|
|
 |
Ariësvallei in het Apusenigebergte, Transsylvanië, 10 daagse individuele trektocht met bagagevervoer door de Ariësvallei
De trektocht vindt plaats in de Aries Vallei, rond de dorpjes Arieseni, Girda en Albac.
Het is een karst gebied met veel grotten, spellonken en prachtige canyons. Het gebergte is gemiddeld 1000 tot 1400m hoog. De hoogste top, de Biharia is 1850 m hoog. De Aries rivier stroomt op 700m hoogte door de dorpen. Vooral in de hoger gelegen stroomt hij door een nauw dal met vele stroomversnellingen. Boven op het plateau kom je uit de smalle dalen op een open vlakte.
Zelfs op grotere hoogte vind je heel wat kleine dorpjes. De streek wordt bewoond door de Moti, ze zouden afstammen van een Keltische stam die zich hier ooit gevestigd heeft. De Moti hadden dit gebied als woonplaats uitgezocht, omdat het Ariësbekken heel rijk aan goud is. Toen later de Romeinse, Hongaarse en Oostenrijkse overheersers de goudontginning controleerden werden de Moti in de bergen gedreven. Daar gingen ze zich toeleggen op het bewerken van hout. Ook nu nog zijn ze ware meesters in het maken van houten vaten, emmers, tonnen en allerlei kleinere gebruiksvoorwerpen. Hun koopwaar bieden ze te koop aan ver buiten hun streek en nog altijd ontmoet je ze in hun typisch lange wagens, getrokken door een koppel sterke paarden.
De meeste mensen hebben verschillende inkomens waarvan de landbouw de belangrijkste is. Omdat de smalle valleien langs de Ariësrivier weinig landbouwgrond bieden, hebben de mensen van oudsher hun dieren (koeien, paarden) tijdens de zomer boven op de plateaus laten grazen. Omdat men niet dagelijks op en neer kan, blijft een of meerdere gezinsleden gedurende de zomer maanden bij de dieren boven in het gebergte. Iedere familie heeft zich een of meerdere “colibes” houten zomerhuisjes gebouwd waar men vanaf eind mei tot begin oktober verblijft. Ook de hogere dorpen op de plateaus hebben echter niet altijd voldoende grasland en daarom is er een 2e volksverhuizing gedurende de zomer. Omdat die mensen die boven de 1000m leven ook maar weinig groenten kunnen verbouwen, en daardoor alles moeten inkopen hebben ze zich toegelegd op het kappen en verzagen van bomen. Ook hier zijn de afstanden te groot om dagelijks heen en terug te komen en in het dorp Ghetar bijvoorbeeld trekken de mensen zomers naar de Calineasa hoogvlakte. Alle dieren, varkens, kippen, koeien, paarden, zelfs katten en honden verhuizen mee.
De oudste gebouwen in de winterdorpen werden traditioneel van hout gebouwd. Uniek is dat het heel steile dak met de takken en spanen van naaldbomen werd bedekt, tot een meter dik
|