|
|
 |
Weserbergland, dagwandelingen vanuit een hotel, 4 dagen
Het Teutoburgerwoud, het Weserbergland en de Harz vormen, vanuit het noorden gezien, feitelijk de eerste plooien in het agrarische Noord-Duitse laagland. Wie van west naar oost rijdt, ziet hoe de heuvelruggen geleidelijk steeds hoger worden tot ze in de Harz zelfs boven de 1000 m uitstijgen.
Onmerkbaar gaat het Teutoburgerwoud naar het oosten over in het Weserbergland. De streek is minder dichtbevolkt dan het Teutoburgerwoud en trekt ondanks het prachtige en afwisselende landschap aanzienlijk minder toeristen aan.
Het Weserbergland bestaat uit een verzameling dichtbeboste heuvelruggen, waarvan de meeste toppen niet hoger reiken dan 400 m. Daartussen liggen groene dalen met weiden, akkers en ouderwetse boomgaarden.
Vooral het Naturpark Solling-Vogler dat zich uitstrekt van Bodenwerder tot Lippoldsberg omvat zeer uiteenlopende landschappen. Zo wordt de Vogler gekenmerkt door smalle bergruggen met steile hellingen en diep ingesneden dalen, terwijl het Sollingmassief geleidelijk stijgt en brede bergruggen heeft, waarvan de toppen (hoogste punt is de 528 m hoge Grosse Blöse) nauwelijks boven het bergplateau met hoogvenen en moerasbossen uitkomen.
Door het gebied stroomt de Weser die zich kronkelend een weg naar het Noordelijk Laagland baant, waarbij ze bij de 'Westfaalse Poort' de keten van het Weser- en Wiehengebirge doorbreekt.
|