen in Kathmandu komt de zon voorzichtig kijken. Het is even wachten op de bagage, dan een taxi regelen en tegen twaalven zijn we in het inmiddels zo vertrouwde hotel. Toch is het ook wel vreemd om weer in de grote bewoonde wereld te zijn.
dag 18 Kathmandu
Vrije dag in Kathmandu. Tijd om de dingen te doen waar je nog niet aan toe gekomen was of te gebruiken als de Phaplu vlucht een dag zou zijn vertraagd, want dat kan zomaar in Nepal.
dag 19 en 20 Kathmandu-Amsterdam
’s Avonds vertrek naar Amsterdam waar we de volgende dag aankomen.
Zwaarte
Categorie 2
Qua loopuren en maximale hoogte valt de reis strikt genomen in categorie 2, moet je deze korte trek toch niet onderschatten. Gedurende de hele reis kom je aanzienlijke ups en downs tegen tot zo’n 1000 meter per dag. Deze tocht lopen we ook met de kerst. De koude in deze periode is ook iets om rekening mee te houden (’s nachts wel tot -20º C). Daarnaast kun je toch ook wel enige hinder ondervinden van de hoogte. Het hoogste punt met 4000 meter is Pike Peak, waar “off season” behoorlijk veel sneeuw kan liggen.
Prijzen en data
Selecteer een van de onderstaande reizen en klik op 'reserveer' om door te gaan naar het online reserveringssysteem.
| Heen | Terug | Kosten | ||
|---|---|---|---|---|
| Er zijn op dit moment geen reizen. Neem voor maatwerk of individuele reizen per email contact op met het kantoor. Vermeld je gewenste reis plus reisdata en je krijgt dan een boekingsformulier in je mailbox. | ||||
Bij de reissom inbegrepen:
* luchthaven transfers
* 4 overnachtingen in Kathmandu o.b.v. logies en ontbijt in tweepersoonskamers
* bus Kathmandu - Poku
* vlucht Phaplu-Kathmandu (inclusief luchthavenbelasting)
* informatieboekje "Te gast in Nepal"
* kaart van het gebied en een kaart van Kathmandu
- op trek:
* 3 maaltijden per dag (op de kampeerdagen wanneer de keukenploeg de maaltijden verzorgt)
* gebruik van tweepersoonstenten
* gebruik van keukenmateriaal, borden, mokken en bestek
* Engelssprekende Nepalese gids
* Nederlandse reisbegeleider(inclusief meditatie)
* kok en keukenjongen(s )
* bij meer dan 6 deelnemers 1 assistent gids
* dragers (o.a. voor 12 kg persoonlijke bagage)
* medicijn / EHBO – kit
Niet bij de reissom inbegrepen:
* retourvlucht Amsterdam-Kathmandu (deze vlucht kan wel via HT Wandelreizen geboekt worden)
* extra kosten voor terugvlucht uit de bergen wanneer de regulier geboekte vlucht Phaplu-Kathmandu om welke reden niet kan worden uitgevoerd.
* reserveringskosten € 20,-- per factuur
* toeslag eenpersoonstent € 3,-- per wandel-/trekdag (voor deze reis € 36,--)
* bijdrage Calamiteitenfonds € 2,50
* wijzigingskosten € 35,--
* visum ($ 40,-- bij aankomst in Kathmandu) en vaccinaties
* reis- en annuleringverzekering
* entree Durbar Square, musea en tempels (€ 1,-- tot € 4,-- per bezoek, Baktapur € 10,--)
* lunches en diners wanneer niet op trek (± € 80,--)
* persoonlijke uitgaven (frisdrank, alcoholica, souvenirs)
* fooien (± € 35,-- p.p.)
* vervoer naar en van Schiphol
* excursies wanneer niet vermeld in de brochures of aangegeven als facultatief
Aantal deelnemers
Minimum aantal deelnemers: 8
Maximum aantal deelnemers: 15
Deze reis wordt begeleid door een Engelssprekende lokale gids en een meditatie begeleidster
.
Praktische informatieLand informatie
Klimaat
Vanwege de grote hoogteverschillen varieert het klimaat van subtropisch moessonklimaat tot bergwoestijnklimaat. De regentijd is in de zomer, van juni tot en met september. Hoe hoger in de bergen, des te minder invloed heeft deze regen. Een klein gedeelte aan de noordzijde van de Himalaya ligt zelfs in de regenschaduw van het gebergte en is kurkdroog en woestijnachtig (bijv. Mustang en Dolpo). Elke 100 meter stijging geeft ongeveer 0,7 graden Celsius daling in temperatuur.
Tijdsverschil
Het tijdsverschil tussen Nepal en Nederland bedraagt in onze wintertijd 4:45 uur en in onze zomertijd 3:45 uur. Het is in Nepal later dan in Nederland.
Bereikbaarheid
Een mobiele telefoon van Nederlandse herkomst werkt slechts beperkt in Nepal, in Kathmandu en Pokhara is gebruik van mobiele telefoon mogelijk. Verder kun je vanuit alle grote plaatsen en vanuit sommige dorpjes in de bergen tegenwoordig met Nederland bellen. Wanneer je éénmaal op trek bent, is het voor thuisblijvers moeilijk contact met je te krijgen. In een noodgeval kan HT proberen via een drager of gids de groep op te sporen. Je moet er echter rekening mee houden dat dit in het slechtste geval dagen kan duren. Het internationaal toegangsnummer is 00-977- en voor Kathmandu 1.
Geld mee naar Nepal
Uit eten in Kathmandu en Pokhara kun je al voor ongeveer € 20,-- per dag exclusief drankjes. Je betaalt in Nepal overigens met de Nepalese rupee. De rupee is in Nederland niet verkrijgbaar en je moet, éénmaal in Nepal, geld wisselen. Euro’s (alleen grote coupures vanaf € 20,--) kun je wisselen in het hotel, op het vliegveld en bij een bank. Wij adviseren het benodigde bedrag voor bijvoorbeeld souvenirs gewoon in contanten mee te nemen. Daarnaast adviseren we je om voor onvoorziene uitgaven € 100,-- mee te nemen. Met een bank/giropas of creditcard kun je ook bij diverse banken in Kathmandu geld opnemen (pinnen).
Fooien
Aan het eind van de reis wordt meestal de fooi verzameld voor de Nepali die mee zijn geweest. Je geeft fooi als je dat wilt en als je tevreden bent over de prestaties van de “crew”. Bij tenttreks gaan er altijd meer dragers mee en een kookploeg zodat je, wil je een fooi geven waar de Nepali wat aan hebben, wat meer geld kwijt bent. Normaal gesproken ligt het bedrag dat een deelnemer kwijt is voor dit doel tussen de € 15,-- en € 40,--. Het is weliswaar voor de Nepali een welkom extraatje, maar nogmaals: het is niet verplicht.
Visum
Er zijn 2 mogelijkheden voor de visumaanvraag. Dit kan geregeld worden bij aankomst in Kathmandu of van tevoren geregeld worden in Nederland bij het Consulaat (kosten in Nederland, multiple entry voor 30 dagen is € 52,50). Je kunt je visum voor Nepal dus ook bij aankomst in Kathmandu regelen (multiple entry voor 30 dagen is US$ 40,--. Neem voor de aanvraag in Kathmandu wel een pasfoto mee.
Je paspoort moet vanaf het moment dat je terugreist nog minimaal 6 maanden geldig zijn.
Voor de aanvraag in Amsterdam krijg je t.z.t. van ons een visumaanvraagformulier met een stempel van HT Wandelreizen toegestuurd (het stempel vervangt de boekingsverklaring). Vul het formulier in , hecht er een pasfoto aan en haal het visum in een ochtend. Consulaat van Nepal, Herengracht 562, 1017 CH Amsterdam, telefoon: 020-6241530, openingstijden: 10.30 - 13.00 uur.
VERGEET JE PASPOORT NIET MEE TE NEMEN, WANT DAAR MOET HET VISUM IN.
Je kunt het visum ook per aangetekende post regelen:
Stuur je paspoort + visumaanvraagformulier + pasfoto + geld (zie voor het juiste –meeste recente- bedrag het visumformulier) + een aan jezelf geadresseerde, als aangetekend gefrankeerde (€ 7,--) lege envelop, aan het consulaat. Je krijgt je paspoort met visum meestal binnen een week retour.
N.B. Binnen 6 maanden na de uitgiftedatum van het visum moet je Nepal binnengaan, anders verloopt de geldigheid.
Procedure van vertrek
Heb je het ticket via HT geboekt, dan ontvang je het ticket uiterlijk in de week voor vertrek.
Uiterlijk 3 uur voor vertrek dien je aanwezig te zijn bij de balie die correspondeert met het vluchtnummer. Verdere informatie met betrekking tot het definitieve vluchtschema ontvang je tijdens de voorbereidingsbijeenkomst.
Binnenlandse vluchten
Tijdens deze reis maken we gebruik van een binnenlandse vlucht. De meest voorkomende vliegtuigtypen, waarmee in Nepal gevlogen wordt, zijn: Twin Otter en Dornier (16-persoons).
Aan binnenlandse vluchten in Nepal kleeft altijd enige onzekerheid. In verband met weersomstandigheden, de toestand van de start- en landingsbanen (soms gras, soms gravel, soms verharde aarde) en het uitvallen van vliegtuigen, kunnen we soms moeilijk wegkomen van een bergvliegveldje. Tot nu toe hebben we deze problemen altijd goed kunnen oplossen. Extra kosten moeten door de deelnemers worden betaald. Bijvoorbeeld als we een helikopter moeten charteren in plaats van gewoon te vliegen met een "fixed-wing" vliegtuig.
Vaccinaties
Voor officiële adviezen kun je terecht bij de GGD of bij je huisarts. Er zijn geen vaccinaties verplicht. Aanbevolen worden: DTP, buiktyfus, Havrix (tegen geelzucht = Hepatitis A).
N.B. Geen enkele vaccinatie is meer verplicht. Toch raden we aan bovenstaande inentingen allemaal te nemen. Nepal is nu eenmaal een onhygiënisch land, waar je gemakkelijk een ziekte kan oplopen. Op een avontuurlijke vakantie kun je beter gezondheidsrisico`s zoveel mogelijk beperken.
Persoonlijke medicijnen
* 1 Ciproxine antibiotica kuur bij bacteriële darminfecties
* 1 Augmentin of amoxycyline antibiotica kuur bij luchtweginfecties + algemeen breedspectrum
* azaron, lidocaïnezalf bij insectenbeten
* sterilon/betadine-iodium voor wondontsmetting
* leukoplast 2nd skin bij blaarpreventie
* sporttape
* hansaplast bij wondjes
* paracetamol als pijnstiller
* insectenafweermiddel bijv.: autan
* zonnebrandolie/crème minimaal factor 10
* zovirax bij koortslip
* rekverband, knieband bij knieproblemen
* Arnica of SRL bij spierpijn, kneuzingen
* norit bij lichte darmklachten
* immodium bij diarree
* ORS tegen uitdroging bij diarree
* strepsils bij keelpijn
De antibioticakuren (ciproxin en augmentin) en lidocaïnezalf zijn op recept via je huisarts te verkrijgen. Informeer bij je ziektekostenverzekeraar naar een eventuele vergoeding (mocht je huisarts deze middelen niet aan je willen verstrekken dan kun je ze altijd nog in Nepal kopen, gewoon bij een apotheek).
HT Wandelreizen zorgt daarnaast voor een medicijnenkit voor ernstige gevallen. De kans dat we die nodig hebben is klein, maar aanwezig.
Over de uitrusting
Schoeisel
Wij raden lichte bergwandelschoenen aan met een stevige profielzool. Het is belangrijk dat je schoenen erg goed zitten, omdat je er elke dag uren op moet lopen.
* Wanneer je nieuwe schoenen moet kopen, verdient het aanbeveling om tot 1 maat groter te kopen dan je werkelijke maat (pas ze met een paar extra sokken).
* Je voeten hebben namelijk de neiging om op te zetten, als je wat langer op een dag loopt. Daar komt nog bij dat je bergaf niet met je tenen in de knel komt.
* Als je nieuwe schoenen moet kopen, loop ze dan goed in.
* Op sommige tochten moet je door kleine beekjes waden, over modderige paden en soms door sneeuw lopen, dus een redelijke mate van waterdichtheid is handig.
* Een goede profielzool geeft je beter grip op de wat steilere paden.
* Bij zwaardere trekkings (5 stippen of meer) is een zwaardere uitvoering aan te bevelen.
(Dag)rugzak
* Je kunt je bagage laten dragen tot 12 kg. Je bagage kun je in een plunjezak of grote rugzak of tas doen. Voor de spullen die je tijdens het lopen nodig hebt volstaat een dagrugzak. We adviseren een dagrugzak met een inhoud van ± 35 liter (of meer).
Slaapzak
* Voor alle tochten is een goede slaapzak (dons of kunststof bijv. hollofil) onontbeerlijk. De donzen slaapzakken zijn in Nederland erg duur.
* In Kathmandu kun je ze huren voor ongeveer € 1,-- per dag. Het zijn vaak slaapzakken van expedities, die ze hebben achtergelaten. Mocht je het idee onfris vinden, dan kun je altijd nog het gebruik van een lakenzak overwegen. Dit is sowieso wel handig, omdat je toch een aantal overnachtingen hebt met hoge temperatuur.
Paklijst
kleding + slapen
~ slaapzak
~ lakenzak*
~ opblaaskussentje*
~ waterdichte slaapzakhoes*
~ ondersokken*
~ sokken/kousen min. 3 paar
~ ondergoed
~ thermo ondergoed
~ T-shirts
~ fleece trui
~ body warmer*
~ korte broek
~ trekking broek
~ donsjack*
~ regen/windjack
~ regenbroek
~ gamaschen*
~ onderhandschoenen*
~ handschoenen
~ wandelschoenen
~ sandalen/gympen
~ pet/shawl/muts
~ zwembroek/badpak
algemeen
~ dagrugzak (minimaal 35 liter)
~ zakmes
~ dagboek*
~ leesboek*
~ reserve veters
~ naaispullen
~ zaklamp
~ batterijen
~ plastic zakken
~ plunjebaal + eventueel hangslotje
~ fototoestel
~ fotorolletjes/chips
~ batterijen fototoestel
~ veldfles
~ zonnebril/gletsjerbril
~ reserve bril/lenzen
~ loopstokken
toiletartikelen
~ shampoo
~ zeep
~ tandenborstel
~ tandpasta
~ lippencrème
~ zonnebrand
~ kam/borstel
~ toiletpapier
~ dunne handdoek
~ tampons/maandverband
~ medicijnen (zie persoonlijke medicijnen)
reisbescheiden
~ moneybelt of halstasje voor bescheiden:
- paspoort (moet bij aankomst in Nepal nog een half jaar geldig zijn)
- vliegticket(s)
- geld
- inentingsboekje*
- verzekeringsbewijs + alarmnummer
- pasfoto’s voor trekkingpermit
* = niet altijd noodzakelijk
N.B. Maak van alle belangrijke papieren kopieën en bewaar exemplaren thuis en onderweg, apart van de originelen.
Bagage
Tijdens de trek mag 12 kg p.p. aan persoonlijke bagage worden afgegeven. Spullen die niet nodig zijn tijdens de trek kunnen eventueel achtergelaten worden in het hotel in Kathmandu.
Om alles goed verpakt mee te nemen kun je bij HT Wandelreizen een plunjebaal van sterk materiaal voor € 40,-- kopen (plus eventuele verzendkosten € 6,75). Handig is ook een klein hangslotje, om de plunjebaal af te sluiten.
Verzekering
HT Wandelreizen stelt een adequate reisverzekering verplicht. Een annuleringsverzekering raden we sterk aan. Niet alleen vóór de reis geeft deze verzekering dekking maar ook bijvoorbeeld bij vertrekvertraging of bij vroegtijdig moeten afbreken van de reis.
Beide soorten verzekeringen kun je via HT Wandelreizen afsluiten. Indien de reisverzekering wordt afgesloten via derden dan willen we graag voor vertrek de volgende gegevens van je ontvangen: verzekeringsmaatschappij, polisnummer, alarmnummer. Mocht zich tijdens de reis een probleem voordoen dan kunnen de reisleiding en HT Wandelreizen snel handelen.
Overnachtingen
In Kathmandu verblijven we in Hotel Amar. Alle kamers zijn voorzien van douche en toilet. In het hoogseizoen kan het zijn dat Hotel Amar is volgeboekt. Wij reserveren dan een ander gelijkwaardig hotel, bijvoorbeeld het Janak Hotel, Hotel New Ganesh of het Orchid Garden. Tijdens de trek slapen we in tweepersoonstenten.
Landschap en ligging
Nepal ligt ingeklemd tussen India en China, op de zuidhellingen van de Grote Himalayaketen. Het oppervlak beslaat ongeveer 4x Nederland. Het is grofweg gezegd een rechthoek van 800 km lang en 150 km breed. Het hooggebergte van de Himalaya maakt een groot deel van het land onbewoonbaar; 10% ligt boven de 5000 m en 64% tussen 1000 en 5000 m. De rest is laagland, de Terai, de vruchtbare strook in het zuiden, langs de grens met India.
Klimaat
Zomer (moesson) (juni t/m september)
Vanaf begin juni staat Nepal onder invloed van een zuidoostelijke wind die warme en vochtige lucht aanvoert van de Golf van Bengalen. In het oosten van Nepal (Kanchenjunga en Makalu) valt er eerder en meer regen dan in het westen (Dolpo, Jumla en Simikot). Deze tijd kenmerkt zich door veel neerslag en bewolking, hoewel er soms ook drogere periodes zullen voorkomen. Op trek zul je over het algemeen weinig uitzichten hebben. De paden worden modderig en glibberig en er zijn in de bossen veel bloedzuigers. De natuur is op z`n uitbundigst maar al met al is het niet zo’n aantrekkelijke periode om een trek te maken.
Herfst (oktober t/m december)
De moesson kan soms voortduren tot half oktober. Net na de moesson is het vooral in de dalen erg warm, vochtig en groen. `s Morgens kun je genieten van heldere vergezichten; `s middags hullen de sneeuwtoppen zich vaak in wolken. In deze tijd wordt geoogst en zijn de grootste festivals van het jaar: Dasaïn en Tihar. Later in het najaar wordt het steeds koeler. Vooral op grote hoogte is het `s nachts erg koud en de kans op regen wordt steeds kleiner. Deze periode is zeer geschikt voor het maken van elke trek. Dit is ook het hoogseizoen voor trekkers in Nepal. Op de bekende trails bij de Annapurna of in het Everestgebied kan het dan soms "druk" zijn.
Winter (januari en februari)
Ergens tussen half december en half januari is er een korte neerslagperiode die de overgang naar de winter inluidt. In de lagere dalen van Nepal blijft de temperatuur aangenaam (15-20 graden). Hogerop raken de passen dichtgesneeuwd en dalen de temperaturen tot -30 graden (op 3500 m) of lager (hogerop). Trekking is prima als je niet te hoog gaat. De dagen zijn evenwel ook wat korter.
Voorjaar (maart t/m mei)
De overgang tussen de winter en zomer is meestal kort. In maart kan `t al behoorlijk warm zijn en mei is de warmste maand van het jaar. Naarmate de moesson nadert valt er steeds vaker een verkoelend buitje. In deze tijd bloeien de rododendrons en magnolia’s: bossen vol met rode, roze en witte bloemen. In de dalen is het soms wat heiig door stofdeeltjes. Dit is de tijd voor festivals als Shiva-ratri en Holy. Er zijn niet al te veel toeristen, de paden zijn vaak spectaculair met soms nog veel sneeuw en veel bloemen en meestal goede uitzichten op de besneeuwde toppen. Ook dit seizoen is ideaal voor het maken van een mooie tocht.
Flora en fauna
Corresponderend met de klimaatverschillen is er ook een grote verscheidenheid aan planten en dieren. In het zuiden subtropische oerwouden (bv. Chitwan N.P.), met tijgers en neushoorns. Beren komen voor tot hoog in de bergen, evenals panters, en op zeer grote hoogte het zeer zeldzame sneeuwluipaard, waarvan wij er ooit een hebben gezien bij Shey in Inner Dolpo. We zagen al diverse malen wolven, vossen, apen, marters, fluithazen, marmotten en vele roofvogels. Legendarisch is natuurlijk de yak, een langharige hooggebergte koe, huisdier van de Tibetanen.
Er is een enorme verscheidenheid aan bomen en planten, bijv. rododendrons (bloeiend in maart/april), orchideeën en niet te vergeten de enorme Himalaya ceders (bv. op de Jumla-Simikot en Dolpo treks).
Kathmandu
Kathmandu is de hoofdstad van Nepal. De stad ligt in een vallei op ongeveer 1200 m hoogte. De aanvliegroute is dan ook vaak spectaculair: langs 7000 en 8000-ers over beboste kammen en tussen en door wolkenflarden ontwaar je beneden je terrassen en stadjes en lemen huisjes. Al bij aankomst op het vliegveld ben je omgeven door bergen. Aan één kant kun je zelfs direct al Ganesh Himal zien, aan de andere kant de spitse piek van Dorje Lakpa.
Nog geen 50 jaar geleden was Kathmandu niet bereikbaar over de weg en de toenmalige koning Mahendra liet zijn Rolls Royce aan de grens helemaal demonteren en op de ruggen van dragers naar Kathmandu brengen. Daar werd de wagen weer in elkaar gezet om door de koning gebruikt te kunnen worden voor ritjes in de stad. Ook in Kathmandu staat de ontwikkeling niet stil. Veel mensen komen naar de stad om er een betere toekomst te zoeken. In vrij korte tijd is het inwoneraantal omhooggeschoten tot rond de 1 miljoen voor groter Kathmandu.
Wat je direct opvalt als je van het vliegveld naar de stad rijdt is de chaos: geiten en schapen lopen op straat, men schijnt meer links dan rechts te rijden; er zijn fietsers, scooterrickshaws, motorrijders, taxi`s, vrachtwagens en scheef op de wielen staande bussen. De meeste voertuigen zijn ouder dan 15 jaar en uit sommige komen vervaarlijke zwarte roetwolken die beslist onaangenaam zijn als je er net achter rijdt. Bij het inhalen wordt niet gelet op de middenstreep (als die er al is) en met ware doodsverachting zwiept men net voor de aanrijding weer terug op de eigen rijstrook. Gevaarlijk is het overigens nauwelijks want bij nader onderzoek wordt er in Kathmandu niet harder gereden dan 40 km per uur, vaak langzamer, alleen het lijkt wel hard…Veel gebouwen zijn vervallen, maar er wordt ook veel nieuw gebouwd. De vrouwen dragen meest een saree (lange omslagdoek) en het duurt even voordat je alles wat zich aan geuren aanbiedt op een rijtje hebt: wierook, uitlaatgassen, mest, benzine, bloemen, zweet en rottend afval zijn het meest voorkomende. Kortom: een pandemonium aan indrukken die je in eerste instantie (als je nog nooit buiten Westers gebied bent geweest) een cultuurshock bezorgen.
Het hotel (Amar’s, Janak etc.) blijkt mee te vallen en kan zelfs mooi genoemd worden. Tegen alle verwachting in zijn de kamers schoon en keurig verzorgd. Na een douche nog even de stad in... Durbar Square en Hanuman Doka... De stad valt nu echt over je heen. Overal tempels, pagodes, beelden van goden, beesten, offerplaatsen, krioelende menigte, schurftige honden, fiets-rickshaws; elektrische bedrading hangt in trossen en knopen tegen de huizen en tussen de palen (hoe kan dat ooit werken`). Toeterende auto`s, bellende fietsen, heilige mannen in het oranje met staf en vervilte bossen haar, het gezicht vrolijk beschilderd in allerlei kleuren. "Take a picture sir? Ten rupee. You like to buy....."
Waarschijnlijk ben je maar een paar dagen in Kathmandu voordat de trek begint. Je kunt dan diverse dingen doen:
A) Pashupatinath: het hindoeheiligdom aan de Bagmati-rivier. Hier worden de lijken verbrand door de soms zeer emotionele familie en/of vriendenkring. Het is een luguber schouwspel wanneer je de armen en handen ziet verkolen. Als goede westerling kun je het niet laten om een fotootje te nemen hetgeen toch (ook voor Nepali begrippen) een ernstige inbreuk is op dit intieme gebeuren. Wees hier terughoudend.
B) Swayambunath: de grote boeddhistische stupa op de heuvel ten westen van de stad.
C) Bodhnath: een andere stupa waar veel Bhote mensen wonen. Bhote is de term voor mensen die oorspronkelijk uit Tibet afkomstig zijn. Zij zien er ook heel anders uit dan de oorspronkelijke bewoners van Kathmandu vallei.
D) Asan e.o. waar je je ogen uit kunt kijken aan de verschillende marktjes en winkeltjes.
E) Je kunt op de fiets wat rond rijden in de vallei: naar Bakhtapur gaan of Patan of Kirtipur, prachtige monumentale oude koningssteden die nog vrij zijn gebleven van moderne invloeden.
Over het algemeen blijven we niet langer dan één à twee dagen in Kathmandu voorafgaande aan de trek. De reden hiervoor ligt in het feit dat we dan dagen overhouden die we kunnen gebruiken voor het oplossen van eventuele problemen op trek. Gaat alles zoals gepland dan heb je meestal aan het eind van de reis ook nog wel één of twee dagen in Kathmandu. Soms hebben we iets meer tijd nodig i.v.m. feestdagen (vooral in het najaar: Dasaïn en Tihar), moeilijke permits en /of logistieke problemen. Wanneer je langer in Kathmandu wilt zijn kun je of eerder vanuit Nederland vertrekken of later terugkeren.
Hotels Kathmandu
Hotel Amar Dit hotel ligt in een rustige woonwijk buiten het toeristengedruis van Thamel en "freakstreet" en toch maar op 15 minuten lopen van Durbar Square en Hanuman Doka. Alle kamers zijn voorzien van douche en toilet. Het is er schoon en de staf is zeer behulpzaam. Het hotel heeft een goed restaurant waar je menu`s van verschillende continenten kunt uitproberen. Bovenop is een dakterras met gemakkelijke stoelen, waar je onder het genot van een drankje kunt lezen, schrijven of genieten van het uitzicht op de omliggende bergen. Je kunt er geld wisselen en (tegen betaling uiteraard) gebruik maken van de telefoon en de fax (ook internationaal). Je kunt er tijdens de trek wat spullen achterlaten (bijv. boeken, een schone set kleren, etc.).
De staf kan je behulpzaam zijn bij diverse zaken zoals excursies naar: Kathmandu-vallei, trekking, rafting, Chitwan Nationaal Park, taxihuur, binnenlandse vluchten, internationale vluchten, bustickets etc.
In het hoogseizoen kan het zijn dat Hotel Amar is volgeboekt. Wij reserveren dan een ander gelijkwaardig hotel, bijvoorbeeld het Janak Hotel, Hotel New Ganesh of het Orchid Garden.
Summit Hotel en Hotel Vajra
Voor wie wat luxer wil overnachten hebben we 2 hotels die je via ons kunt boeken. Hotel Vajra en het luxe Summit Hotel (met zwembad). Voor tarieven kun je contact opnemen met ons kantoor.
Hotels in Thamel
Wanneer je in de wijk Thamel zou willen overnachten kunnen we dat ook voor je regelen mits we dit vroegtijdig weten. Voor tarieven kun je contact opnemen met ons kantoor.
Volk, taal en godsdienst
De totale bevolking van Nepal bedraagt ongeveer 20 miljoen. Daarvan woont 38% in de zuidelijke laagvlakte de Terai, 60% in het centrale bergland. De overige Nepali zijn meest halfnomaden, die in de winter warmere streken opzoeken.
Er zijn globaal 3 bevolkingsgroepen te onderscheiden:
- De mensen in het zuidelijke laagland, van Indiase oorsprong, tenger met vrij donkere huidskleur, maar met Europese trekken.
- Verschillende Tibetaanse bevolkingsgroepen in de hogere Himalaya gebieden, zoals Dolpa-pa, Sherpa en Manang-ba.
- De groepen tussen voorgenoemde bevolkingsgroepen in, met enigszins mongoloïde uiterlijk. De meest vooraanstaande van deze groepen in de kaste-rangorde zijn de Newar, de oudste bewoners van de Kathmandu vallei. Verder behoren o.a. de Tamang, Gurung, Magar en Rai tot deze categorie.
Wat de talen betreft zijn er twee hoofdvormen. De ene is ontstaan uit Indiase talen, die hun wortels in het Sanskriet hebben, en de andere uit Tibeto-Birmaanse talen. Voertaal is het Nepali geworden, sedert de Gurkha`s in de 18e eeuw heel Nepal veroverden en de huidige staat stichtten. Het Nepali is nauw verwant met het Hindi, de voertaal in Noord India.
Door de geïsoleerde ligging van dorpen en valleien zijn er vele lokale talen en dialecten ontstaan. Lang niet iedereen spreekt of verstaat Nepali (zoals je bijv. merkt op de treks naar Dolpo en Simikot).
Godsdienst
Nepal is het enige Hindoe-koninkrijk ter wereld. Zo`n 80% van de bevolking hangt deze godsdienst aan. De overigen zijn boeddhisten van wie de meeste hoger in de bergen wonen. Beide religies zijn in de dorpen vermengd met lokale shamanistische en animistische tradities.
Religie neemt in het leven van de Nepalees een veel centralere plaats in dan bij ons. Iedereen is er dagelijks uitgebreid mee bezig; van wierook branden in de morgen (een rituele reiniging), het brengen van offers aan de desbetreffende goden tot het tempelbezoek en het deelnemen aan de grote feesten. (Nepal kent 165 officiële feestdagen per jaar!)
Het hindoeïstische kastenstelsel is bepalend voor de dagelijkse omgang tussen beroepsgroepen en vele andere groeperingen. Het is de basis van het sterk hiërarchische karakter van de samenleving en niet alleen op het vlak van sociale, maar ook op dat van economische en politieke organisatie van grote invloed. Hoe dan ook, Nepal kent geen hechte eenheid van taal en godsdienst. Het is veeleer een samenraapsel van kleinschalige gemeenschappen, dorpjes, stammen, elk met hun eigen gebruiken en tradities.
Hindoeïsme
Hindoes hebben altijd geloofd dat al het bestaande, inclusief god, de mens en het heelal, te groots is om in één geloof te worden gevat. Hun godsdienst omvat dan ook een grote verscheidenheid van metafysische systemen of gezichtspunten, waarvan sommige een onderlinge tegenstrijdigheid vertonen. Daarbij wordt het aan het individu overgelaten om een leer en cultus te kiezen die het best bij zijn niveau en afkomst past.
Religieuze gebruiken verschillen enigszins van groep tot groep en de doorsnee hindoe heeft geen systematische of formele godsdienst nodig om zijn geloof in de praktijk te brengen: hij hoeft zich slechts te schikken in de gewoonten van zijn familie en sociale klasse.
Een van de beginselen van het Hindoe-geloof is het dharma principe, de plicht om te gehoorzamen aan de natuurwetten en te voldoen aan de sociale en religieuze verplichtingen. Dit houdt in, dat ieder mens zijn eigen rol moet spelen in de maatschappij en dat het kastenstelsel, hoewel niet essentieel voor het filosofische hindoeïsme, een geïntegreerd onderdeel van het maatschappelijk leven is. Onder dit stelsel wordt ieder mens geboren in een bepaalde kaste, waarvan de leden in principe hetzelfde beroep uitoefenen; de kasten zijn onderverdeeld aan de hand van de graad van reinheid of onreinheid van het betreffende beroep.
Andere denkbeelden waarmee bijna alle Hindoes vertrouwd zijn, betreffen de aard en de bestemming van de ziel en de krachten van de kosmos. Karma is het geloof, dat het lot van elk individu bepaald is door de som van zijn goede en slechte daden in zijn opeenvolgende levens.
Pas wanneer de individuele ziel door de uiterlijke schijn der dingen heen kan kijken - waarbij men ervan uitgaat dat de werkelijkheid anders is dan deze lijkt te zijn - kan hij zijn uiteindelijke vorm in de persoonlijke, transcendentale werkelijkheid van Brahma aannemen en kan hij ontsnappen aan de anders eindeloze kringloop van wedergeboorten.
Hoewel veel families uit de hogere kasten zich gewoonlijk conformeren aan het hindoeïsme van de brahmaanse priesters en hun religieuze teksten, is de meerderheid van de bevolking, vooral onder de lagere kasten, veel minder orthodox in de goden die zij vereren. De doorsnee dorpsbewoner weet heel weinig af van het concept van de goddelijke eenheid waaraan alle dingen, inclusief de goden, onderworpen zijn en gelooft dan ook eerder in een onpersoonlijke kracht die het noodlot bestuurt.
Veel dorpen hebben hun eigen beschermheiligen die gelieerd zijn aan de grotere goden van het hindoe-pantheon. In de meeste gevallen zijn deze dorpsgoden echter personificaties van natuurverschijnselen.
Veel waarde wordt gehecht aan het sjamanisme en aan de rol van de allesomvattende godin Devi. Terwijl goden gewoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor de bescherming van het land en de waterbronnen, worden godinnen geacht verantwoordelijk te zijn voor het welzijn van de groep. Naast dorpsgoden zijn er ook goden, gewoonlijk voorouderlijke geesten, die waken over de veiligheid van de familie. Deze goden worden van generatie op generatie vereerd.
De meeste goden worden vereerd uit angst en worden geacht nauw betrokken te zijn bij het dagelijks leven van de mens. Men zal ze eerder aanbidden vanwege hun grote kracht en toorn dan vanwege hun liefde. De godsdienst is meer gericht op het gunstig stemmen van machtige, maar onberekenbare bovennatuurlijke wezens, dan op het uit dankbaarheid offeren van geschenken aan sympathieke en goedaardige goden.
Het hindoeïsme heeft priesters, maar er is geen geestelijke organisatie. Er zijn tempels, maar er is geen Kerk. De enige autoriteit zijn de vedische geschriften. De priesters zijn afkomstig uit de brahmaanse kaste en treden op als huisgeestelijken voor families van de hoogste kasten. De belangrijkste religieuze handeling is de puja, het vereren van een godenbeeld. Als de puja in het openbaar plaatsvindt, zoals tijdens de grote religieuze feesten, wordt het godenbeeld ceremonieel gebaad en gekleed, bewierookt, vereerd met kaarsen, bloemen en snoepgoed en dan in processie door de straten gedragen. Bij een puja in familiekring worden door een of meer personen binnen het huishouden eenvoudige offerandes gemaakt. Veel gelovigen beschouwen hun godenbeeld als de echte god, maar een godenbeeld is niet noodzakelijk voor de eredienst: ook een andersoortige afbeelding is hiervoor geschikt.
In schril contrast met de rustige plechtigheid van de meeste boeddhistische feesten, worden Hindoe-feesten met veel meer uiterlijk vertoon gevierd. Boeddhistische aanbidding heeft meer weg van een oefening van de geest dan van een fysieke bezigheid.
Populaire hindoegoden
De drie belangrijkste hindoegoden zijn Brahma, Vishnu en Shiva - de personificaties van respectievelijk scheppende, instandhoudende en vernietigende krachten. Bijna alle Hindoes zijn aanhangers van Vishnu of Shiva, of een van hun incarnaties, en staan bekend als vaishnava`s of shaiva`s.
Vishnu, "de instandhouder van al wat is", vindt zijn oorsprong in de vedische god Narayan, wiens vrouw Lakshmi de godin van de rijkdom is. Vishnu grijpt in deze wereld in, telkens als de natuurlijke orde verstoord is. Hij neemt dan lichamelijke vormen aan, zoals Narasimha, de manleeuw, Varaha, het everzwijn, of Krishna, de ideale jongeling, minnaar en staatsman. Van de tien incarnaties of avatars van Vishnu is Krishna de bekendste.
Shiva is de personificatie van de strijd tegen demonen en tegen het kwaad, van de potentiële gevaren van kennis en van het feit van dood en wedergeboorte. Hij is de vernietiger en de schepper, een god van duizend en één aspecten, namen en verschijningsvormen, maar heeft in tegenstelling tot Vishnu heel weinig incarnaties. Shiva is traditioneel de god van de asceten: schaars geklede, langharige, rondtrekkende religieuze bedelaars die hun lichaam met as bedekken, een drietand dragen en op de meeste religieuze feesten aanwezig zijn. Als opperwezen heeft Shiva ook scheppende en goedgunstige aspecten en verschijnt zowel in mannelijke als vrouwelijke gedaanten. Als moedergodin heeft Shiva twee aspecten - enerzijds goedaardig als de godin Uma en anderzijds streng en angstaanjagend als de godinnen Durga en Kali. Een andere verschijningsvorm van Shiva is Bhairab, een wreed en gewapend, demonachtig schepsel met strenge , starende ogen en hoektanden en getooid met een krans van schedels. Als god van de vruchtbaarheid en de wedergeboorte wordt Shiva vereerd in de vorm van een fallussymbool (lingam), die vaak samen met een yoni, het vrouwelijke symbool waaruit de lingam zich verheft, wordt afgebeeld. Het mannelijke element wordt daarbij voorgesteld als het passieve, bewegingloze centrum van de kringloop der wedergeboorten, en het vrouwelijke element als de energie die er omheen draait. Samen vormen zij perfecte gelukzaligheid, perfecte wijsheid en perfect bewustzijn.
Ganesh, de goedaardige god met het olifantenhoofd, is zeer populair en wordt door alle Hindoes vereerd als de god die problemen oplost. Hij is de zoon van Shiva en Parvati en tevens de god van de wijsheid. Voor elke grote onderneming of reis gaat men te rade bij Ganesh en bezoekt men zijn heiligdommen.
Boeddhisme
Het Boeddhisme vindt zijn oorsprong in de leer van Siddhartha Gautama, die rond 553 v. Chr. werd geboren in Lumbini, een dorp in de Nepalese Terai, 250 km ten zuidwesten van Kathmandu. Toen hij 29 jaar was verliet Gautama zijn huis en gezin en mediteerde zes jaar, tot hij uiteindelijk tot het ware inzicht kwam. Vanaf dat moment stond hij bekend als de Boeddha, de Verlichte, en wijdde hij de rest van zijn leven aan het prediken van zijn leer.
Hij nam het basisconcept van het hindoeïsme over, maar gaf hieraan een andere interpretatie: hij wilde de betrokkenheid bij de ethiek van het godsdienstig leven in ere herstellen, een betrokkenheid die was verstikt in talloze rituele details en verering van uiterlijkheden.
Gautama verkondigde de vier edele waarheden: alle bestaan is lijden; begeerte eindigt in nirvana; nirvana, de verlossing die voortkomt uit de vernietiging van alle begeerte en het opgaan in de volledige rust, kan worden bereikt via het achtvoudige pad. (Met andere woorden: de waarheid van het lijden; die van de oorsprong van het lijden; die van de vernietiging van het lijden en die van de weg die naar de vernietiging van het lijden leidt. Deze weg is het edele achtvoudige pad: de juiste mening, de juiste gedachte, het juiste woord, de juiste daad, het juiste gedrag, het juiste streven, de juiste bezinning en de juiste meditatie.) Dit pad naar het nirvana is een individuele strijd en heeft als resultaat de overgang van het individuele Zelf naar het eeuwige Zelf.
Elk mens moet op eigen kracht het nirvana zien te bereiken; priesterlijke rituelen en kaste-voorschriften kunnen daarbij niet helpen.
Hoewel het hindoeïsme en het boeddhisme het concept van het opgaan van het individu in de kosmische ruimte als het einde van het bestaan gemeen hebben, verschillen zij wat betreft de middelen om dit te bereiken. Boeddhistische gelovigen zijn natuurlijk sterk beïnvloed door hun contacten met Hindoes. Het gevoel van verbondenheid tussen de twee godsdiensten gaat zelfs zover, dat beide geloofsgemeenschappen vaak dezelfde tempels gebruiken en dezelfde goden aanbidden. Terwijl het tantrisme een geheel eigen weg opging, nam de boeddhistische gemeenschap veel hindoeïstische denkbeelden en goden over. Het boeddhisme deed waarschijnlijk zijn herintrede in Nepal toen keizer Ashoka een deel van het land annexeerde, en het was via Nepal dat het boeddhisme voor het eerst in Tibet binnenkwam.
De twee belangrijkste stromingen in het boeddhisme zijn het hinayana, dat de vroegste stroming is, en het mahayana, dat zich rond het begin van de christelijke jaartelling ontwikkelde en meer was gebaseerd op het voorbeeld van de boeddha dan op zijn specifieke uitspraken
Middelen van bestaan
Van de Nepali is 70 % werkzaam in de agrarische sector. Het komt er op neer dat verreweg de meesten bezig zijn met het verdienen van hun kostje op het land. In de nagenoeg geheel zelfvoorzienende maatschappij begint toerisme wel een steeds belangrijkere factor te worden. Industrie bestaat er (nog) nauwelijks. Nepal is echter ook een arm land, waar men met verschillende problemen te kampen heeft.
- Er is vaak nog sprake van een pachtsysteem. Boeren hebben een stukje land om te verbouwen, maar moeten een zo groot deel van de opbrengst afstaan aan de landheer, dat ze zelf te weinig overhouden om met het gezin van te leven.
- Als er kinderen komen moet het toch al schaarse land verdeeld worden onder de zoons, zodat er nog minder overblijft, of er moeten nieuwe terrassen worden aangelegd tegen de berghellingen. Dit werkt dan weer verdere ontbossing in de hand.
- Ontbossing en erosie. De bomen houden de vruchtbare bovenlaag niet meer vast, doordat steeds meer bossen worden gekapt om land te winnen, om te koken en het huis te verwarmen. Per jaar spoelt er ongeveer 7% van deze laag weg door de moessonregens. Verlies van landbouwgrond is het resultaat.
Politiek
Nepal was tot kort geleden een monarchie en werd tot 1990 bestuurd volgens het zg. "panchayat" systeem, d.w.z. gekozen vertegenwoordigingen op diverse niveaus, van de vijf("panch")hoofdige dorpsraad, de district- en provinciale raden, tot en met de landelijke panchayat. Dit systeem liet traditionele machtsverhoudingen ongemoeid. Zo waren bijv. pachters genoodzaakt op hun landeigenaren te stemmen en op landelijk niveau had de koning feitelijk alle macht.
De slepende economische problemen, verhevigd door een steeds maar niet opgelost politiek en economisch conflict met het machtige buurland India, zijn de aanleiding geweest voor felle protestacties in het voorjaar van 1990. Onder leiding van diverse, reeds lang ondergronds opererende politieke partijen ging de bevolking in Kathmandu en verschillende andere steden de straat op om voor democratie te betogen. Deze betogingen werden aanvankelijk bloedig neergeslagen, maar hebben wel als resultaat gehad, dat er een interim-regering werd benoemd, die een nieuwe democratische bestuursvorm met een meerpartijenstelsel moest voorbereiden.
In oktober 1990 is een nieuwe grondwet aangenomen, waarin één en ander is vastgelegd op een manier die voor de meeste partijen bevredigend is. In mei 1991 hebben de eerste algemene verkiezingen plaatsgevonden. Als grootste partijen kwamen uit de bus: de verenigde communistische partijen en de meer gematigde congrespartij. De politieke problemen met India waren inmiddels ook opgelost.
Al in de jaren 70, maar met name midden in de jaren 90, ontstonden binnen de communistische partij radicalere groeperingen (die zich met name maoïsten noemden) die vooral in het midden westen konden rekenen op massale aanhang onder de bevolking. De omgeving rond Rukum en Jajarkot en het centrale bergland verder naar het westen is een gebied dat tot het armste van Nepal kan worden gerekend. Het ligt in de midhills, ver van Kathmandu, heeft geen infrastructuur en geen opbrengsten uit het toerisme. De mensen proberen er een karig bestaan uit de droge en harde bergflanken te krabben. Geen wonder dat men hier uitkomst ziet in het communisme. Langzamerhand begon men verzet te plegen tegen de overheid. In eerste instantie werden nog alleen hoge politici, politie of militairen het slachtoffer van deze extreme groeperingen. Het leverde hun de status van een soort Robin Hoods op. Later was er ook sprake van meer agressie en fysiek geweld tegen gewone mensen die niet mee wilden doen met de maoïstische opstand of zich niet hielden aan de door de maoïsten opgedrongen regels. Vooral door dit laatste heeft de beweging veel van hun geloofwaardigheid verloren onder een groot deel van de bevolking.
In de loop van het jaar 2001 had de verzetsbeweging een gezicht gekregen en er werd overlegd met de regering. Gedurende drie gespreksrondes leek het erop dat het zowel de regering als de maoïsten te doen was om werkelijk overeenstemming te bereiken. Over en weer werden gevangenen vrijgelaten, er werd een staakt-het-vuren in acht genomen en er werd een landhervormingswet aangenomen dat als een geste kan worden gezien aan de allerarmste landloze boeren. Toen, na de derde ronde, de besprekingen vastliepen zijn er een aantal grote aanslagen geweest waarbij een flink aantal doden viel. 2001 was in vele opzichten een turbulent jaar voor Nepal. In juni vond er een grote slachting plaats in het koninklijk paleis waarbij volgens officiële lezing de kroonprins zo ongeveer de rest van de familie uitmoordde en vervolgens zichzelf. De gewone Nepalees heeft moeite om dit verhaal te geloven en zoekt de dader in kringen rondom de nieuwe koning die de broer is van de vermoorde Birendra. Toen de koning begin jaren negentig zwichtte voor het volksgevoel dat er een meerpartijensysteem moest komen heeft hem dat enorm veel respect opgeleverd: immers de koning heeft naar het volk geluisterd. Dat was in de vele decennia daarvoor niet gebeurd. Gyanendra, die Birendra opvolgde, en ook zijn zoon Paras daarentegen, waren vooral tijdens het bewind berucht om verkrachtings-, berovings- en afpersingsschandalen. Ondertussen was het 11 september geweest en de regering vond dat ze geen andere keus had dan met harde hand terug te slaan. De noodtoestand werd uitgeroepen en de maoïsten kregen het etiket terrorist opgeplakt teneinde het leger meer vrijheid te geven om deze groepering te bestrijden. Deze toestand duurde van 2001 tot ergens in 2005. De periode tussen 2002 en april 2006 was buitengewoon turbulent met veel stakingen, met dan weer een offensief van de regering dan weer van de Maoïsten.
Het jaar 2006 heeft een geweldige ommekeer gebracht in de destructieve spiraal waarin Nepal zich bevond. De positie van de koning is geminimaliseerd en dat leidde er uiteindelijk toe dat het koningsschap helemaal is afgeschaft. De Maoïsten en regering hebben overeenkomsten gesloten en inmiddels hebben de maoïsten zitting in de regering.
Begin 2008 was er een optimistische stemming in Nepal met het gevoel dat algemene verbetering van het leven aanstaande was. In dat jaar echter werden de bevolkingsgroepen in de Terai steeds opstandiger omdat men zich niet voldoende vertegenwoordigd voelde in de regering. Omdat zij de toegangswegen naar Kathmandu volledig kunnen blokkeren komt het nogal eens voor dat er schaarste ontstaat aan verschillende producten waarbij men afhankelijk is van de aanvoer vanuit India, zoals benzine, petroleum en gas. Intussen gaat het steeds meer bergafwaarts met de elektriciteitsvoorziening in Kathmandu met gemiddeld nog 4 tot 8 uur levering per dag. De watervoorziening is al jaren abominabel en wordt steeds slechter en het gaat ook niet goed met de files en daarbijbehorende luchtvervuiling. Het geweld neemt toe, speciaal in politieke geledingen en ook journalisten moeten het ontgelden. Al met al neemt de ontevredenheid onder de gewone bevolking snel toe en het vertrouwen dat er aanvankelijk was in de overwegend maoïstische regering neemt zienderogen af. Het blijft voorlopig nog wel even onstabiel in Nepal en we zien met spanning uit naar de toekomst.
Hoe het ook zij, buiten af en toe wat ongemakken wat betreft stakingen, wegversperringen en bijbehorende vertragingen is Nepal nog steeds het mooiste trekkingland van de wereld met zeer gevarieerde wandelroutes van laag naar hoog van makkelijk tot zeer moeilijk. De gemiddelde toerist hoeft voor alle turbulentie niet te vrezen.
Gewoontes/gedragscode
Er zijn een aantal zaken, die je bij ontmoetingen met Nepali in het oog moet houden. Hoewel de bevolking vanouds zeer tolerant is, zijn er een aantal gedragingen die beslist ongepast zijn.
* Lichamelijk contact tussen vreemden in het openbaar is beslist ongebruikelijk. Nepali, die vreemd voor elkaar zijn, geven elkaar bijvoorbeeld onderling nooit een hand, maar groeten door de handpalmen tegen elkaar te plaatsen en het hoofd te buigen: "Namaste".
Mensen uit dezelfde familie of kaste, of degenen die elkaar goed kennen, raken elkaar daarentegen veel gemakkelijker aan dan wij gewend zijn.
* Naaktheid wordt niet op prijs gesteld. Blote benen voor mannen is acceptabel, maar voor vrouwen nauwelijks. Advies is daarom voor vrouwen om een gemakkelijk zittende lange broek of wikkelrok te dragen. Als je je gaat wassen in de rivier en er zijn Nepali in de buurt, doe dan je zwembroek of badpak aan. Nepalese vrouwen wassen zich met de kleren aan.
* Laat nooit je voetzool naar iemand wijzen, dit is een belediging.
* Het vuur is een heilig beginsel, voornamelijk bij de Hindoes. Het is dan ook niet gepast om onreine zaken zoals sigarettenpeukjes, tissues, e.d., daar zomaar in te gooien.
* Als je souvenirs wilt kopen, moet je bijna altijd afdingen. De waarde van de dingen wordt op straat vastgesteld. Het verdient aanbeveling om dit te doen, omdat door aanwezigheid van toeristen de prijzen toch al opgeschroefd worden. De "gewone" Nepali ondervinden hier hinder van. Bovendien brengt het onderhandelen je dichter bij de mensen.
* Boos worden is beslist ongepast. Nepali laten zelf zelden openlijk irritaties blijken.
* Over foto`s maken van mensen wordt niet moeilijk gedaan; sommigen zijn er zelfs trots op, anderen vragen er wat geld voor. Anders is dit bij heilige rituelen, bijv. lijkverbrandingen of rituele slachtingen. Uiterste terughoudendheid is hier op zijn plaats. De camera is leuk om thuis plaatjes te kunnen laten zien maar soms ook het symbool van je rijkdom en een sta-in-de-weg bij het maken van contact.
* Het is voor Nepali ongepast om iemand geen antwoord te geven. Vraag jij dus iets waar men geen antwoord op weet, dan krijg je altijd antwoord, maar niet altijd het juiste. Je kunt je dan met een kluitje het riet gestuurd voelen. Dit is beslist niet onvriendelijk bedoeld, maar kan wel onhandig zijn.
* Tijdens het eten smakken of slurpen of na het eten boeren wordt opgevat als waardering voor het genoten voedsel (dit is geen grapje, alhoewel zeker ook geen "must").
* Omdat je als buitenlander beschouwd wordt als iemand uit de laagste "kaste", word je als onrein gezien. Dat betekent o.a. dat je voedsel onrein maakt als je het beroerd hebt. Als zodanig is het dan ook onbruikbaar voor de Nepali. Niet aankomen dus, tot het je wordt aangereikt. Omdat voedsel schaars is, is het netjes om je bord leeg te eten. Doe dit echter toch maar niet als het voedsel je tegenstaat. Je kunt dan bijv. zeggen dat je maag nog niet gewend is aan de Nepali keuken.
N.B. Hoewel Nepali weten, dat de toerist het niet zo nauw neemt met deze regels, lijkt het ons toch van belang, om uit respect voor hun cultuur, hiermee rekening te houden.
Eten en drinken
In de stad is het eten zeer gevarieerd; van Nepalees, Tibetaans, Chinees, Japans, tot taco`s en pizza. Wat we overal afraden is het eten van salades, ongeschild fruit en ijs (behalve bij Nirula`s in Kathmandu).
Bij deze trekking nemen we zelf alles mee. Een gedeelte hiervan komt uit Nederland. Op zulke tochten gaan dan ook een kok en een paar keukenhulpen mee. Voor het eten (drie maaltijden per dag) en de keukenuitrusting zorgt HT Wandelreizen.
De eerste dagen van een trek zijn vaak erg heet (je zit dan over het algemeen nog erg laag.) Het drinken van 5 tot 6 liter water, thee of frisdrank is zeker niet ongewoon. Ook op grote hoogte is veel drinken trouwens belangrijk i.v.m. hoogteziekte. Laat je echter nooit verleiden tot het drinken van ongezuiverd water, niet in Kathmandu uit de kraan, niet uit de dorpspomp, maar ook niet uit een helder bergstroompje!!!
Zorg voor een goed gevulde veldfles. Verder kun je nog overwegen om voor jezelf wat tussendoortjes mee te nemen, bijv. noten, mueslirepen, o.i.d. Nog een belangrijk advies: eet niet te vet of te veel. Het blijkt dat je dan eerder ziek kan worden en minder snel herstelt.
Milieu
Bezorgdheid om het milieu wordt in Nepal vooralsnog overvleugeld door meer onmiddellijke problemen van de bevolking om in het bestaan te voorzien. Afvalverwerking en ontbossing en watervoorziening zijn punten die geen of nog te weinig aandacht krijgen. Ook de toeristenstroom heeft tot op heden de milieuproblematiek genegeerd en er in feite onnodig aan bijgedragen.
Het beleid van HT Wandelreizen kent in dit opzicht een aantal richtlijnen:
- Op trektocht wordt voor zoveel mogelijk op gas gekookt. In 2004 hebben we grotendeels de overstap gemaakt van petroleum en hout op gas; het kappen van hout wordt geheel vermeden (een kampvuur van gesprokkeld hout is soms echter onontkoombaar voor maaltijden en warmte voor dragers).
- We laten geen afval achter; een speciale milieudrager is hiervoor verantwoordelijk.
De deelnemers worden met klem verzocht het volgende in acht te nemen:
- Op trektocht de vegetatie ongemoeid te laten.
- Alle afval te verzamelen en mee te nemen/geven tot het eind van de tocht
- Je behoefte te doen op veilige afstand van bronnen en rivieren.
- Te beseffen dat voor warm watergebruik in bergdorpen meestal hout verstookt wordt.
- Liever geen pennen, ballonnen e.d. uit te delen.
- Batterijen mee terug te nemen naar Nederland. Aangezien er in Nepal geen voorzieningen zijn voor de verwerking van batterijen.
Batterijen
In veel derde wereldlanden functioneert het afval ophaal- en verwerkingssysteem niet of nauwelijks; zeker niet naar onze maatstaven van duurzaamheid. Het weggooien van giftige batterijen is een groot probleem voor de drinkwatervoorziening. Daarom willen we graag hier een steentje bijdragen aan het voorkomen van veel ellende op lange termijn.
Lege batterijen? Lever ze in en win!
Win reischeques met lege batterijen!
Heb je 10 lege batterijen? Dan maak je kans op een van de vele reischeques.
Wat moet je doen?
Doe 10 lege batterijen in een zakje. Schrijf je naam, adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer op een briefje en stop dat erbij. Deponeer het zakje vervolgens in de inzamelton bij een van de duizenden inleverpunten.
Waar kun je de lege batterijen inleveren?
Supermarkten, winkels (kijk op legebatterijen.nl welke supermarkten en winkels meedoen aan de actie), gemeentedepot / milieustraat of chemokar.
Actievoorwaarden
Kijk voor meer informatie over de actie op legebatterijen.nl. Organisator: Stichting Batterijen, Postbus 719, 2700 AS Zoetermeer.
Trees for Travel
HT organiseert voor het overgrote deel vliegreizen naar afgelegen bestemmingen. Tijdens een vliegreis worden afvalstoffen geproduceerd die o.a. bijdragen tot het broeikaseffect. Een goede manier om deze schadelijke bijwerkingen voor het milieu te compenseren is meedoen aan het programma Trees for Travel. Met de koop van een certificaat wordt de uitstoot van broeikasgassen, veroorzaakt door je vliegreis, gecompenseerd door de aanplanting van nieuw bos.
Souvenirs van bedreigde dieren en planten
Het Wereld Natuur Fonds voert campagne over souvenirs van wilde dieren en planten. In de campagne roept het Wereld Natuur Fonds op dit soort souvenirs niet te kopen en de natuur op vakantiebestemmingen te laten zoals die is, zodat we over 10 jaar nog steeds kunnen genieten van die prachtige en onmisbare natuur. Wat veel mensen ook niet weten is dat zij een fikse boete riskeren bij de douane. Want souvenirs van beschermde dieren en planten mogen helemaal niet, of alleen met de juiste vergunningen worden ingevoerd.
Er is een top 10 van bedreigde dieren en planten waarvan veel souvenirs in beslag worden genomen door de douane. Meegebracht door toeristen die vaak niet wisten dat het helemaal niet of alleen met speciale vergunningen mag.
Top 10 van dier- en plantensoorten die vaak de dupe worden van de handel in souvenirs:
* Koralen
* Grote Schelpen
* Olifanten
* (Zee) schildpadden
* Grote Katten
* Slangen en hagedissen
* Krokodillen
* Papegaaien
* Vlinders
* Orchideeën en cactussen
Natuurlijk kun je ook souvenirs tegenkomen van dieren of planten die hierboven niet zijn genoemd. Als ze zijn gemaakt van wilde dieren of planten, wordt er aangeraden om bij twijfel niet te kopen. Het gaat immers om meer dan regels en boetes. De prachtige natuur op vakantiebestemmingen blijft behouden door te kijken, en niet te kopen.
Welke bedreigde planten en dieren leven er in Azië? En wat zijn de meest voorkomende souvenirs van deze soorten die je op je reis kunt tegenkomen? Kijk voor meer informatie op de site van het WNF.
Woordenlijst
Enkele Nepali woorden, die je misschien kunt gebruiken:
namasté - hallo, goedendag (lett. ik begroet het goede in u)
chiyaa - thee (met melk en suiker)
kaalo chiyaa - zwarte thee
chini - suiker
khaane - eten, drinken, roken
dahlbaath tarkari - het nationale Nepali gerecht
dahl - linzensaus
baath - gekookte rijst
tarkari - groente (kan van alles zijn, in kleine hoeveelheden)
rupia - de munteenheid (€ 0,015)
paisa - 1/100 van een rupie
kati rupia? - hoeveel kost het?
chha (spreek uit:"tsah") - er is (is er..`)
didi - oudere zus
bahini - jongere zus
daai - oudere broer
bhaai - jongere broer
taato pani - warm water
chiso pani - koud water
thik chha - dat is o.k.
ramro - goed
pugchha - het is genoeg
saathi - vriend
baato...chha - is dit de weg/ het pad naar.....
tapailai kasto chha? - hoe gaat het met je?
thaahaa chhaina - ik weet het niet
kati bajyo? - hoe laat is het?
yo ke ho? - wat is dit?
tapaaiko naam ke ho? - wat is jou naam?
mero naam.... ho - mijn naam is....
dhanyabaad - dank je wel
(de Nepalezen zelf gebruiken dit woord bijna niet)
ek - 1
dui - 2
thin - 3
chaar - 4
paanch - 5
cha - 6
saat - 7
aath - 8
nau - 9
das - 10
eghaara - 11
baahra - 12
tehra - 13
chaudra - 14
pandhra - 15
sohra - 16
satra - 17
athaara - 18
unnaais - 19
bis - 20
pachchis - 25
tis - 30
chaalis - 40
pachaas - 50
saathi - 60
sattari - 70
ashi - 80
nabbe - 90
ek say - 100
ek hajaar - 1000
Aanbevolen literatuur
In de boekhandels van Kathmandu is een uitgebreide selectie boeken te koop betreffende de Himalaya en Nepal. Elk seizoen verschijnen weer nieuwe titels zodat je het best in Kathmandu zelf kunt kijken. Nepal kent geen vastgestelde boekprijzen dus loont het de moeite ook even bij de buurboekhandel naar de prijs te informeren. Ook oude, in Europa niet meer te verkrijgen boeken, worden soms opnieuw weer uitgegeven door lokale uitgeverijen
